De aanval die niet kwam; Waar bleven de beloofde vliegtuigen voor Srebrenica?

De afgang van Dutchbat en de verdwijning van duizenden moslims had voorkomen kunnen worden. In de nacht voor de val van Srebrenica was de Serviërs een ultimatum gepresenteerd; er was een 'armada' van Navo-vliegtuigen onderweg die massale aanvallen zouden uitvoeren. Om 06.50 uur 's ochtends tuurden de Dutchbat-soldaten de horizon af. Maar waarom kwamen de vliegtuigen niet in actie? Over de motieven van Janvier, de beperkingen van Akashi en de prioriteiten van Nicolai.

Liggend op zijn brits in het PTT-gebouw van Sarajevo zag generaal Nicolai, telkens als hij zijn ogen sloot, de executie van dertig Nederlandse soldaten. In de nacht van maandag 10 op dinsdag 11 juli kon hij niet slapen. Nicolai, stafchef van het tandeloze VN-leger in Bosnië, had eerder die avond per satelliet-telefoon een ultimatum gesteld aan de Servische generaal Tolimir: bij het ochtendgloren moesten de oprukkende Servische troepen en tanks zich uit de safe haven Srebrenica hebben teruggetrokken.

Tolimir had hem niet laten uitspreken. “Waar heeft u het over? Er zijn helemaal geen Serviërs in de enclave”, zei hij. “Generaal, u moet niet blindelings afgaan op de moslimpropaganda.”

Moeizamer had deze laatste poging om de Servische overrompeling van Srebrenica te voorkomen niet kunnen beginnen. De omsingelde vallei in Oost-Bosnië met z'n 42.000 samengedreven moslims, bewaakt door een uitgedund legertje Nederlandse peacekeepers, stond op het punt te bezwijken. Eerdere lichtingen Srebrenica-gangers hadden zich vergeleken met 'bewakers van een openlucht-gevangenis' en zagen het als hun taak de vluchtelingen binnen de grenzen van het VN-reservaat te houden. Maar nu was het zaak de indringers te verjagen - of er zou een bloedbad onder de moslims worden aangericht. Een voorproefje had de bevolking al gehad: een stalinorgel bij het stadje Bratunac vuurde raketten af op het ziekenhuis in het hart van de stad.

De ultieme verdediging van de enclave rustte op de bereidheid van de Navo om gerichte klappen uit te delen - net zo lang tot de dreiging was weggenomen. Een oogwenk van de VN-macht was voldoende om de oorlogsmachinerie van het bondgenootschap in werking te stellen, en het moment voor zo'n teken leek daar. Het uur U was gesteld op tien voor zeven de volgende morgen.

Een 'armada' van gevechtstoestellen, zo'n zestig in getal, steeg om zes uur 's morgens op van de vliegbasis Villafranca in Italië en van een Amerikaans vliegdekschip voor de Dalmatische kust. Vijfeneenhalf uur cirkelde de luchtvloot boven de Adriatische zee, wachtend op een teken dat niet kwam. Uit een reconstructie van de laatste 24 uur van het Veilige Gebied Srebrenica - aan de hand van onder meer de logboeken van de VN - blijkt dat het luchtaanvalsplan op het kritieke moment is vertraagd, verwaterd en verlaten.

Getraineerd

Waarom? “Het antwoord op die vraag kan wel eens zo griezelig zijn dat ik er liever niet over nadenk”, zegt een Nederlandse VN-officier die tijdens de crisis aan tafel zat met generaal Bertrand Janvier en gezant Yasushi Akashi, respectievelijk de militair en de politiek leider van de VN-missie in ex-Joegoslavië. Alles wijst erop dat de in het nauw gedreven Dutchbatters èn de bevolking van de enclave zijn geofferd om de weg vrij te maken voor een ruwe vrede in Bosnië waarin geen plaats is voor hinderlijke reservaten. Op maandagavond leken de verschillende niveaus in de VN-bevellijn (Zagreb - Sarajevo - Tuzla - Srebrenica) nog samen aan hetzelfde aanvalsplan te werken. Op dinsdagmorgen liet het hoogste echelon het echter afweten, de lagere in opperste verwarring achterlatend.

“Het hele zaakje stinkt”, zegt een VN-officier van het niveau Tuzla. “De operatie is urenlang door Zagreb getraineerd. We zijn om de tuin geleid.”

Hebben Janvier en Akashi zich door het saboteren van het luchtaanvalsplan van de 'lastige' enclave Srebrenica willen ontdoen? “Als dat zo is dan is er een smerig spel gespeeld met hun eigen militairen en de bevolking als inzet”, zegt generaal Nicolai van het hoofdkwartier in Sarajevo. Namens de protection force Unprofor in Bosnië had hij op maandagavond generaal Tolimir gedreigd met luchtaanvallen - maar de Serviër was niet onder de indruk. Waar zouden de Serviërs ook bang voor zijn? In hotel Fontana in Bratunac en in de bauxietmijn van Milici hielden ze dertig Dutchbatters in gijzeling die bij het begin van het Servische offensief uit hun observatieposten waren gekropen.

In de veronderstelling dat de oorlog voor hen voorbij was, hadden ze zich maar wat graag laten ontwapenen en afvoeren. Sergeant Johan Bos had zich als gevangene in Bratunac eigenlijk alleen ongemakkelijk gevoeld toen zijn gastheren de drankrekening van 540 mark presenteerden; groepscommandant Warner Ceelen in Milici had zijn voetballende en naar de meisjes lonkende mannen nog moeten toespreken: “Zeg, we zijn hier niet op vakantie.”

Maar Nicolai zag ze voor zich: wijdbeens, op een rijtje tegen de muur. Ze konden ook als 'menselijk schild' aan een lantaarnpaal geketend worden - net als na de Navo-aanval op een Servisch munitiedepot in mei. De generaal vond niettemin dat hij moest doorzetten. De 42.000 moslims in de belegerde vallei waren meer waard dan dertig VN-soldaten, 'ook al waren het Nederlanders'. Minister Voorhoeve - die in de bunker onder zijn ministerie naast de telefoon zat - werd op de hoogte gebracht van het nakende bombardement. “Het zwartste senario is werkelijkheid geworden. Luchtacties zijn nu onvermijdelijk,” zei hij op televisie.

Dutchbat-overste Ton Karremans, die al vier keer vergeefs de hulp van de Navo had ingeroepen, zou de volgende morgen de luchtsteun krijgen waar hij om had gevraagd. Nog was het niet te laat om de val van het Veilige Gebied af te wenden. Servische infanteristen, ondersteund door tanks, waren op maandag opgerukt tot op één kilometer van de bebouwde kom. Zes Dutchbat-pantservoertuigen, die in groepjes van twee een blokkade hadden opgeworpen op de weg ten zuiden van de stad, brachten samen met gewapende moslims de opmars tot stand. Kolonel Harm de Jonge in Zagreb drong er bij generaal Janvier op aan om de Nederlandse troepen met luchtaanvallen bij te staan. “Anders verliest u uw geloofwaardigheid”, had hij gezegd. Maar de Fransman gaf geen krimp. Wel belde hij de Servische geweldenaar Ratko Mladic, tot twee keer toe, en sommeerde hem de aanval te staken. 's Avonds bestelde hij bij de Navo-verbindingsofficier in Zagreb een groot aantal vliegtuigen die de volgende morgen 'stand by' in de lucht moesten hangen.

Over hun missie bestond bij de lagere niveaus geen enkel misverstand: zij zouden veertig geïdentificeerde doelen uitschakelen - radarsystemen, luchtafweer, het stalinorgel bij Bratunac, artillerieposities op de berg Rogac en twee tot vier tanks pal ten zuiden van Srebrenica-stad.

's Nachts om vijf over één kreeg Tuzla bericht van Sarajevo dat in totaal zes 'pakketten' F 16's van het type Falcon aan de actie zouden meedoen. Elk pakket zou tien toestellen tellen. 'Time over target: 06.50 hrs', noteerde de Noorse kapitein Harald Kjaerstad in het dagrapport. “Iedereen op de basis in Tuzla was opgelucht over deze aankondiging”, zegt hij. “We leefden enorm mee met het Nederlandse bataljon en de bevolking van Srebrenica. Tot dan toe hadden we vier verzoeken tot luchtsteun doorgegeven, die stuk voor stuk waren afgewezen. Maar nu, zo dachten we, was het tot Sarajevo en Zagreb doorgedrongen dat het tijd werd om in te grijpen.”

Ook de militaire VN-waarnemers (UNMO's), die via hun eigen informatiekanaal in contact staan met de Veiligheidsraad in New York, werden ingelicht. “Om drie uur 's nachts ontving ik een gecodeerd bericht: Navo-luchtaanvallen om tien voor zeven”, zegt een Noorse UNMO in Tuzla.

Het logboek van het regionale centrum in Tuzla toont aan dat het aanvalsplan is doorgegeven aan Dutchbat in Srebrenica. 'Passed on to Dutchbat', staat er in de rubriek Action. Om zes uur kondigt waarnemend commandant kolonel Brantz van de VN-basis in Tuzla de alarmfase Oranje af, gevolgd door Rood - de hoogste staat van paraatheid - om kwart voor zeven. “Wij zaten klaar om de resultaten van het bombardement door te geven aan Sarajevo”, zegt majoor Wijsbroek, de rechterhand van Brantz. “De lijst met doelen lag voor ons op tafel.”

Kort voor middernacht was overste Karremans in de compound 'Potocari' over het aanvalsplan ingelicht - rechtstreeks door Sarajevo. Hij sprong in zijn jeep en reed naar het postkantoor van Srebrenica waar hij tot twee uur 's nachts zou blijven om de burgemeester en de bevelhebber van de moslimstrijders te informeren. In het licht van de koplampen zag hij zo'n honderd gewapende mannen, die de toegang tot het Bravo-kampement met een boomstam hadden gebarricadeerd onder het motto: “Als wij ten onder gaan, dan jullie ook.” De strijders eisten ingrijpen van de Navo. Pas toen Karremans vertelde dat hij 'goed nieuws' kwam brengen, werd de wegversperring opgeruimd.

Hint

Ramiz Becirovic, de bevelhebber van het slecht bewapende moslimlegertje, vertelt dat de Dutchbat-commandant een kaart van Oost-Bosnië ontvouwde. “Hij markeerde daarop de zone in het zuiden van de enclave waar de Servische indringers zaten en zei: blijf daar weg met je mannen want alles wat in dat gebied beweegt zal vernietigd worden.”

'Zelfs de mieren', herinnert Fahrudin Salihovic zich, de burgemeester. Karremans sprak over een “grootscheeps en niet al te precies” bombardement dat door veertig tot zestig vliegtuigen zou worden uitgevoerd, maar de burgemeester geloofde hem niet. “Kon Karremans de luchtaanval garanderen?” Tot twee keer toe antwoordde hij: “Don't shoot the pianoplayer.” De tolk legde dat uit als een hint om de brenger van goed nieuws niet lastig te vallen.

Majoor Joseph Kingori, een Kenyaanse UNMO die bij de nachtelijke ontmoeting aanwezig was: “Karremans raadde Ramiz (de moslimcommandant) aan om zijn troepen uit de zuidpunt van de enclave terug te trekken en het gebied tot aan de stadsrand te ontruimen.”

In Potocari vroeg de tolk Emir Suljagic aan majoor Robert Franken, de tweede man van Dutchbat, wat er ging gebeuren. “De Navo zal alle Servische stellingen rond de enclave wegvagen”, zou hij gezegd hebben. “Ik klampte me vast aan dat nieuws. Dit was onze laatste kans op redding”, zegt de tolk.

Twee Britse Forward Air Controllers, specialisten in het gidsen van de vliegtuigen naar hun doelen, maakten zich op voor het gevecht. Ze vroegen commandant Ramiz om een verkenner en klommen naar een strategische plek met uitzicht op de vallei. De bemanning van de pantservoertuigen van Dutchbat zouden met rooksignalen de rand van het mijnstadje hebben gemarkeerd, zodat de met duizend kilometer per uur overscherende jets zich niet zouden vergissen.

Bij het aanbreken van de dag stonden de burgemeester, de bevelhebber, de UNMO's en eigenlijk iedereen in de enclave naar de lucht te kijken. Maar er kwamen geen vliegtuigen.

Uren later, nadat het defaitisme zich weer had genesteld, begon het granaten te regenen met een intensiteit die deed denken aan de dagen in april 1993 toen Srebrenica voor het eerst bijna bezweek. De Verenigde Naties hadden toen een massaslachting onder de moslimbevolking voorkomen door de stad uit te roepen tot een gedemilitariseerde safe haven, bewaakt door peacekeepers. Nu, twee jaar later, sloegen de blauwhelmen zelf op de vlucht. De Bravo-compagnie in de stad lag onder vuur. Kort nadat er een granaat tussen de drommen vluchtelingen bij de poort was ontploft, kreeg het kamp van Karremans de opdracht “het gordijn te sluiten”. In hun pantservoertuigen en trucks baanden de Nederlanders zich in paniek een weg door de stoet van duizenden ontheemden. Er vielen kinderen en bejaarden onder de rupswielen, maar de overlevingsdrang van de soldaten onderdrukte de impuls tot omkijken, remmen, helpen of stoppen. Het logboek vermeldt om 16.00 uur: Bravo-kampement ingenomen door BSA (Bosnian Serb Army).

Grondmist

Drie maanden later is op het VN-hoofdkwartier in Zagreb de stemming voor het eerst sinds het uitbreken van de oorlog in Bosnië in majeur. De nazomer lokt het personeel naar de bankjes die buiten in carré staan opgesteld om een veldje vol witte schotelantennes. Sinds de inname van Srebrenica zit er schot in de vrede, waardoor peacekeeping niet meer zo'n frustrerende bezigheid is. Vragen over het lot van de 8500 vermisten, over massagraven en -executies, ze zijn zo welkom als een overlijdensbericht op een bruiloft.

De val van de enclave, daarover lijkt iedereen het eens, was het keerpunt in de Bosnische crisis. Is dat waarom het VN-hoofdkwartier in Zagreb niet thuis geeft op de vraag: waar bleven de beloofde vliegtuigen op dinsdagochtend 11 juli?

“Er zou grondmist hangen”, vertelde Karremans bij terugkeer in Zagreb. “Maar die hing er niet.” Een VN-kapitein in Tuzla: “Het voelde alsof het hoogste VN-bevel een mes in onze rug had gestoken.” Aanvoerder Ramiz van het ongeregelde leger van Srebrenica: “Karremans had die nacht in het postkantoor moeten zeggen: de VN is niet van plan de enclave te verdedigen.”

De Keniaanse UNMO Kingori: “Natuurlijk voelden de moslims zich verraden. En terecht. De ontruiming van de zuidpunt van de enclave in combinatie met het uitblijven van de vliegtuigen heeft de weg opengelegd voor de Serviërs. Die konden de stad ongehinderd innemen. De VN hebben een spel gespeeld met de enclave. Wat voor spel weet ik niet. Ik constateer slechts dat dit de makkelijkste manier was om van Srebrenica af te komen.”

Julian Harston, het hoofd van de denktank van de VN-gezant Yasushi Akashi, geeft toe dat de val van Srebrenica niet ongelegen kwam. “De verdwijning van de enclaves Srebrenica en Zepa heeft de weg vrijgemaakt voor het gebruik van disproportioneel geweld”, zegt hij. Zo kon eind augustus één granaat op de markt van Sarajevo worden bestraft met een twee weken durende campagne van bombardementen op Servische stellingen in heel Bosnië. Talloze eerdere pogingen tot ingrijpen liepen uit op een vernedering van de VN: de bluf van de Navo-alliantie werd telkens genadeloos afgetroefd door de Servische gijzeling van VN-militairen.

De grootste en meest kwetsbare groep kandidaat-gijzelaars waren de Nederlanders in het afgelegen moslimdal in Oost-Bosnië. De UNMO's werden teruggetrokken uit Bosnisch Servisch gebied, de Oekraïense soldaten in Zepa en de Russen in het Servische deel van Sarajevo konden blijven zitten omdat het geloofsgenoten en vriendjes van de Serviërs waren. Gorazde, ook omsingeld door Serviërs, was groot genoeg om zich op eigen kracht te verdedigen en de daar aanwezige Britten zouden zo nodig met een luchtbrug uit Sarajevo worden geëvacueerd. “Maar Dutchbat kon Srebrenica verdedigen noch verlaten”, zegt Harston.

De suggestie als zou de VN-macht de enclave door nalatigheid of opzet in handen van de Servische veldheer Mladic hebben gespeeld, irriteert hem. “De bewering dat Srebrenica de prijs was die wij wilden betalen is vals. We hebben alles gedaan om het Veilig Gebied te beschermen.” Maar wat is er geworden van het ultimatum aan de Servische generaal Tolimir? De VN-diplomaat zegt van geen ultimatum te weten. En van het aanvalsplan dat niet doorging? Harston: “Zo'n plan heeft nooit bestaan.”

Ook de woordvoerder van generaal Janvier bezweert dat er in Zagreb niets bekend is over geplande luchtaanvallen op doelen rondom de enclave. Het komt hem allemaal zogezegd zeer onwaarschijnlijk voor. “Je kunt toch geen vlieg doodslaan met een hamer?” zegt hij.

De Fransman Janvier heeft meer dan eens zijn beklag gedaan over zijn militaire mission impossible: de bescherming van de moslimenclaves. Srebrenica, als een permanent reservoir van potientiële gijzelaars, zag hij als een sta-in-de-weg voor het van hem verlangde 'robuuste optreden' tegen de Serviërs. Volgens een van zijn adviseurs heeft hij een zoveelste luchtsteun-verzoek van overste Karremans afgewezen met de woorden: “Heren, begrijpt u dan niet dat ik van die enclaves af moet?”

In mei al had de strateeg Janvier de Veiligheidsraad in New York achter gesloten deuren gevraagd: “Ontsla mij van de verantwoordelijkheid voor de verdediging van de enclaves!” Zijn woordvoeder voegt daar nu aan toe: “Srebrenica is voor ons al lang geen issue meer. Terugblikkend heeft Janvier gelijk gekregen: de kans op vrede is nog nooit zo groot geweest als nu.”

Blunders

Het door Nicolai doorgebelde ultimatum van het VN-hoofdkwartier Sarajevo aan de Servische belegeraars is een lege dop gebleken: het is nooit gedekt door Janvier in Zagreb. Bouwde generaal Nicolai zijn strategie op het offer van dertig gegijzelde landgenoten - een unicum in de krijgsgeschiedenis van het VN-leger in Bosnië - Janvier en Akashi weigerden hem het wapen te geven waarmee hij had gedreigd. Tolimir noch Mladic hebben iets van zich laten horen: vanaf acht uur in de morgen ratelden slechts de mitrailleurs. Nicolai schetst een beeld van haperende commandolijnen, procedurele blunders en oekazes van hogerhand, die samen op 11 juli de val van Srebrenica hebben bezegeld.

Na het verstrijken van de deadline zou er volgens Nicolai geen 'airstrike' volgen (VN-jargon voor een vergeldingsactie met toestemming van New York) maar wel 'close air support' (luchtaanvallen ter verdediging van Unprofor-troepen en/of burgers waarvoor een go ahead van Janvier en Akashi voldoende is). Binnen de regels van close air support bereidde hij samen met commandant Karremans in Srebrenica een grootscheepse luchtaanval voor. Een lijst met 'veertig harde doelen' was via de hiërarchieke lijnen doorgefaxt naar alle bevelsniveaus. Nicolai zegt dat hij de hele ochtend in Sarajevo heeft zitten wachten op een formele aanvraag tot luchtsteun van Srebrenica en Tuzla, een voorwaarde voor het geven van close air support. “Die aanvraag kwam bij mij pas binnen om 11 uur 40, tien minuten nadat de toestellen waren teruggeroepen naar hun bases”, zegt hij. “Ik heb dat verzoek onverwijld ter goedkeuring doorgestuurd aan Zagreb.”

De VN-staf in Tuzla noemt deze lezing “om te huilen” zo triest. “Als wij worden ingelicht, zoals die nacht is gebeurd, over een glashard ultimatum met daaraan gekoppeld een al even glasharde sanctie, compleet met het precieze tijdstip waarop de vliegtuigen boven hun doel verschijnen... Moeten wij dan nog een verzoek gaan indienen? Nee toch zeker! Dan laat je de bommen los.”

Zowel Tuzla als Srebrenica verkeerden die morgen in de veronderstelling dat de jets hoe dan ook zouden toeslaan. Toen echter de hemel stil bleef, en de Serviërs tevoorschijn kwamen om twee Nederlandse pantservoertuigen op verkenning onder vuur te nemen, heeft Karremans - het was inmiddels acht uur 's morgens - alsnog een luchtsteunverzoek ingediend. De dagrapporten van de VN-basis in Tuzla bevestigen dat. Nicolai in Sarajevo zegt het verzoek niet ontvangen te hebben, Janvier en Akashi in Zagreb hebben het onder ogen gehad en afgekeurd.

Voor de tweede keer binnen twaalf uur belde waarnemend commandant Brantz in Tuzla minister Voorhoeve in Den Haag met de mededeling dat Dutchbat luchtsteun nodig had. Majoor Wijsbroek herinnert zich dat Brantz zei: “Excellentie, wendt uw invloed bij de VN en de Navo aan. Er moet nu echt iets gebeuren, anders hoeft het niet meer.”

Een herhaald verzoek van Karremans tot Navo-ingrijpen, dat via Nicolai rond het middaguur in Zagreb binnenkwam, is eerst na grof aandringen van een VN-officier aldaar ontvankelijk verklaard. “Ik heb die kleine Chinees flink in zijn ballen getrapt”, zei hij over de Japanner Akashi.

Om 12 uur 25 rolde er uit de fax op het Unprofor-hoofdkwartier in Sarajevo de lang verwachte toestemming van Zagreb, compleet met de handtekeningen van Janvier en Akashi. Tot verbazing van Nicolai stonden er allerlei restricties bij. Zo mochten de gevechtsvliegtuigen slechts ingezet worden tegen tanks in de enclave of 'vurend artilleriegeschut'. De generaal: “Massaal artillerieposities aanvallen was er dus niet bij. Het kwam erop neer dat de piloten een rokende loop moesten zien voordat ze in actie mochten komen. Die beperkingen waren totaal nieuw voor mij. Ik had dat nog nooit eerder meegemaakt.”

Om twaalf uur precies staat er in het logboek van Tuzla de melding uit Den Haag: er is opnieuw een 'pakket' vliegtuigen opgestegen dat om 13 uur 45 boven zijn doel zal verschijnen. “Om hoeveel toestellen gaat het?” informeerde Brantz. “Zeker weer veertig, net als vanmorgen?” Het uiteindelijke antwoord, acht stuks, kwam als een klap in het gezicht van Dutchbat. De vliegtuigen arriveerden met nog eens een uur vertraging. “Wij hadden niet het hele spel kaarten in handen. We dachten dat luchtsteun onze troef was, maar die was ons niet gegeven,” zei kolonel Brantz eind juli in Trouw.

Cynisme

Om 14 uur 43 schakelden twee golven van twee Nederlandse F 16's met domme (niet geleide) bommen anderhalve Servische tank uit. Amerikaanse A 10's, onderweg naar de enclave, zijn teruggeroepen toen Nicolai, Voorhoeve, Janvier en Akashi tegelijk tot de slotsom kwamen dat verder bombarderen zinloos was: de Serviërs hadden gedreigd de dertig gijzelaars te doden, terwijl Srebrenica met zijn 42.000 opgejaagde en vervolgde moslims toch niet meer te behouden was.

Nicolai is niet te spreken over de beperkingen die hem zijn opgelegd. Met hun fax met restricties hebben Akashi en Janvier de angel uit het verdedigingsconcept van de enclaves gehaald: “Die verdediging stoelde op het ultieme gebruik van het luchtwapen. Daar kun je geen concessies aan doen. Als je beperkingen aan het concept hangt moet je niet verbaasd zijn als het concept niet werkt.”

Toen alles eenmaal verloren was en Dutchbat samen met tienduizenden moslims op de vlucht sloeg naar het kampement op het terrein van de vooroorlogse accufabriek in Potocari, ontving overste Karremans een velletje met bevelen voor de nieuwe situatie in Srebrenica. “Het opgeven van wapens en militair materieel is niet toegestaan en geen punt van discussie”, zo schrijft het VN-hoofdkwartier in Sarajevo. “Blijf met alle mogelijke middelen uw troepen en installaties verdedigen tegen aanvallen, met inbegrip van luchtsteun indien nodig.”

Vooral die laatste toevoeging werd in Tuzla en Srebrenica beoordeeld als “het cynisme ten top”. Het stampvolle kampement en de vluchtelingen die de hekken omspoelden waren ingesloten door een ring van Servisch geschut, niet bepaald een ideale uitgangspositie voor Navo-luchtaanvallen. De orders worden in Tuzla opgevat als een “politiek bedenksel om de schuld voor alles wat er mis kon gaan bij voorbaat bij Dutchbat te leggen”, maar generaal Nicolai verdedigt de instructies uit Sarajevo als zijnde serieus. “De boodschap was: verzet u tegen geweld jegens Unprofor en het afslachten van de bevolking. Zeg dat je anders je grote broer erbij haalt, dat wil zeggen, luchtaanvallen van de Navo.”

Ramiz Becirovic, de moslimcommandant die over de Bosnisch-Servische bergen naar Tuzla is gevlucht, zegt dat het verlies van het grondgebied van Srebrenica niet erg is. “Land kan worden gecompenseerd, maar de executie van duizenden burgers niet. Als de VN de enclave en haar bewoners met opzet in handen van de Serviërs hebben gespeeld, dan vind ik dat ook Akashi en Janvier zich voor het Tribunaal in Den Haag moeten verantwoorden voor de Servische oorlogsmisdaden die gepleegd zijn in Srebrenica.”