De geruisloze introductie van Luis Farrakhan in Nederland; Zwart, jong en tegen joden

Het omstreden gedachtengoed van de zwarte Amerikaanse prediker Luis Farrakhan vindt ook ingang in Nederland. Jonge Surinamers blijken gevoelig voor zijn mengsel van zwart nationalisme, islamitisch fundamentalisme en racistische en anti-semitische retoriek. Op de Amsterdamse kabel is het allemaal te beluisteren. Op bezoek bij Mohammed Abdul Kareem, alias Henkie Tof.

Vrijwel onopgemerkt had Amsterdam eind vorig jaar een dubieuze primeur: voor het eerst konden Nederlandse radioluisteraars kennis nemen van een preek van minister Louis Farrakhan, de wegens zijn antisemitische uitspraken omstreden leider van de militante zwarte Amerikaanse moslim-beweging 'Nation of Islam'. Zijn toespraak werd uitgezonden op Radio Satellite, dagelijks via de kabel te beluisteren op het Open Kanaal van de Amsterdamse omroep Salto. Sindsdien zendt deze Surinaams-Creoolse omroep regelmatig speeches van Farrakhan uit en er zijn voorbereidingen getroffen om nog voor het einde van het jaar ook tv-programma's op de Amsterdamse kabel te gaan verzorgen.

De Surinamer Henrie Fernand alias Henkie Tof alias Mohammed Abdul Kareem is verantwoordelijk voor de invoer van het Farrakhan-materiaal in Nederland. In Surinaams-Creoolse kring worden de cassettes en videobanden met Farrakhans toespraken vervolgens gekopieerd en verspreid. “Dat is exact dezelfde methode die ook radicale Marokkaanse en Turkse groeperingen hanteren”, stelt dr. Jan Rath, antropoloog op het Institutuut voor Migratie en Etnische Studies van de Universiteit van Amsterdam.

“Mohammed Abdul Kareem is goed bezig, want hij werkt aan de bewustwording van de zwarte mens”, meent George Olymph, hoofdredacteur van Radio Satellite. “Hij heeft veel invloed en ik denk dat hij zich zal ontpoppen tot een belangrijk geestelijk leider.” Steeds meer jonge Creolen voelen zich door Farrakhans ideeën aangesproken, stelt Olymph. “Bij bepaalde broeders en zusters zie je al dat ze zich in moslimtenue gaan hullen en elkaar met gebalde vuist groeten.”

Simpson

In Amerika is Luis Farrakhan al twintig jaar een bekend fenomeen. Zijn aanhang is aan sterke schommelingen onderhevig. Tijdens en na afloop van de rechtzaak tegen de voormalige football-held O.J. Simpson is de spanning tussen zwart en blank opnieuw toegenomen en daarmee ook de voedingsbodem voor zwart extremisme. In navolging van Martin Luther Kings historische mars uit 1963 houdt Farrakhans 'Nation of Islam' daarom maandag een Mars van een Miljoen Mannen op Washington DC. Het moet een publieke belijdenis worden van de individuele verantwoordelijkheid die zwarte mannen voor hun gemeenschap dragen en tevens een massale demonstratie tegen racisme, armoede en bezuinigingen op sociale voorzieningen. Volgens het weekblad Newsweek zouden ook O.J. Simpson en zijn advocaat J. Cochran jr. van de partij willen zijn.

Nation of Islam werd in de jaren dertig opgericht door Elijah Muhammad, een zwarte Amerikaan, die stelde dat blanken als producten van een langdurig inteeltproces slechts gedegenereerde duivels zijn. Na de dood van oprichter Muhammed blies Louis Farrakhan Nation of Islam en de paramilitaire organisatie Fruits of Islam in 1976 nieuw leven in. De beweging heeft met name aanhang in zwarte achterbuurten, onder drugsverslaafden en ex-gedetineerden. Farrakhan noemt de Libische leider Gaddafi - die hem financieel ondersteunt - “een medestrijder voor de bevrijding van ons volk”. Het is volgens Nation of Islam “wetenschappelijk bewezen” dat melanine - het donkere pigment van haar, huid en ogen - ook in het zenuwstelsel en de hersens aanwezig is. Dat zou zwarten “in fysiek, geestelijk en spiritueel opzicht” superieur maken aan blanken.

Vorig jaar verbrak de Kring van Zwarte Congresleden de banden met Farrakhan wegens diens anti-semitische uitlatingen. Farrakhan beschouwt het jodendom als 'een godsdienst voor de goot'. Aids wordt volgens hem verspreid “door joodse doktoren die zwarte kinderen met het HIV-virus inenten”. Een kleine groep joden heeft volgens de zwarte leider “het racistische Hollywood, de media en de acht belangrijkste Amerikaanse banken” in handen.

Satellite-hoofdredacteur George Olymph zegt niet klakkeloos alle speeches van Farrakhan over te nemen. “Ik wil ervoor waken mijn joodse stadgenoten op de tenen te trappen.” Toch zond Radio Satellite volgens Mohammed Kareem op 1 juli van dit jaar een preek van Farrakhan uit, getiteld 'The controversy with the jews: the true history of slavery in the Americas'. Daarin stelt Farrakhan dat driekwart van de slavenbazen joden waren en dat de holocaust van de zwarten honderd maal erger was dan die van de joden. Steven Huismans, coördinator van het Open Kanaal van Salto Omroep Amsterdam, noemt het uitzenden van Farrakhans speeches desgevraagd 'zorgwekkend.' Hij meldt dat er eerder dit jaar “vage klachten” zijn binnengekomen over “fundamentalistische muziek” die Radio Satellite zou hebben uitgezonden.

Op grond van de uitzendcriteria van Salto mogen programma's niet ernstig beledigend of bedreigend zijn voor groepen in de Amsterdamse samenleving en evenmin disrimineren naar ras, godsdienst of levensovertuiging. Volgens Huismans heeft George Olymph hem verzekerd dat Satellite Radio slechts geselecteerde fragmenten uit Farrakhans speeches in de ether brengt, die niet in strijd zijn met de richtlijnen van Salto. Huismans: “Dat heb ik voor kennisgeving aangenomen. Of dat tot nu toe ook het geval was, kan ik nu niet meer beoordelen.”

Koran

Uitzending van Farrakhans speeches op Salto-tv is niet bij voorbaat uitgesloten. “Als het in een journalistiek kader gebeurt valt het onder de vrijheid van meningsuiting”, aldus Huismans. “Bij een integrale toespraak zonder journalistieke kanttekeningen ligt dat anders. Dan kijken we of de inhoud racistisch is. Zo ja, dan tolereren we dat niet.” Eerder ontstond er commotie toen de Turkse Omroep Stichting op Salto-tv een toespraak van een immam uitzond, waarin deze opriep iedereen die in strijd handelt met de islam de handen af te hakken. Huismans: “Ons criterium daarbij was dat het ging om de registratie van een preek die in Amsterdam was gehouden en dat het een uitleg betrof van Koran-teksten.”

Steeds wanneer Satellite Radio een redevoering van Farrakhan laat horen, bellen er luisteraars die meer informatie willen, vertelt Satellite-medewerkster Audrey Cairo, die ook het jongerenprogramma Kon makandra (Kom samen) presenteert. Ze blijkt niet geheel op de hoogte van Farrakhans theorieën, maar dat komt ook omdat ze zijn Engels maar moeilijk kan verstaan. Toch zegt ze: “Toen ik hem voor het eerst hoorde, voelde ik dat hij me een duwtje in de goede richting gaf.” Van racistische denkbeelden moet Cairo (19) in ieder geval niets hebben. “We zijn tenslotte als zwarten in Nederland en we gaan hier niet meer weg”, zegt ze. “We moeten dus samen verder en liefde gaat boven haat. Ik houd ook van u, mijnheer.” Kennis van het verleden is heel belangrijk, stelt ze. “Je moet weten waar je vandaan komt, hoe we vroeger waren. Zodat we nooit meer terugkeren naar de slavernij.”

Anton Winter (42) is coördinator van het jongerencentrum United World Prefoeroe ('Durf') in de Amsterdamse Staatsliedenbuurt. Hij kent Farrakhan-'boodschapper' Mohammed Abdul Kareem al 25 jaar. “Ik hield ook van Henkie Tof, maar de Kareem die hij nu is, spreekt me meer aan. Hij bidt en hij houdt zich aan de regels. Als black moslim is hij een beter mens geworden. Vroeger was Kareem zelf net zo'n boef als de devils children waar Farrakhan op jaagt en die hij probeert terug naar Het Licht te brengen. The good guys, we don't need them.”

Winter, gehuld in vest en colbert en voorzien van een Afrikaans hoofddeksel, groeide op in Suriname. “Ik leerde over de Elfstedentocht en ik wist precies waar het Tjeukemeer lag. Eenmaal in Nederland merkte ik dat ik in een achterstandspositie verkeerde.” Winter verwijst naar het Surinaamse spreekwoord dans nanga one voetoe, dans op één been. “Dat betekent in feite: aanpassing is de sleutel tot een prettig verblijf in een vreemd huis. Maar dat slaat op Suriname. In Nederland moeten Surinamers juist terug naar hun eigen roots: niet aanpassen, wel handen schudden.”

Sinds twee jaar frequenteert Mohammed Abdul Kareem het Prefoeroe-centrum. “Hij verkondigt het evangelie, hij is de boodschapper van Farrakhan”, aldus Winter. “Het is een geleidelijk proces. Kareem pakt op straat precies de juiste mannen. Hier in Prefoeroe zijn nu een stuk of vier jongens die de Koran lezen en echt bidden. Maar ik schat dat er al zo'n vijf-, zesduizend mensen in Amsterdam Farrakhans preken beluisteren.”

Zelf zegt Winter de ideeën van Farrakhan “voor een groot deel” aan te hangen, inclusief diens omstreden stellingen over het jodendom. “De diamanthandel, de wapenhandel, de filmindustrie, alles is in joodse handen. Dat is statistisch bewezen. Alleen zou Farrakhan het allemaal wel iets genuanceerder mogen brengen, zodat zwarte jongeren niet denken: elke jood is een uitbuiter.” Winter beschouwt zwarten niet als superieur over blanken. “Voor Nederland is dat niet van toepassing”, zegt hij. “Zo iets moet je zien als de power van de redenaar. Farrakhan heeft voor iedereen een recept.”

De positie van zwarten in Nederland is fundamenteel anders dan die in Amerika, meent Winter, maar als we niet uitkijken gaat het hier dezelfde kant op. “Op de hoek is laatst een gangster doodgestoken. Hij was zwart, de moordenaars ook. De situatie is explosief. Neem de straatbendes in Den Haag en in Amsterdam, de rovende en plunderende zwarte jeugd. Zelfs mijn eigen zoon van 18 is lid van zo'n bull shit zwarte bende. Hij zou je daar alles over kunnen vertellen, maar dat wil hij vast niet.” We lopen van het kantoortje naar de ruimte beneden, waar het geurt naar cannabis. Winter jr. is aanwezig. Inderdaad wil hij niet praten, niet over Farrakhan, niet over jeugdbendes, niet over wat dan ook. Verlegen glimlachend schuift hij zijn dread locks opzij en verdwijnt zwijgend uit het zicht.

Natuurlijk zijn er zwarte jongeren die het goed doen op school, stelt Winter sr. “Maar als zo'n jongen bij een sollicitatie wordt afgewezen, denkt hij dat het komt omdat hij zwart is. Misschien is dat in tachtig procent van de gevallen niet waar, maar als zo'n afgestudeerde zwarte zijn gecriminaliseerde vriendjes niet kan laten zien dat hij door middel van studie een succesvolle weg bewandelt, is de negatieve spiraal een feit. Ik ken jongens die alle hoop op werk hebben verloren en die hun sollicitatiebrieven hebben verbrand.”

Nederland heeft volgens Winter een zwarte moslim beweging nodig. “Ons probleem is: we hebben hier geen Jesse Jackson, geen prediker als Farrakhan, er is niemand met een charismatische uitstraling. Mohammed Kareem speelt daar op in. De hele moeilijke-jongenswereld kent hem, echt iedereen. Hij heeft al heel wat junkies geholpen.”

Als haar zoontje naar school is, zet Gisela Adriaansz (33) uit Amsterdam vaak een cassettebandje op van Louis Farrakhan. “Hij zegt tegen ons zwarten: blijf jezelf, ontwikkel je. Dat spreekt mij aan, daar groei ik van. Farrakhan is mijn houvast”, zegt de Creoolse Surinaamse. “Zelf haat ik geen blanken, maar zolang Farrakhan niet oproept om ze te vermoorden maak ik er niet zo'n punt van dat hij blanken als duivels beschouwt. Sommigen zien hem als een zwarte Hitler maar in bepaalde opzichten heeft hij gewoon gelijk.”

Met de zwarte gemeenschap in haar buurt - Amsterdam-Oost - gaat het 'dramatisch slecht', meent Adriaansz. “Langzamerhand wordt het hier een echt getto. Kinderen van vier, vijf jaar hangen in de schoolpauze op het metrostation rond en spreken daar met junks. Dat is heel gewoon.” Ze meent dat de Surinaamse gemeenschap te goedgelovig is. “We hadden altijd het idee: Nederland zorgt wel voor ons. Maar intussen is er een hele generatie van zwarten die nooit aan de bak is gekomen en al is opgegeven. Ook hun kinderen behoren tot de verloren generatie.”

Adriaansz stelt dat zwarten “niet genoeg ego” hebben. Volgens haar heeft dat te maken met een gebrek aan zelfkennis en ontwikkeling. In haar persoonlijke vriendenkring noemen inmiddels “een stuk of zes mensen” zich black moslim. “Ik denk dat Farrakhan onder veel zwarten in Nederland bekend is. Steeds vaker zie ik zwarte jongeren met Malcolm-X truien en moslim-petjes rondlopen.”

Tof

Een onopvallende huisdeur in het Amsterdamse Betondorp. 'H.W. Fernand, organisatie- en managementadvies', meldt het naamplaatje. Het duurt geruime tijd voor er wordt open gedaan. “Sorry, ik was even in gebed”, zegt Hendrie Willem Fernand, alias Mohammed Abdul Kareem. De 46-jarige Creool is net terug uit de Verenigde Staten, met een tas vol cassettebandjes en boeken van Luis Farrakhan.

Fernand groeide op in Suriname. “Ik kreeg daar te maken met Uncle Toms die er normen en waarden op na hielden die vele malen erger waren dan die van de Nederlandse kolonialen.” Als teenager kreeg hij in zijn geboorteland achttien maanden gevangenisstraf “na een vechtpartij”. Op 17-jarige leeftijd vertrok hij naar Nederland. Ook hier kwam hij herhaaldelijk met justitie in aanraking. Wegens vuurwapenbezit en schietpartijen zat hij in totaal tien jaar gevangen. “U ziet, ik was geen koekie”, zegt Kareem. “Mijn bijnaam was Henkie Tof, dat staat ook op mijn arm getatoeëerd. Maar ik ben altijd rechtvaardig geweest. Zo heb ik iemand die een oude vrouw van haar tasje beroofde in zijn enkel geschoten.” Hij laat een foto zien van zijn dochtertje, geflankeerd door twee vuurwapens van forse omvang. “Rechts zie je een demper”, legt Kareem uit. “Als je met dat andere ding schiet, komt er een klein gaatje van voren en een groot gat van achter.”

Tussen zijn detenties in, bouwde Kareem een opmerkelijk curriculum vitae op. Hij was onder meer landelijk veldwerker van de Surinaamse welzijnsorganisatie Wan Pipel, voorzitter van de Groninger Junkiebond en voorzitter van de militante Surinaamse groepering MOSA. Op kosten van de Soedanese regering studeerde hij van 1993 tot begin dit jaar 'modern islamisme en theologie van de islamitische religie' aan de Universiteit van Khartoem. Sinds zijn terugkeer houdt hij als 'professor Kareem' drie keer per week spreekuur in zijn woonkamer, waarvan de muren volhangen met posters van onder meer een zwarte Jezus, Ruud Gullit en Desie Bouterse (“Een goede Surinamer”).

Het was in de gevangenis dat Fernand via Marokkaanse medegevangenen in aanraking kwam met de islam. Hij besloot zich te bekeren en zijn “koloniale naam” Henrie Fernand te veranderen in Mohammed Abdul Kareem. “Sindsdien ben ik geturnd. Maar ze kunnen aan je trekken en dan komt je slechte kant weer boven.” Dat laatste overkwam hem twee weken geleden nog. Kareem bevond zich in het kader van een uitzending over de Amsterdamse Staatsliedenbuurt met een cameraploeg van de lokale tv-zender AT5 in een Surinaams café. “Er ontstond een woordenwisseling met de café-eigenaar. Kareem kreeg daarop een waas voor ogen en begon met kapotte bierglazen en barkrukken te gooien”, bevestigt AT5-medewerker Kik Tunnissen desgevraagd. “Onze cameraman sprong tussenbeide en wist hem naar buiten te krijgen.”

Kareem stelt dat hij een black-out kreeg. “De duivel was bij mij in de buurt, het was daar een onreine plaats. Wat ik precies heb gedaan weet ik niet meer, maar één ding is zeker: ik heb bloed gezien.” Kareem loopt naar de keuken en haalt een groot mes tevoorschijn, met zo op het oog verse bloedsporen. “Dat mes is niet van mij”, zegt Kareem. “Dat hebben ze me later gebracht. Ik laat het acht dagen hier liggen en dan zal ik het aan de overkant van de straat ritueel begraven. Dan weet ik voortaan iedere keer als ik thuis kom wat er met mij kan gebeuren. U moet weten: ik ben een gevaar voor Surinaamse doctorandussen. Want ik maak mensen bewust, terwijl zij Allah besodemieteren”. Wijzend op het pistool dat openlijk op zijn bureau ligt: “Daarom ben ik altijd bewapend.”

Kareems in Groningen woonachtige dochter Diana Ploeger (21) is niet verbaasd over de vechtpartij. “Mijn vader wordt kwaad als zo'n domme neger hem beledigt. Dan gaat hij door het lint. Opeens is hij dan weer de ouwe Henkie Tof, die niet heeft geleerd met zijn gevoelens om te gaan.” Maar ze vergeeft haar vader. “Zijn bedoelingen zijn altijd goed.” Zonder enige scholing kwam hij naar Nederland, vertelt ze. “Hij was een echte straatboef. Veel van zijn generatiegenoten zijn verslaafd of dood. Door Farrakhan en de islam is hij bewust geworden.”

Zelf beschouwt ze Louis Farrakhan als een demagoog. “Toch ben ik enthousiast omdat hij het over onze cultuur heeft en daar hoor je anders nooit wat over. Bovendien stimuleert hij het zwarte volk om ook kritisch naar zichzelf te kijken.” Op de Havo las ze een boek over de slavernij in Suriname. “Ik schrok me dood. Ik kwam erachter wat er mis is met ons volk. Dat vrouwen met de slavenbazen naar bed moesten en dus kinderen kregen van iemand die ze haatten. Op school leerde ik alles over de Tweede Wereldoorlog, maar niets over de trauma's van de zwarte slaven. Ik heb een cassette waarop Farrakhan zegt dat de blanken ooit alle zwarten zullen willen uitroeien. Dat klinkt extreem, maar het zou ook best eens waar kunnen zijn.”

Diana schat dat de laatste tijd in Groningen enkele tientallen mensen cassettes van Farrakhan hebben aangeschaft. Zelf heeft ze er 25 verspreid. “Ik merk dat de beweging aanhang begint te krijgen, vooral in het coffeeshopcircuit in Arnhem en Amsterdam.” Hoe groot die aanhang is, valt niet te meten. Het is een geruisloos proces, waarbij cassettes en videobanden van hand tot hand gaan. Ook de scheiding tussen sympathie voor militante black power ideëen en voor Farrakhans Nation of Islam is vooralsnog moeilijk aan te brengen. Opvallend is dat geen van de door deze krant ondervraagde Creolen die Farrakhans toespraken beluisteren geschokt zijn door diens anti-semitische stellingen of van mening zijn dat dergelijke racistische uitlatingen zich juist tegen de zwarte gemeenschap zouden kunnen keren.

Tijdbom

Eduard Muys staat in Surinaamse kring bekend als een black historian. Op eigen gelegenheid verspreidt de 39-jarige Amsterdammer cassettes van Luis Farrakhan. “Hij biedt inzicht in het leven als zwarte in een witte maatschappij en als zwarte binnen het hele universum. Hij behandelt de slavernij, het imperialisme en ook nog de Koran en de bijbel.” Met nadruk noemt Muys zich geen volgeling van Farrakhan. “Op sommige punten heeft hij mij geestelijk verrijkt. Ik wil zijn zoals God en het ligt aan mij wat ik van Farrakhan wil overnemen.”

In Nederland, zo meent Muys, speelt het gebrek aan zelfbewustzijn de zwarte gemeenschap parten. “Wat weten we van onze afkomst, van onze geschiedenis? Als ik om me heenkijk zie ik alleen maar jonge alleenstaande moeders met kinderwagens. Ik zie zwarte mannen die overal kinderen hebben. Het is de witte meerderheid die verantwoordelijk is voor het minderhedenbeleid, maar ik vind het te makkelijk om alleen de blanken de schuld te geven van de crisis in de zwarte gemeenschap. Zwarten maken er zelf ook een zooitje van, we zijn bezig onszelf te vernietigen. Het is een tijdbom die alleen als gevolg van de goede sociale voorzieningen nog niet is afgegaan.”

Muys meent dat het de zwarte gemeenschap aan leiders ontbreekt. De opkomst van zwarte voetballers stemt hoopvol en Ruud Gullit spreekt zich regelmatig uit tegen het racisme, maar dat is volgens Muys niet genoeg. “God heeft de Surinamers Desie Bouterse gestuurd, de leider die het volk verdient. In Nederland is daar de tijd kennelijk nog niet rijp voor, maar Jezus is ook gekomen toen niemand het verwachtte.”

Ook Farrakhans Nederlandse boodschapper Mohammed Abdul Kareem sympathiseert met Bouterse. “Farrakhan maakt zwarten bewust, dus is hij een antisemiet”, zegt Kareem. “Bouterse doet hetzelfde, dus is hij een moordenaar en een cokedealer.” Van de decembermoorden ligt Kareem niet wakker. “Wat maken die vijftien doden nu uit, vergeleken met de manier waarop ons volk crepeert? En als Bouterse die moorden zelf heeft gepleegd - wat ik niet geloof - zal Allah hem terecht stellen. Daar ben ik van overtuigd.”

Hij wijst op tekst van de Bouterse-poster aan de muur: Fu mi fotu mi leri, van mijn fouten heb ik geleerd. Kareem: “Zo is het. Je moet groeien in je struggle. Ik heb hier een heel album vol foto's van dode zwarte junks. Die mensen kenden hun eigen roots niet. Voor die jongens die ik nu uit de vuilnisbakken zie eten, is het nog niet te laat. Maar als we niet uitkijken neemt de witte man - met zijn pincodes - alles van ons af. Dat is geen racisme, dat is de waarheid.”

    • Alfred van Cleef