Uitstel aanpak tarieven PTT voor postorders

ROTTERDAM, 13 OKT. Minister Jorritsma (verkeer en waterstaat) moet binnen vier weken aangeven of zij Koninklijke PTT Nederland oplegt zijn tarievenbeleid voor zendingen van postorderbedrijven te wijzigen.

Een poging om het concern daartoe vanaf deze maand te dwingen is opgeschoven nadat KPN een kort geding voor het College van Beroep voor het Bedrijfsleven (CBB) won. De uitslag van dat geding is gisteren bekendgemaakt. De minister kreeg opdracht opnieuw te beslissen op het bezwaarschrift van KPN. Het concern verwacht de definitieve uitslag over vier weken.

De aanwijzing van de minister, het hardste middel waarover zij beschikt om KPN tot de orde roepen, is het sluitstuk van een procedure die volgde op een klacht die een potentiële concurrent indiende bij Verkeer en Waterstaat. Volgens het klagende bedrijf maakt PTT Post misbruik van zijn positie door post, pakjes en catalogi van postorderbedrijven in Nederland te bezorgen met quantumkortingen en zonder btw te berekenen.

PTT Post heeft in Nederland het monopolie op bezorging van briefpost tot 500 gram en een bezorgplicht voor zendingen tot tien kilo. Deze 'concessiediensten' worden uitgevoerd tegen door de staat gecontroleerde tarieven waarover geen BTW wordt berekend.

Het transport van zendingen tussen 500 gram en tien kilo is niet exclusief voorbehouden aan PTT Post. Om de concurrentie het hoofd te bieden geeft Post grote klanten quantumkortingen, net als andere transportbedrijven. Deze mededingers dienen echter wel 17,5 procent btw over hun diensten te berekeken. Door de combinatie van btw-vrijstelling en quantumkorting - de 'Otto-constructie', vernoemd naar postorderbedrijf Otto - menen concurrenten dat PTT Post concurrentievervalsing pleegt. PTT Post stelt zich op het standpunt dat quantumkortingen noodzakelijk zijn op deze concurrerende markt, en dat de btw-vrijstelling terecht gehanteerd wordt in verband met zijn bezorgplicht.

Minister Jorritsma deelt het standpunt van de klagers en gaf PTT Post dat in de loop van dit jaar ook te kennen. Zij wilde dat PTT Post per 1 oktober de officiële posttarieven zou hanteren op catalogi en pakketpost van postorderbedrijven.

Bij de rechter beklaagde KPN zich over de aanwijzing, waarop het zich niet bijtijds kon instellen. Door de maatregel zou direct een groot verlies aan omzet van postorderbedrijven (mailings, catalogi, pakketpost) dreigen. De rechter oordeelde dat de minister haar aanwijzing moet opschorten en de zaak nog eens grondig moet overwegen. Hij liet daarbij zwaar wegen dat de PTT al vanaf 1982 zonder bezwaar van overheid of commerciële bedrijven zijn gang mocht gaan.