Stiekem mediteren in de studeerkamer; Kunstig gecomponeerd debuut van Russell Artus

Russell Artus: Zonder wijzers. Uitg. Meulenhoff, 228 blz. Prijs ƒ 34,90.

Waartoe zijn wij op aarde? De laatste jaren zijn er in Nederland steeds meer romans verschenen die zich met deze vraag bezighouden. Voor schrijvers als Oek de Jong, Marcel Möring, Connie Palmen en de inmiddels overleden Frans Kellendonk gaat het in de literatuur niet zozeer om de psychologie van personages, om maatschappelijk engagement of om de schoonheid van de gebruikte formuleringen. Nee, zij bekommeren zich uiteindelijk om de 'zin' van het leven. Ze onderzoeken de factoren die de mens van zijn bestemming afhouden en staan kritisch tegenover een samenleving die deze factoren stimuleert. Zonder dat ze zich overigens op een of andere concrete politieke beweging of tegencultuur baseren. Bij schrijvers als De Jong en Kellendonk gaat het om een vorm van individuele, innerlijke wijsheid die zij door hun literatuur dichterbij hopen te brengen.

De jonge schrijver Russell Artus (Tilburg, 1969; de naam is een pseudoniem) hoort, te oordelen naar zijn debuut Zonder wijzers, onmiskenbaar in dit rijtje thuis. In zijn kunstig gecomponeerde, vitale roman beeldt hij een aantal personen uit die, behalve hun familiebanden, ook nog met elkaar gemeen hebben dat ze op zoek zijn naar een diepere laag in hun leven. Ze zijn uitgekeken op het streven naar aanzien en bezit dat deze maatschappij beheerst en ieder gaat op zijn manier op zoek naar de intrinsieke waarde van het bestaan.

Het boek is stevig in deze tijd geworteld. Zonder wijzers speelt zich voor een groot deel af in het huidige Engeland, in het zuiden van Frankrijk en in Nederland. De personages gaan aanvankelijk braaf met hun tijd mee. Ze willen vooruit komen, maar geven zich ook over aan seks, drugs en popmuziek. Uiteindelijk bekomt ze dat slecht. In het laatste hoofdstuk komt uitgebreid een Indiër aan het woord, de vader van twee eerder opgevoerde personages en de man van een derde, die voor een tegenstem zorgt. Hoewel hij uit India naar Europa is gekomen in de verwachting daar hogerop te komen, heeft hij moeten ervaren hoe armoedig de Westerse samenleving is. Nadat zijn huwelijk met een Engelse aan wie hij in zijn onhandigheid geen weerstand kon bieden, is gestrand, keert hij als een 'Boeddha uit de buitenwijk' terug naar zijn geestelijke oorsprong. Hij stuurt steeds meer geld naar zijn in India achtergebleven broer die daarmee hun gestorven vader eer bewijst, en op een zondagochtend betrapt zijn jongste zoon hem erop dat hij tijdens de kerkgang van de rest van de familie in zijn studeerkamer mediteert.

Zonder wijzers zou je een religieuze roman kunnen noemen, als die term geen associaties zou oproepen met een bepaald soort christelijke lectuur. Daar heeft het boek weinig mee te maken. Het ademt eerder de atmosfeer van het hindoeïsme. Een van de hoofdpersonen ontwikkelt in zijn kinderdromen een naïef geloof in reïncarnatie en is later druk in de weer om zijn bewustzijn te verruimen. Op dezelfde manier gaan ook de anderen op zoek naar een ander, hoger soort kennis die moet leiden tot een gevoel van vrijheid en daarmee een duurzamer en groter geluk. In symbolische zin wordt dat verlangen in het boek onder meer verbeeldt door diverse spiegels en ogen. In Zonder wijzers is iedereen op zoek naar zichzelf, naar 'de betekenis' van het eigen handelen en naar mystieke wegen om aan het tijdelijke te ontkomen.

Artus heeft dit gegeven uitgewerkt op een manier die aansluit bij het onderwerp. Een duidelijke verhaallijn is er niet. Zonder wijzers is geen boek om even snel en efficiënt door te lezen om te zien hoe het afloopt. Het is opgebouwd uit een zestal hoofdstukken die weer zijn onderverdeeld in een reeks korte subhoofdstukken waarin zonder veel chronologisch verband gedachten, dialogen en scènes achter elkaar staan. Zonder enige typografische aanduiding kan lustig in de tijd heen en weer worden gesprongen. De enige structuur vloeit voort uit de verschillende hoofdstukken, die ieder hun eigen stijl en perspectief hebben. Elk hoofdstuk concentreert zich zo op één of twee personen, die later met elkaar te maken blijken te hebben. Geleidelijk komen we er op deze manier achter dat het gezin dat verschillende personen bindt na de dood van de Indiase vader uit Engeland naar Nederland is gekomen. De kinderen en de van oorsprong Engelse vrouw hebben daar hun leven voortgezet in zijn geest. Het onder invloed van de moeder aangemeten Westerse leefpatroon wordt opgegeven, en de gezinsleden geven hun maatschappelijke vooruitzichten op. De ene zoon begint te experimenteren met drugs en sluit zich aan bij een mysterieus genootschap van 'onverzadigbaren', de ander verdiept zich in niet-westerse culturen.

Het razendsnel heen er weer springen tussen de verschillende personen en de verschillende tijden maakt het niet altijd eenvoudig om op de roman vat te krijgen, en te houden (zeker ook doordat de achterflap een verkeerde samenvatting van de opbouw en de inhoud geeft; in het eerste verhaal is niet Nigel aan het woord, maar zijn oudere broer Bhav). Maar Artus blijkt een begenadigd schrijver die er in slaagt dwars door alle sprongen en verhaallijnen tot de lezer door te dringen. Dat het boek ook nog een aantal zeer geslaagde beschrijvingen bevat, bijvoorbeeld van een Brits-Indiaas gezin in de marge van de Engelse samenleving, zal voor Artus waarschijnlijk bijzaak zijn. Het gaat hem er in de eerste plaats om, uit steeds wisselende gezichtpunten elementen aan te dragen voor zijn zienswijze.

UIT: RUSSELL ARTUS, ZONDER WIJZERS

Door verkoudheid geveld, was het maar beter dat hij thuisbleef: in zijn kerkgebouw kon Christus geen 'gesnotter en gesnuif' gebruiken, er werd daar al genoeg gehoest. Dus bleef Nigel onder de dekens. Aanvankelijk voelde hij zich vanwege zijn verstopte neus nog schuldig, maar al snel begon hij zich te vervelen. Ziek voelde hij zich niet.

Toen hij na een korte, ondiepe slaap uit bed stapte, ging hij een kijkje nemen in de ouderlijke slaapkamer. Die trof hij leeg aan. Hij liep door naar zijn vaders werkkamer, hoopte dat de man hem zou voorlezen uit het dikke boek met verhalen. Zonder te kloppen duwde hij de klink naar beneden en zag hem op de grond zitten, zijn gezicht naar het bureau. Zijn bovenlijf was ontbloot. Ook droeg hij geen schoenen. Hij leek in gedachten verzonken.

'Wat bent u aan het doen, papa?'

    • Reinjan Mulder