Vijfentwintig auto-ongelukken per week; Het ware leven op de televisie

De televisie probeert steeds vaker het leven zelf te betrappen en de kijker op 'echte gevoelens' te tracteren. Maar programma's als Heartbreak Hotel en 06-11 tonen alleen in schijn het ware leven. “Niemand van ons krijgt in het dagelijkse leven veertig keer per week tranen van ontroering in zijn ogen. Wat je ziet is dus niet echt - tenminste niet in jouw leven. 'Reality' televisie is fictie in haar allerplatste vorm.”

In het programma Heartbreak Hotel op het commerciële Veronica, gepresenteerd door de soapster Reinout Oerlemans, bekend van Goede Tijden, Slechte Tijden, wordt zo nu en dan tussen neus en lippen door een mensenleven gered. Het grootste gedeelte van zijn zaterdagavondshow swingt Reinout opgewekt langs lekkere kinky problemen (travestieten die zich niet weten te kleden, een meisje dat wel van leren kleding houdt en toch niet van SM, een verlegen homojongen die samen met Reinout op straat naar een vriend voor het leven gaat zoeken), maar om de zoveel minuten betrekt zijn jongensgezicht en kijkt hij ernstig in de camera. Tijd voor tragedie.

Er vliegen hoge en harde cijfers over het scherm, dramatisch afgerond in schokkend ronde getallen: zoveel duizend kinderen met verslaafde ouders, jaarlijks zoveel tienduizend jeugdige zelfmoordenaars, zoveel honderduizend slachtoffers van een geweldmisdrijf, wist u dat? Dan volgt het geval. Een verbeten meisje mag haar moeder die haar halve leven aan de spuit is twintig seconden ferm toespreken. Dat wil zeggen, via de camera. Een vrouw die anderhalf jaar geleden door twee inbrekers in haar eigen huis tegen de vloer is gemept ('zij lopen vrij rond en ik heb levenslang'), mag twee volslagen onbruikbare compositietekeningen even in beeld houden.

De echte misère wordt voor het laatst bewaard. In de eerste aflevering, een paar weken geleden, was het een jongen die eerst geestelijk mishandeld was door zijn vader, toen seksueel misbruikt door zijn twee pleegvaders ('Dus die homo's hebben je verkracht?') en vervolgens in de prostitutie terecht was gekomen. Uiteindelijk had hij toch nog geluk: de auto van Heartbreak Hotel stond voor hem klaar. Hij werd voor het oog van de camera afgeleverd bij een hulpteam, met de belofte dat hij er binnen zes weken weer helemaal bovenop zou zijn. Dankzij Heartbreak Hotel een zelfmoord minder, verklaarde Oerlemans. Tot volgende week.

De televisiekijker is inmiddels innig vertrouwd geraakt met het drama van de werkelijkheid. 06-11 weekend, De deurwaarder, Bureau Bijlmer, De bevalling, Taxi, De kapper, Highway Patrol, De bruiloft en 06-11 Hoe het verder ging; er verschijnt iedere week wel een programma waarin de makers het leven zelf proberen te betrappen. Bij de publieke omroepen vind je nog vooral shows waarin gepraat wordt over echte ervaringen en gevoelens, een soort geestelijke reality, waarbij de ervaringen en gevoelens echt zijn, maar de gebeurtenissen zelf niet getoond worden: depressies, verslavingen, zelfmoordpogingen, euthanasie en schizofrenie. Op de commerciële netten word je meer en meer geconfronteerd met de lukrake en bloederige realiteit; een fataal auto-ongeluk, een afrekening in het drugsmilieu, een val van vier hoog, een politie-inval of gewoon de deurwaarder die een huis leeghaalt, een hijgende camera op zijn hielen. Wat blijft hangen zijn losse beelden. Gedragen bekentenisgezichten aan de ronde designtafel of op de tribunes. Het straaltje bloed langs een gezicht. De beheerste politieman met zijn mobilofoon. Een spontane omhelzing. Levenloze benen onder het witte laken.

Dat een programma als Heartbreak Hotel opvalt in deze vloedgolf, komt door de onbekommerdheid waarmee ellende als amusement wordt gepresenteerd, door de blijmoedige vrijblijvendheid die de show van begin tot eind uitstraalt. De schijn van betrokkenheid hoeft niet meer te worden opgehouden, lijkt het, een alibi is niet langer nodig. Wat we in het dagelijkse leven als afschuwelijk en onverdraaglijk zouden ervaren, staat hier voor ons om van genoten te worden. De geknakte hoerenjongen die een-twee-drie een heel nieuw leven krijgt toegeschoven, is er voor de kijker, de kijker niet voor hem. Zijn optreden dient geen ander doel meer dan ons te onderhouden. Dit is een amusementsprogramma, geen actualiteitenprogramma of documentaire. De serieuze context rondom de verschijning van de jongen bestaat slechts uit een handvol aan de journalistiek ontleende trefwoorden, een paar bijeengegriste statistieken die het verband van de getoonde emoties met de werkelijkheid om ons heen moeten leggen. Dit gebeurt echt, echt, dus het genieten kan beginnen.

De tragedie van de jongen is vormeloos, onaf. Hij verschijnt uit het niets en verdwijnt na vijf minuten weer voorgoed uit je gezichtsveld, je zult nooit weten wat er verder nog met hem gebeurt. Zijn verhaal mist een begin en een einde. In wezen is hij niet meer dan een leeg gezicht, een emotionele prikkel. De volgende keer zal er weer een andere prikkel zijn om je gevoel te beroeren, een nieuw menselijk mini-drama in één aflevering; een verslaafde moeder, een hoererende zuster, een geslagen Turkse dochter, een gokverslaafde zoon, een niet-geaccepteerde Marokkaanse schoonzoon.

Waar bestaat die prikkel uit? In commentaren bij de opkomst van de emotie-televisie ligt vaak de nadruk op het onverbetelijke exhibitionisme van de mensen die zichzelf bloot geven voor de camera en op een even ranzig als onverzadigbaar voyeurisme bij de kijker. Maar als dat waar is, wat wil die voyeur dan precies zien?

Omstander

Het eerste dat opvalt als je naar zulke programma's kijkt, is de moeite die de makers zich getroosten om een sfeer van directheid te scheppen, van reële ervaring. De camera is aanwezig, hij hoeft meestal niet langer meer verborgen te worden. Hij vertegenwoordigt de blik van de kijker en is ooggetuige in de meest letterlijke zin, onrustig, zoekend, beweeglijk, nieuwsgierig; meer een omstander dan een voyeur eigenlijk. Het is de camera die de politieagent over het slachtoffer ziet buigen, de camera die de deurwaarder de trap op ziet lopen. Ook wordt doelbewust een live sfeer gecreëerd: het gebeurt nu. In Heartbreak Hotel worden bijvoorbeeld van tevoren opgenomen filmpjes als live gepresenteerd, alsof we werkelijk achter Oerlemans de studio uitgaan om op straat naar een partner voor zijn gast te zoeken. En last but not least wordt er steeds weer gezocht naar de directe confrontatie, naar de naakte emotie en de harde fysieke sensatie; huilen, schreeuwen, schelden, omhelzen, slaan, botsen, vallen.

Voyeurs kijken naar wat ze zelf moeten ontberen. In tegenstelling tot wat vaak geopperd wordt, denk ik niet dat liefhebbers van deze programma's hun eigen leven weerspiegeld zien. Je ziet 'echte' gevoelens, 'werkelijke' belevenissen in een extreme vorm. Niemand beleeft iets wanneer hij naar de televisie kijkt. Sterker nog, hoe meer je kijkt, des te minder je beleeft. Al die tijd die je voor de buis doorbrengt, zittend, liggend, gaat het leven, de fysieke en emotionele realiteit, aan je voorbij. Geen wonder dus dat het juist de televisie is die er alles aan gelegen is de illusie van de authentieke ervaring te scheppen. En geen betere illustratie dan de slagzin waarmee de zender RTL5 dit genre programma's aanprijst: 'Realiteit die snijdt'.

Die hang naar echte ervaringen zie je niet alleen in emotie- en realityshows. Er is een nieuw spelprogramma met een belachelijk lange naam, dat bekend staat als de Tandenborstelshow. Het is gewoon een show waarin twee deelnemers een vakantie naar een 'exotische' bestemming kunnen winnen - Jamaica, Dominicaanse Republiek -, dus wat dat betreft is er niets nieuws onder de zon. Maar de Tandeborstelshow munt uit in een opgewekt en ongeremd sadisme, dat in dit soort spelletjes voorheen alleen onderhuids voelbaar was. De zaal is gigantisch groot, een soort arena. Het publiek op de tribunes moet om de haverklap opstaan om een deuntje met een mechanisch dansje te illustreren. De kandidaten worden uit de zaal gehaald en de kijker ziet hen voortdurend fysieke en geestelijke vernederingen ondergaan onder het mom van een opdracht - ze krijgen emmers water tegen zich aangegooid, zakken meel over zich uitgestort, worden natgespoten met vruchtensap, ze worden eerst duizelig gedraaid in een stoel en moeten vervolgens door een 'winkel' boordevol glaswerk of taarten rennen. Ze krijgen er een valhelm bij. Ook in dit programma suggereert de hectische cameravoering de lichamelijke aanwezigheid van de kijker. Hij kan de klappen bijna voelen. De thrill is die van de achtbaan op de kermis; het gevoel van echt gevaar, terwijl je weet dat je niets zal overkomen, een uitzinnige fysieke sensatie, terwijl je je veilig vastgesnoerd weet. Alleen gaat het hier veel hardhandiger toe - en tegelijk oneindig veel passiever, want de kijker zit nog altijd thuis in zijn stoel.

Porno

Hoe commerciëler de zender, des te groter het verlangen naar hoge kijkcijfers, des te minder verhaal je bij deze werkelijkheid krijgt. Je kunt het misschien het beste vergelijken met een harde pornofilm. Dat is eveneens een genre waarin de makers er op uit zijn primaire gevoelens bij de kijker op te roepen. Wanneer de acteurs in een pornofilm teveel reliëf krijgen, wordt de kijker de illusie van bijna-participatie ontnomen en voelt hij zich buitengesloten. Zo mogen mensen die in een gevoelsprogramma verschijnen ook niet te veel personage worden; een paar sjabloonachtige contouren is meer dan genoeg. De kijkers moeten geprikkeld worden met herkenbare gevoelens en fysieke sensaties, sadistisch of masochistisch - en wanneer die worden ingebed in een al te gedetailleerd verhaal, een wereld op zichzelf, verliezen die sensaties hun primaire kracht - zelfs al zijn ze nog zo 'echt'. De enige context die de emoties en het geweld op de gevoelstelevisie hebben is die van de beeldbuis zelf.

Het is een oude paradox: naarmate mensen in hun leven steeds minder met de harde werkelijkheid in aanraking komen - door toenemend technologisch comfort, door betere veiligheidsmaatregelen en medische zorg, door steeds onpersoonlijker communicatiemiddelen - neemt het verlangen de werkelijkheid heftig te beleven via de verbeelding toe. Anders gezegd, omdat de werkelijkheid steeds onwerkelijker wordt, wordt de verbeelding steeds realistischer. Het lijkt me dan ook niet toevallig dat mensen geneigd zijn juist via 'onwerkelijke' media, zoals Internet, hun heftigste fantasieën op een zo 'realistisch' mogelijke manier uit te leven; voor wie een onzichtbaar en dus onwerkelijk lichaam begeert, is een afgezakt bh-bandje of een flirtende glimlach niet genoeg. Zoiets voelt veel te weinig echt aan.

De televisie lijkt van droommachine, een medium bij uitstek om aan de alledaagse werkelijkheid te ontsnappen, geworden tot een middel om heftige gevoelens te ervaren, tot een theater van de authenticiteit. Een theater, want wat je ziet is niet echt - tenminste niet in jouw leven. Maar de zekerheid dat het wel echt is gebeurd, dat er werkelijk ergens een Volvo drie keer over de kop is gegaan op de A10 of iemand een mes tussen zijn ribben heeft gekregen van zijn verstoten geliefde, verleent aan de emotie die dat oproept de schijn van de reële ervaring, van het echte gevoel. Het is een soort pornografische bevrediging van de zintuigen. De camera ter plekke is ongevoelig, hij registreert slechts. Maar voor de kijker thuis, zittend in zijn woon- of slaapkamer, is het een soort fictie, zij het een zo direct mogelijke vertaling van zijn angsten, driften en verlangens. De beelden behoren letterlijk genomen niet tot jouw werkelijkheid, maar je wordt er wèl echt door geprikkeld.

Dat wil zeggen: heel even. Juist omdat het bij dit soort programma's gaat om heftige, onbewuste prikkels, duren ze maar kort - en moeten ze steeds opnieuw worden opgeroepen, in een steeds heftiger, een steeds realistischer vorm. Er zit nauwelijks meer een verhaal aan vast - man rijdt tegen lantaarnpaal, verslaafde wordt betrapt op winkeldiefstal, jongen maakt het goed met zijn vriendin. Er wordt geen echt verslag gegeven van een gebeurtenis, die emoties oproept, er zijn enkel schokkende of ontroerende beelden. En het zal nooit genoeg zijn, omdat het in laatste instantie niet om werkelijke ervaringen gaat.

Verbeeldingskracht

Mediafilosofen hebben de neiging dit soort televisieprogramma's te beschouwen als een geperverteerde vorm van journalistiek, een ranzige manier van verslaggeving van wat er in de werkelijkheid plaatsvindt. Er is iets heel anders aan de hand. Niet de werkelijkheidsbeleving van de kijker is in het geding, maar zijn verbeeldingskracht. De behoefte aan authentieke emoties en ervaringen bij de kijker wordt verward met een behoefte aan een tastbare, controleerbare realiteit - en van alles waar hij op televisie naar kijkt verwacht hij het lukrake, het onaffe en zinloze van het 'echte' leven. Met andere woorden, hij moet het gevoel hebben dat hij het echt ziet gebeuren, dat het hem echt overkomt.

Natuurlijk is dat een illusie. Hij kijkt niet naar het echte leven, dat lijkt alleen maar zo - niemand van ons ziet 25 auto-ongelukken in een week, maar weinigen van ons krijgen in het dagelijkse leven veertig keer per week tranen van ontroering in onze ogen. Reality televisie is fictie in haar allerplatste vorm.

Want wat ontbreekt is het verhaal. Al die losse beelden van geluk, pijn en dood krijgen geen betekenis, het blijven incidenten. Je ziet duizenden mensen dingen beleven, maar je ziet niets over het leven. Je ziet honderden lijken, maar er wordt je niets verteld over de dood. Er vindt geen reflectie plaats, de camera staat eenvoudig te dicht op de werkelijkheid. Alle beelden richten zich op het hier en nu, dat tot in het oneindige wordt herhaald. Wat de kennelijk grenzeloze populariteit van dit genre televisie laat zien, is een afnemend geloof in het menselijke vermogen betekenis te geven door middel van de verbeelding; het echte leven is klaarblijkelijk al onecht genoeg.

Van oudsher hebben mensen geprobeerd de betekenis van hun leven te ontdekken door het uit zijn alledaagse context te halen. Emoties konden herkend en nagevoeld worden nadat ze eerst eerst beleefd en daarna verzonnen waren. De aard van ongrijpbare angsten en verlangens konden onderzocht en ervaren worden door ze in een onechte wereld te plaatsen. Juist door een andere, autonome werkelijkheid te scheppen, konden wezenlijke gevoelens beleefd worden. De kunst liegt de waarheid, om met Picasso te spreken. Iets kan authentiek zijn zonder dat het 'waar gebeurd' is.

De waarheid van die stelling lijkt nu alom in twijfel getrokken, teniet gedaan door de steeds groter wordende behoefte aan de directe ervaring, het echte gevoel. Het is een misverstand te denken dat die behoefte beperkt blijft tot wereld van de televisie. Ook in de kunst, in de beeldende kunst, in het theater en in de literatuur, legt de verbeelding het steeds vaker af tegen de werkelijkheid. Authenticiteit wordt door middel van realiteit nagestreeft. Van een kunstenaar wordt allang niet meer verwacht dat hij in zijn werk een autonome werkelijkheid schept. En ook zelf ziet hij zich steeds vaker slechts als een choreograaf van de naakte feiten. Zijn leven, zijn ervaringen en emoties, en in veel gevallen zelfs zijn lichaam, zijn zijn kunst geworden.

Echtheid dreigt een bewijs van oprecht kunstenaarschap te worden: een echt autowrak, echte dodelijke zieken op het toneel, de echte blauwe plekken op de armen van een actrice. Realiteit die snijdt. En zo begint ook de kunst steeds een beetje meer op de Tandeborstelshow te lijken; er moeten harde klappen vallen, anders voel je niets.