De besmette campagne van president Samper verlamt Colombia; Het hele telefoonboek is verdacht

Nog nooit heeft Colombia zoveel succes geboekt in de strijd tegen cocaïnekartels als onder de regering-Samper. Maar de verkiezingscampagne van de president blijkt door diezelfde drugsmafia te zijn gefinancierd. Er zijn bewijzen tegen Samper, maar dat hij schuldig wordt verklaard verwacht bijna niemand. Balanceren op een wit lijntje.

De passagiers van American Airlines vlucht 916 uit Bogotá moeten deze zaterdagmiddag op de luchthaven van Miami extra lang wachten op hun bagage. Nog voordat de koffers en tassen uit een luik op de transportband vallen, leidt een vrouwelijke agent van de Amerikaanse douane een hond langs de wagentjes waarop de passagiers alvast hun handbagage hebben gezet. Hun koffers worden intussen elders gecontroleerd. De overwegend Colombiaanse passagiers van vlucht 916 wisselen nerveuze of beschaamde blikken en commentaren uit.

Schuldig tot het tegendeel is bewezen, lijkt het uitgangspunt van Amerikaanse en Colombiaanse autoriteiten bij de behandeling van reizigers. Op vliegveld Eldorado in Bogotá dient men drie uur van tevoren in te checken. De passagier wordt eerst gecontroleerd door de luchthaven zelf, dan bij de incheckbalie door de luchtvaartmaatschappij, vervolgens bij de gate en ten slotte wordt ieder stuk handbagage vóór het instappen minutieus onderzocht door de Colombiaanse politie. Sommige koffers worden uit het ruim van het vliegtuig gehaald en in aanwezigheid van de passagier onderzocht. Pas na een laatste fouillering van de passagiers in de slurf naar het toestel, mag worden ingestapt.

Twee maanden geleden werden op Eldorado liefst 24 passagiers van dezelfde vlucht aangehouden. Ieder van hen verborg meerdere kilo's cocaïne in zijn koffer. Nog dagelijks maakt Colombia zijn reputatie waar als bolwerk van de handel in cocaïne en in toenemende mate ook heroïne. Hoewel de Zuidamerikaanse drugssyndicaten tegenwoordig complete containers en zelfs vliegtuigladingen met verdovende middelen richting Rotterdam, Málaga, Miami of Los Angeles sturen, behoren de zogenoemde 'muilezels' die één of meerdere kilo's tegelijk smokkelen nog steeds niet tot het verleden. Veel van hen zijn Colombianen en de argwaan van luchthavenautoriteiten is dan ook begrijpelijk. Een hoge militair die jarenlang anti-drugsoperaties leidde in de stad Medellín schreef in zijn memoires: “We begonnen in januari met een zoekoperatie naar drugshandelaren, huurmoordenaars en andere personen die betrokken waren bij deze handel of zich hadden verrijkt met de coca. In juni was de lijst dusdanig lang, dat we tot de conclusie kwamen dat het veel sneller zou werken als we in het telefoonboek van de stad de namen aankruisten van de personen die, direct of indirect, bij de handel betrokken waren”.

Colombia leeft in de greep van de drugs. Indien het Colombiaanse parlement representatief is voor de bevolking van het land, zou ten minste de helft van de Colombianen op één of andere wijze betrokken moeten zijn bij de drugsmafia. Volgens conservatieve schattingen speelt zo'n vijftig procent van de afgevaardigden en senatoren in het Colombiaanse Congres onder één hoedje met de cocaïne-kartels. “Ik houd het erop dat tachtig tot vijfentachtig procent van het Congres door de narcos is gecorrumpeerd”, zei een topfunctionaris van de Colombiaanse drugsbestrijding in een gesprek met deze krant. “In Colombia zijn de drugs overal: we hebben narco-generaals, narco-politici, narco-guerrilleros, narco-ambtenaren en zelfs narco-priesters.” Deze drugsbestrijder is dan ook al verschillende malen met de dood bedreigd en wil daarom uitsluitend spreken op voorwaarde van anonimiteit.

Duur briefje

De infiltratie van de narco-mafia's in de politiek heeft geleid tot de smadelijke, maar juiste karakterisering van Colombia als een narcocratie. In een vraaggesprek met de Spaanstalige televisieprogramma Noticiero CNN Internacional gaf de Colombiaanse president Ernesto Samper onlangs toe dat er “de afgelopen tien jaar geen enkele activiteit in Colombia is geweest die niet is aangeraakt door de narco-mafia”. En daarop gold natuurlijk één uitzondering: het presidentschap.

Maar niets blijkt minder waar. In de afgelopen maanden is president Samper in toenemende mate in het nauw geraakt. Zijn verkiezingscampagne vorig jaar zou voor een groot deel zijn gefinancierd door de drugsmafia, met name door het Cali-kartel. De zaak, die in Colombia bekend staat als het 'Proces-8000', naar het oorspronkelijke archiveringsnummer van het strafrechtelijk vooronderzoek, heeft al geleid tot de arrestatie van acht mensen, onder wie Santiago Medina, de voormalige penningmeester van Sampers verkiezingscampagne. Verklaringen van Medina - die daags na het verhoor door speciale aanklager Alfonso Valdivieso woord voor woord te lezen waren in het Colombiaanse dagblad El Tiempo - leidden begin augustus tot de aanhouding van de minister van defensie, Fernando Botero. Hij was ten tijde van Sampers campagne werkzaam als algemeen manager en zag zich geconfronteerd met kosten die uit de hand liepen. De tweede verkiezingsronde deed de rekening nog veel hoger oplopen. Volgens penningmeester Medina had Botero hem daarom naar de stad Cali gestuurd. Daar moest hij geld zien los te krijgen van de gebroeders Rodríguez Orejuela, leden van het Cali-cocaïnekartel. Op een briefje zou Botero - zoon van de gelijknamige en beroemde beeldend kunstenaar en schilder - een aantal voorwaarden en concessies voor de criminele sponsoring hebben geschreven. Dat bracht de beoogde geldschieter, Miguel Rodríguez Orejuela, tot de uitspraak dat het briefje “de duurste Botero is die ik bezit”. De bijdrage van het Cali-kartel aan de verkiezingscampagne van Samper zou 6,5 miljoen dollar hebben bedragen.

Terwijl alle betrokkenen in het Proces-8000 worden onderzocht door speciale aanklager Valdivieso, houdt de zogenoemde Commissie van Aanklachten van het Colombiaanse Congres zich bezig met de rol die Samper mogelijk heeft gespeeld bij de narco-sponsoring van zijn campagne. De president ontkent dat hij op de hoogte was. Onder voorzitterschap van Sampers partijgenoot, de liberale afgevaardigde Heyne Mogollón, zal de commissie mogelijk al volgende week uitspraak doen over Sampers betrokkenheid. Indien de commissie deze betrokkenheid bewezen acht, kan dat uiteindelijk leiden tot de afzetting van Samper als president. Maar in Colombia geloven weinigen dat de commissie de president schuldig zal verklaren. Vriendjespolitiek en partijbelangen van de commissieleden zijn een goede garantie voor de parlementaire absolutie van het staatshoofd.

Een overweldigende meerderheid van de Colombianen meent volgens recente opiniepeilingen dat hun president weet had van de drugsgelden in zijn campagne. De anonieme functionaris van de Colombiaanse drugsbestrijding gaat nog verder: “Ernesto Samper is al sinds de jaren tachtig nauw betrokken bij het Cali-kartel, onder meer via het bestuur van een aantal banken”. Hij noemt de voormalige speciale aanklager Gustavo de Greiff (momenteel de Colombiaanse ambassadeur in Mexico) een sleutelfiguur. “Als speciale aanklager had De Greiff nauwe banden met het Cali-kartel. Zo heeft hij aanvankelijk ook de bewijzen tegen Samper kunnen onderdrukken”.

Bewijsmateriaal

De Amerikanen, die al geruime tijd belastende informatie over Samper en andere topfunctionarissen van de Liberale Partij in hun bezit hebben, waren op de hoogte. En daarmee zouden ze Samper al voordat hij zich voor het presidentschap kandidaat had gesteld hebben geconfronteerd, om hem onder druk te zetten. Wanneer hij eenmaal president zou zijn moest Samper van de Amerikaanse autoriteiten streng optreden tegen de kartels. Dat is inderdaad ook gebeurd. Paradoxaal genoeg heeft Colombia nog nooit zoveel succes geboekt in de strijd tegen de georganiseerde drugsmisdaad als in het afgelopen jaar onder de regering-Samper. In een reeks acties die in samenwerking met de Amerikaanse drugsbestrijdingsdienst DEA en de CIA werden gecoördineerd, hebben Colombiaanse drugsbestrijders vrijwel alle leiders van het Cali-kartel aangehouden. Met de gewelddadige dood van drugsbaron Pablo Escobar in december 1993 is in theorie zowel het kartel van Medellín als dat van Cali - samen de belangrijkste leveranciers van cocaïne ter wereld - opgerold.

Bij de arrestaties van de leiders van het Cali-kartel werden vele duizenden documenten, brieven, cheques en ander bewijsmateriaal door de politie in beslag genomen. De ironie wil dat juist dat materiaal ook de aan Samper en de zijnen gerichte beschuldigingen bleek te rechtvaardigen.

De hoge functionaris: “De Amerikanen hadden niet gedacht dat de bewijzen die zij tegen Samper hadden in de vorm van geluidscassettes met belastende telefoongesprekken een intern proces op gang zouden brengen in Colombia. Zij wilden alleen maar Samper kunnen manipuleren.”

De crisis rond de besmette campagne van president Samper heeft een verlammend effect op Colombia. In de hoofdstad Bogotá is men somber en onzeker over de toekomst. Ondanks de gezamenlijke successen in de strijd tegen de drugshandel zijn de betrekkingen tussen Colombia en de Verenigde Staten danig verstoord, nu beide landen opzettelijk informatie hebben laten uitlekken en harde uitspraken over elkaar hebben gedaan. De vredesbesprekingen tussen de Colombiaanse regering en de twee grote communistische guerrilla-organisaties die al meer dan drie decennia in Colombia opereren, de Revolutionaire Strijdkrachten van Colombia (FARC) en het Nationale Bevrijdingsleger (ELN), zijn afgebroken. Het ELN heeft laten weten “niet met een narco-regering te willen onderhandelen”. Maar de linkse guerrilla sluit ook gelegenheidsallianties met de drugsmafia. “De macht van de drugsbaronnen blijft groot”, zegt monseigneur Vega, die persoonlijk betrokken was bij contacten tussen de regering en de guerilla. “De corrumperende factor van geld is enorm.” Colombia is één van de gewelddadigste landen ter wereld. Vorig jaar werden er per dag gemiddeld 111 mensen vermoord. Uit een recente studie van het Amerikaanse Centers for Disease Control blijkt dat moord in achttien procent van de sterfgevallen de doodsoorzaak is in Colombia (in de Verenigde Staten is dat 1,2 procent). Sinds augustus geldt in Colombia de zogenoemde estado de conmoción interior, een soort noodtoestand die de autoriteiten, met name leger en politie, vergaande bevoegdheden geeft in de aanpak van geweld; veelal door de toepassing van nog meer geweld. “Hier worden alle conflicten met lood opgelost”, zei televisiejournalist Hernando Corral onlangs dan ook.

Het rechtssysteem in Colombia functioneert slecht. “De Colombianen maken elkaar af omdat ze weten dat ze niet zullen worden gestraft”, meent Gustavo Gallón, directeur van de Colombiaanse afdeling van de Andes-commissie van juristen. Vooral in de twee officieuze hoofdsteden van de narcocratie, Medellín en Cali, wordt veel gemoord. Maar ook de provincie Urabá heeft recentelijk met afschuwwekkende slachtpartijen te maken gekregen. De afgelopen maanden hebben paramilitaire bendes of guerrilla-eenheden er tot drie maal toe groepen arbeiders op bananenplantages bijeengedreven en geëxecuteerd.

De econoom Francisco Thoumi, directeur van het centrum van internationale studies aan Colombia's prestigieuze Universiteit van de Andes en auteur van het boek Economie, politiek en drugshandel, wijt de situatie in zijn land aan een gebrek aan sociale cohesie. Volgens Thoumi is de Colombiaanse samenleving als gevolg van het ontbreken van iedere vorm van controle 'extreem individualistisch' geworden. “Mensenrechten zijn hier alleen belangrijk als het om de eigen rechten van het individu gaat. De staat kan geen sociale akkoorden afdwingen en de gemeenschap is vijandig.” Dat is de ideale voedingsbodem voor de drugshandel, aldus Thoumi. “Colombia had wat dat betreft een voorsprong op andere landen.”

Staatsgreep

In de hoofdstad Bogotá vragen velen zich inmiddels af, wat er zal gebeuren als president Samper daadwerkelijk moet aftreden. Het is nog onbekend welke rol het Colombiaanse leger, dat in de recente geschiedenis loyaal was met de overheid, dan zal gaan spelen. “We zijn nu aanbeland in het voorportaal van een verschrikkelijke situatie”, sombert een analist van een niet-gouvernementele organisatie die eveneens om anonimiteit vraagt. “De geruchten over een mogelijke staatsgreep door het leger nemen toe. Ik schat de kans daarop nu op zo'n twintig procent.” Legerchef generaal Harold Bedoya, die door vriend en vijand als ultra-conservatief wordt bestempeld, zou daar volgens de analist op uit zijn: “Hij is de Pinochet van Colombia.” Bedoya, die ook het brein is achter de paramilitaire doodseskaders in het land, had onlangs een ontmoeting met een aantal voormannen uit het machtige Colombiaanse bedrijfsleven. En dat wordt als een omineus voorteken gezien.

Terwijl het in Colombia gist van de geruchten en de incidenten zich opstapelen, probeert president Ernesto Samper de negatieve publiciteit over zijn regering en zijn land in te dammen met fotogenieke gebeurtenissen als zijn officiële bezoek vorige week aan Duitsland. Colombiaanse ambassadeurs verlaten intussen hun buitenlandse posten als ratten een zinkend schip. Met zijn vice-president Humberto de la Calle, die ook de nieuwe ambassadeur in Madrid is, heeft Samper vrij openlijk ruzie. Nog voordat hij zijn geloofsbrieven aan koning Juan Carlos had aangeboden, erkende De la Calle in een vraaggesprek met met Spaanse dagblad El País dat de verkiezingscampagne van Samper en hemzelf inderdaad was gefinancierd door het Cali-kartel.

De strijd tegen het Medellín-kartel mag dan gewonnen zijn, op de puinhopen van het misdaadsyndicaat van Pablo Escobar bloeit nu een nieuwe gemeenschap van kleinere groeperingen, de zogenoemde Clan van Antioquia. Volgens de hoge functionaris van de Colombiaanse drugsbestrijding gaat deze groep voorzichtiger te werk dan het Medellín-kartel destijds. Daardoor is de Antioquia-clan moeilijker te bestrijden. In Cali lijkt de strijd voorlopig gestreden. Maar experts zeggen dat de rol van het kartel daar mogelijk zal worden overgenomen door de verschillende Mexicaanse narco-mafia's. Het Colombiaanse weekblad Cambio 16 publiceerde deze week een artikel dat is toegeschreven aan een DEA-functionaris. Daarin wordt beweerd dat het Cali-kartel ook de verkiezingscampagne van de Mexicaanse president Ernesto Zedillo sponsorde. De Mexicaanse president ontkent en dreigt het blad wegens smaad te zullen vervolgen. Maar in Mexico-Stad, Bogotá en vooral in Washington wordt al gevreesd dat Mexico de volgende narcocratie zal zijn.