Belgische Kamer beslist donderdag; Commissie: Claes moet terechtstaan

BRUSSEL, 14 OKT. Een speciale onderzoekscommissie van het Belgische parlement vindt dat secretaris-generaal Willy Claes van de NAVO terecht moet staan voor het Hof van Cassatie in de smeergeldaffaires rond Agusta en Dassault.

De commissie verwijst de zaak door naar het Hof, een handeling die juridisch gelijk staat aan een in beschuldiging stelling.

Dat is vanochtend vroeg bekend geworden nadat de bijzondere Kamer-commissie de hele nacht had vergaderd over het verzoek van het Hof van Cassatie, het hoogste rechtscollege in België, om Claes in beschuldiging te stellen. Uit een geheime stemming bleek dat de meerderheid van de commissie-leden op dat verzoek wil ingaan. Volgende week donderdag zal de voltallige Kamer van volksvertegenwoordigers over de kwestie-Claes debatteren.

De positie van Claes als secretaris-generaal van de NAVO wordt vrijwel onhoudbaar indien de Kamer, zoals mag worden verwacht, het advies van de commissie overneemt en hij daadwerkelijk wordt vervolgd. Gisteravond nog toonde Claes zich optimistisch en vol zelfvertrouwen na afloop van een ongeveer zes uur durend verhoor door de Kamer-commissie. Hij zei ervan overtuigd te zijn alle door het Hof naar voren gebrachte aantijgingen over corruptie en valsheid in geschrifte te hebben kunnen weerleggen. “Ik ben zeer tevreden dat ik, samen met mijn twee advocaten, in een zeer sereen klimaat alle aanwijzingen die tegen mij zijn ingebracht, heb mogen en kunnen weerleggen”, zo zei hij letterlijk.

Claes zei ook dat hij “uit respect” voor het parlement niet in details wilde treden, maar hij voegde er wel aan toe het volste vertrouwen te hebben in de leden van de commissie. “Als Belgische minister van staat heb ik mijn woord van eer gegeven dat ik onschuldig ben. Ik heb ook gezegd dat ik begrijp dat sommigen twijfelen aan dat woord. In dat geval vraag ik om het fundamentele recht van verdediging, namelijk om te worden geconfronteerd met de getuigen (die beschuldigingen tegen hem hebben geuit, red.).” Claes verwees daarbij naar het Europese verdrag tot bescherming van de rechten van de mens.

Pag.5: Commissie milder voor Guy Coëme

Het Hof verdenkt Claes ervan dat hij als vroegere minister van economische zaken betrokken is geweest bij de betaling van steekpenningen door onder andere de Italiaanse helikopterfabrikant Agusta. De affaire heeft tot grote ongerustheid geleid op het hoofdkwartier van de NAVO in Brussel.

Eerder deze week nog verdedigde de Amerikaanse ambassadeur bij de NAVO, Robert Hunter, Claes in ronde bewoordingen. Volgens hem heeft Claes de NAVO de afgelopen tijd op “succesvolle wijze” geleid en heeft hij bewezen een “waardevolle” secretaris-generaal voor het bondgenootschap te zijn.

Reacties op het besluit van de Kamer-commissie waren bij het sluiten van deze krant nog niet voorhanden.

Behalve over Claes werd afgelopen nacht ook gesproken over een andere oud-minister, Guy Coëme, voormalig minister van defensie. De bijzondere Kamercommissie is van mening dat het Hof het onderzoek naar de betrokkenheid van Coëme bij de smeergeldaffaires moet voortzetten. Daarmee lijkt de commissie opmerkelijk genoeg veel milder voor Coeme dan voor Claes.

Claes' verdediging zou er op zijn neergekomen dat het dossier dat het Hof van Cassatie de Kamer heeft voorgelegd, onvolledig is. Met name de verklaringen die Claes kunnen ontlasten, zouden er niet in zijn opgenomen.

Ook Coëme had voor de commissie van het parlement iedere betrokkenheid bij de smeergeldaffaire ontkend. Hij noemde de beschuldiging van corruptie walgelijk. Tot zover onze correspondent.

De affaire-Claes begon in juli 1991, toen de Belgische justitie, op zoek naar de oplossing van de moord op de Luikse socialistisch politicus André Cools, op het Agusta-omkoopschandaal stootte.

In eerste instantie leek er alleen geld van de Italiaanse helikopterfabrikant te zijn gegaan naar de partijkassen van de Waalse socialisten. Drie kopstukken van de Parti Socialiste waren hierdoor gedwongen hun biezen te pakken. Maar al snel ontdekten de speurders ook sporen naar Vlaamse socialisten.

De aanschaf van de helikopters stamt uit 1988. Eind december van dat jaar ondertekenden minister van defensie Guy Coëme en Agusta-directeur Raffaelo Teti het contract. Het departement van Claes, dat de compensatie-orders beoordeelde, moest naast het ministerie van defensie goedkeuring geven aan de transactie met de Italianen.