Wijers: baan voor ieder die wil werken haalbaar

DEN HAAG, 13 OKT. Minister Wijers (economische zaken) vindt een volledige werkgelegenheid, waarbij iedereen die wil werken een baan heeft, haalbaar. Volgens Wijers is het mogelijk dat de werkgelegenheid met veel meer dan honderdduizend banen per jaar toeneemt. Dit bleek gisteren tijdens de behandeling van de begroting van economische zaken in de Tweede Kamer.

Bij een gestage groei van de wereldhandel moet Nederland volgens Wijers kunnen uitkomen op een gemiddelde jaarlijkse economische groei van rond de 3 procent. “Dat stelt ons in staat om een groei van de werkgelegenheid te realiseren die substantieel boven de groei van het arbeidsaanbod ligt”, aldus Wijers. Op dit moment groeit dat arbeidsaanbod met ongeveer 100.000 per jaar.

Wijers ziet veel punten voor verbetering van de Nederlandse concurrentiepositie. Zo blijkt uit internationale vergelijkingen met andere landen dat Nederland met haar fiscale klimaat op een achtenveertigste plaats staat in de rangorde van rijke westerse industrielanden. “Hier zit een aanknopingspunt om naar een hoger groeipad te gaan”, aldus Wijers. Ook kunnen volgens de bewindsman betere prestaties worden verricht bij het aantrekken van buitenlandse investeringen. In de periode 1990-1994 investeerde Nederland jaarlijks 10 miljard gulden meer in het buitenland dan het buitenland in Nederland. Volgens Wijers moet het mogelijk zijn om de investeringen van in Nederland gevestigde bedrijven zodanig te laten toenemen dat “wij geleidelijk aan in een situatie van volledige werkgelegenheid komen”. “Ik zie niet in waarom wij die ambitie in dit land niet zouden mogen of moeten hebben”, aldus Wijers. Als voorbeeld noemde Wijers Australië, dat aanvankelijk met de rug naar Zuid-Oost Azië stond, maar nu met vier tot vijf procent per jaar groeit.

Ook voor het milieu- en energiebeleid formuleerde Wijers wat hij noemde “een ambitieuze ondergrens ten aanzien van het aandeel van duurzame energie”. Wijers streeft naar 10 procent duurzame energie in 2020. Dat is een vertienvoudiging in 25 jaar. Op dit moment bedraagt het aandeel van zonne-, wind- en andere duurzame energie ongeveer 1 procent van het totale energieverbruik.