Danseres Marieke Simons krijgt Gouden Theaterdansprijs; Een coryphee haakt naar de hoofdrol

Marieke Simons danst de komende weken in het Ashton Programma van Het Nationale Ballet. T/m 31/10 Het Muziektheater, Amsterdam; 3,4/11 At&T Danstheater Den Haag, 6,7/11 Rotterdamse Schouwburg.

AMSTERDAM, 14 OKT. Er wordt haar nogal eens gevraagd of er in het programmaboek van Het Nationale Ballet misschien een foutje is geslopen. Danseres Marieke Simons (25) staat daarin nog steeds vermeld tussen de coryphees, de vierde rang in het gezelschap. En niet als eerste of tweede solist, de rang die ze volgens haar fans verdient. Want Simons danst opvallend goed. Zo goed, dat ze morgen in Den Haag van de Vereniging voor Schouwburg- en Concertdirecties (VSCD) de Gouden Theaterdansprijs krijgt.

'Een veelzijdige danseres' wordt Marieke Simons in het juryrapport genoemd, die 'technisch perfect en met grote bezieling' danst. “Ik ben er zo blij mee dat ik me voor mijn dankwoord opvreet van de zenuwen”, zegt Simons.

Het afgelopen seizoen danste Simons onder meer in Martha Grahams Diversion of Angels en in Even the angels fall van de Frans-Algerijnse choreograaf Redha. Haar optreden als 'het verloren zwaantje' in Quando la terra si rimette in movimento van de Belgische kunstenaar Jan Fabre werd geprezen. Ze vertolkte de pas de deux 'De Blauwe Vogel' uit The Sleeping Beauty (waarvoor ze op haar zestiende al de aanmoedigingsprijs van de Stichting Dansersfonds '79 kreeg), en danste eerder in Giselle, Het Zwanenmeer en Romeo en Julia. Geen onbelangrijke rollen waren het, maar het grootste klassieke solistenwerk bleef tot nog toe uit.

Simons: “Natuurlijk hoop ik met deze prijs meer kans op een solistenrol te maken. Want je kunt behoorlijk aan jezelf gaan twijfelen als het er steeds niet van komt. Wat moet ik nog méér doen om die rol te krijgen, denk ik dan. Soms word ik daar behoorlijk down van.”

Gevraagd naar de promotiekansen van Simons, prijst Wayne Eagling, artistiek directeur van Het Nationale Ballet, haar om haar 'vitaliteit, haar enorme uitstraling en haar fantastische sprongen'. Eagling meldt dat hij Simons het volgende seizoen misschien zal bevorderen, maar nog niet tot solist: “Daarvoor moet ze eerst grotere rollen dansen. Die kans gaat ze krijgen.” Marieke Simons slaakt een opgetogen gil als ze de complimenten hoort. Want een dezer dagen wordt de rolverdeling voor Romeo en Julia bekendgemaakt. “Julia wil ik het allerliefste dansen. In die rol zit alles, de hele ontwikkeling van een meisje tot een vrouw die veel heeft meegemaakt. Door Romeo en Julia ben ik danseres geworden.”

De dag nadat ze die voorstelling voor het eerst zag, meldde Simons zich aan bij een balletschool. Tijdens haar eerste lessen ontdekte ze dat de concentratie die het dansen vereist de buitenwereld op een prettige manier buitensloot. “Tegenwoordig zijn er dagen dat ik juist een enorme hekel heb aan dat alleen maar naar jezelf in de spiegel kijken. Maar van het constante gevecht, het steeds beter willen worden, geniet ik.” Ze ging naar de Nel Roos balletacademie en ontmoette daar op haar tiende Rudi van Dantzig, die haar acht jaar later bij Het Nationale Ballet zou halen. “Ik was een ukkie, stond bij wijze van spreken nog krom op mijn spitzen. Maar ik sloofde me vreselijk voor hem uit.” Toen ze eenmaal voor Van Dantzig werkte, herkende ze vooral zijn bezetenheid. “Toen Rudi er nog was, was het misschien weleens een zootje op het toneel, en het corps de ballet zal best eens niet in lijn hebben gestaan. Maar er werd gelachen en gehuild.”

Haar hartstocht voor het vak maakt haar soms wat slordig, vindt Simons. “Vooral mijn voeten. Die vergeet ik dan gestrekt te houden of netjes uit te draaien. Ik moet constant analyseren om mijn enthousiasme in toom te houden. Anders vlieg ik als een ongeleid kanon over het toneel.”

Dansers laten zelden het achterste van hun tong zien, maar Simons is opvallend openhartig. “Bedenk wel dat dansers een veel kortere carrière hebben dan anderen, en daar veel voor opgeven. Dan neem je liever geen risico's. Ik vind dat als je niet kritisch blijft, je niet afvraagt waaróm je het doet, dan hou je alleen brave pasjes over.”

Ze maakte er dan ook geen geheim van dat de samenwerking met Jan Fabre bepaald niet vlekkeloos verliep, en dat werd haar niet in dank afgenomen. Tijdens de een na laatste uitvoering van zijn ballet vluchtte ze het podium af om maar niet in lachen uit te barsten; ze begreep even niet meer wat ze als zwaantje te zoeken had naast een acteur die in ondergoed op een stapel borden rondstampte. Niemand merkte het, omdat ze haar aftocht feilloos en vol overgave improviseerde. Het voorval is typerend voor Simons' omgang met het dansvak. “Ik relativeer en stort me er tegelijk volkomen in. Daardoor blijft het plezier in dansen ook het belangrijkst. En niet dat rangengedoe.”

    • Margriet Oostveen