Zes jaar cel voor illegale afvallozing

ROTTERDAM 13 OKT. De rechtbank in Rotterdam heeft vanmorgen Jan Langeberg, één van de zes hoofdverdachten in de omvangrijke milieu-affaire rondom het afvalverwerkingsbedrijf Tankcleaning Rotterdam (TCR) veroordeeld tot zes jaar gevangenisstraf.

Twee andere ex-eigenaren van TCR - de broers Ton en Ron Langeberg - kregen lagere straffen. De straffen tegen de hoofdverdachten zijn de hoogste die in Nederland ooit in een milieuproces zijn opgelegd.

De rechtbank acht bewezen dat Jan Langeberg zich als opdrachtgever en/of feitelijk leidinggever op grote schaal heeft schuldig gemaakt aan ernstige milieudelicten door grootscheepse illegale lozingen van sterk vervuild afvalwater in de Rotterdamse haven. Ook werd hij schuldig bevonden aan het vervalsen van documenten bij export van chemisch afval, aan subsidiefraude en aan het maken van valse kwitanties.

Jan Langeberg was volgens de rechtbank de drijvende kracht die de bedrijven van de groep maakte tot een criminele organisatie. Vooral de illegale lozing van een opslagtank in 1993, die na uitdrukkelijk overleg met Jan Langeberg plaatshad, vormt volgens de rechtbank een dieptepunt.

De rechtbank vindt dat Jan Langeberg ernstig misbruik heeft gemaakt van de positie die hem mede door gerichte steunverlening van de overheid aan projecten van het bedrijf, was gegund. Dat bij de subsidieverstrekking (de Langebergs kregen voor TCR ruim 23 miljoen subsidie) ook aan de kant van de overheid 'inschattingsfouten' zijn gemaakt doet volgens rechtbank-president mr. F. van Doorn aan de strafwaardigheid van de ernstige milieudelicten en frauduleuze handelingen niets af. De groep kreeg de subsidie in de jaren tachtig van de toenmalige minister van verkeer en waterstaat Smit-Kroes, ondanks waarschuwingen door justitie. Naar de bestuurlijke achtergronden van het TCR-schandaal lopen nog onderzoeken, onder andere van de Rekenkamer.

Tegen hoofdverdachte Jan Langeberg was zeven jaar geëist plus een boete van een half miljoen gulden. De rechtbank heeft die boete niet opgelegd omdat Langeberg al failliet is.

De twee broers van Jan - Ton en Ron - die eveneens ex-eigenaren zijn van TCR, kregen lagere straffen. Ton, van wie de rechtbank betrokkenheid bij de gang van zaken bij TCR in Rotterdam niet bewezen acht, kreeg 12 maanden met aftrek van voorarrest. Ron, de jongste broer, kreeg 3,5 jaar. Tegen beiden was vijf jaar geëist. Voormalig directeur H.E., tegen wie vier jaar was geëist, kreeg drie jaar. Hoofd waterhuishouding R.E. en ex-plantmanager W. de R. kregen beiden 24 maanden, waarvan 8 voorwaardelijk. Tegen hen was drie jaar geëist.

Pagina 15: Rechtbank wijst schuld overheid af

Advocaat Mr. Y. van Boxtertrok in september fel van leer tegen toenmalig minister N.Smit-Kroes, van verkeer en waterstaat. Zij zou in de jaren tachtig na het geven van subsidiehet bedrijf te veelaan zijn lot hebben overgelaten in een lastige markt voor scheepsafval. Dat dwong debroers Langeberg als het warehet chemisch afval 's nachts via de brandblusinstallatie te dumpen in de haven, zo redeneerde de verdedigster.

De rechtbank verwerpt het verweer dat de overheid op die manier mede- verantwoordelijk iwas voor de situatie bij TCR. TCR heeft zichzelfopgeworpen als zijnde in staat voor eigen risico een havenontvangstinstallatie te exploiteren overeenkomstigde door de overheid te stellen eisen, meent de rechtbank. TCR had door een ander vacquisitie- en acceptatiebeleid de kwaliteit van het afvalwater in gunstige zin kunnen beinvloeden en had onverwerkbaar afvalwater naar andere bedrijven bedrijven kunnen afvoerendie het wel konden verwerken. Volgens de rechtbankmocht van TCR verwacht worden dat het bedrijfin 1993 de aanloopproblemen zodanig onder de knie had dat aan de vergunningsvoorschriften kon worden voldaan

De rechtbankpresident sprak over een 'flagrante aantasting van de ecologische omgeving” over kennelijke minachting van het milieu” en vond dat Jan Langeberg “controlerende instanties om de tuin had geleid” en niet alleen schade aan het milieu maar ook aan de havenstad Rotterdam had toegebracht.

Niet bewezen acht de rechtbank dat de grote illegale lozingen bij TCR gevaar voor de openbar gezondheid hebben opgeleverd. Was dat wel het geval geweest dan hadden nog aanzienlijk hogere straffen kunnen worden opgelegd.

De stelling van de verdediging dat het Openbaar Ministerie door ondanks wetenschap van de illegale lozingen niet in te grijpen zich zou hebben schuldig gemaakt aan een strafbaar feit (en daardoor niet ontvankelijk zou zijn) wijst de rechtbank af.