Tegen de bom

MET ZIJN VERLENING van de vredesprijs aan Joseph Rotblat en de Pugwash Conferences on Science and World Affairs heeft het Comité voor de Nobelprijs met terugwerkende kracht stelling genomen in een aloude politieke discussie die in golven de Koude Oorlog heeft begeleid. Het Comité kiest de kant van de anti-atoombomlobby, een historisch zeer verscheiden gezelschap dat zich toch door de jaren heen heeft vereend op de stelling dat de atoombom de wereldvrede bedreigde. Het hoeft geen betoog dat de regeringen in wat voorheen het Westen werd genoemd, een genuanceerder oordeel hadden. Zij waren er juist van overtuigd dat de atoomstrijdkrachten van de NAVO de vrede waarborgden, als afschrikking van de lang gevreesde maar gelukkig nooit gekomen Sovjet-aanval op West-Europa.

Voor een gezelschap dat zich beweegt in de Noorse traditie is de tentoongespreide voorkeur niet verrassend. Noorwegen is weliswaar van het begin af lid van het Atlantisch pact geweest, maar het heeft steeds geweigerd kernwapens op zijn grondgebied toe te laten. Voor de Noren was de NAVO altijd meer een opportune verzekering bij een paar grote mogendheden tegen het onverhoopte, dan een levend verbond van gelijkgezinden. Nu de dreiging voorbij is, wordt de rekening opgemaakt. Wat het Nobelcomité betreft kan de geschiedenis herschreven worden. De atoombom, en dus de NAVO, moet achteraf worden gezien als een gevaar voor de vrede, niet als zijn handhaver.

MAAR MOGELIJK HEEFT het comité zich meer laten leiden door de toekomst dan door het verleden. De wederzijdse afschrikking mag hebben gewerkt in het zeer unieke evenwicht dat werd bereikt tussen de NAVO en de Sovjet-Unie, het is hoogst onzeker dat een vergelijkbaar mechanisme ook zal functioneren als nieuwe mogendheden de beschikking zouden krijgen over de bom. Maar ook dat zou geen reden mogen zijn voor een eenzijdige afschaffing van het wapen door de oorspronkelijke bezitters. Vrede is niet alleen een zaak van goede wil en diplomatiek overleg, maar om te beginnen een kwestie van het tonen van kracht tegenover (potentiële) verstoorders van de vrede. En daarbij is de atoombom helaas nog steeds een onmisbaar middel.