Bestrijding aan de bron

TIEN JAAR GELEDEN telde Nederland ongeveer evenveel varkens als menselijke inwoners. Sindsdien zijn er herhaaldelijk maatregelen genomen om een einde te maken aan de milieu-overlast die de varkensfokkers met hun intensieve veehouderij veroorzaken. Aanvankelijk trokken veel varkenshouders zich daar weinig van aan en bouwden nieuwe stallen zonder hinderwetvergunning. Vervolgens verleenden gemeenten hinderwetvergunningen voor stallen die niet aan de wettelijke normen voldeden. Het aantal varkens verminderde niet.

In de loop der tijd heeft de discussie zich toegespitst op mest en zijn de varkens wat uit het beeld verdwenen. De boeren voelden er niets voor vrijwillig hun veestapels in te krimpen. Ze zeiden varkens te kunnen fokken die mest met minder schadelijke stoffen produceerden. Daar slaagden ze inderdaad in. Maar tegelijkertijd verscherpte de overheid terecht de milieu-eisen. Er kwamen mestnormen. De hoeveelheid fosfaat en stikstof die met uitgereden mest in de grond komt, moest fors worden teruggedrongen.

Vorige week heeft het kabinet nieuwe mestnormen vastgesteld. Veel varkensfokkers voorzien dat ze in grote financiële moeilijkheden komen als ze daaraan moeten voldoen. Voor een sanering van de intensieve veehouderij, of die nu koud of warm is, voelen ze niet. Ze willen niets weten van de eenvoudige logica dat minder dieren minder mest en dus minder milieubelasting betekent. In Nederland huizen vandaag de dag daarom nog altijd vrijwel evenveel varkens als mensen.

INTUSSEN HEBBEN de jarenlange discussies wel iets bijzonders opgeleverd. In Nederland is de kennis van alle aspecten van mest enorm toegenomen. Boeren hebben belang bij ingewikkelde berekeningen die aantonen dat hun grond iets meer mest kan hebben dan de grond van de buurman. Ze weten tegelijkertijd dat die mestberekeningen boterzacht zijn. Volgens het kabinet mag een boer in 1998 jaarlijks met de mest veertig kilo fosfaat per hectare meer in de grond brengen dan die grond en het gewas kunnen opnemen. De boer mest dus zijn maïsland op basis van de veronderstelling van een uitstekende oogst, zodat veel maïs veel fosfaat aan de grond zal onttrekken. Valt de oogst tegen, dan zal de boer de toegestane norm al snel met honderd procent overschrijden. Wie controleert dat? Welke maatregelen volgen in zo'n geval?

Behalve door boeren wordt de mestdeskundigheid ook gestimuleerd door milieu-organisaties. Die vinden het meestal niet moeilijk om aan te dringen op gedetailleerder onderzoek, omdat er altijd een omstandigheid denkbaar is waarbij de best denkbare mestnorm onvoldoende is.

DE OMVANG VAN de veestapel zelf moet eindelijk eens worden aangepakt. Het kabinet heeft een stap in die richting gezet door de instelling van een fonds dat mestquota van boeren opkoopt. Op die manier kunnen varkensfokkers die niet voldoen aan de nu vastgestelde normen, met hun varkens weggesaneerd worden.

De tijd is aangebroken om het probleem van de intensieve veehouderij los te maken van verder mestonderzoek, dat leidt tot te weinig algemeen bruikbare conclusies en tot te veel moeilijk hanteerbare uitzonderingsregels. Als moet worden onderzocht hoeveel mest iedere individuele boer zonder bezwaar voor het milieu kan produceren, rekening houdend met de verschillende grondsoorten van zijn landerijen, de specifieke gewassen die hij teelt, de mogelijkheid van droge en natte zomers alsmede eventuele vernieuwing van veevoer en mestverwerking, dan komt er nooit een oplossing in zicht.