Sara leert liever schaken dan rekenen; Gesprek met filmmaakster Esmé Lammers

Lang leve de koningin is morgen de openingsfilm op Cinekid. De film is ook in tien bioscopen in Nederland te zien.

Esmé Lammers was een jaar of drie, vier toen ze van haar opa leerde schaken. Ook haar opa had het op zijn derde geleerd. Toen hij vier was versloeg hij zijn vader en moeder. Later werd hij Nederlands wereldkampioen schaken. Max Euwe heette hij.

Esmé Lammers verloor de partijen tegen hem altijd. Ze kreeg er dan ook al gauw genoeg van. Pas jaren later merkte ze dat ze het spel eigenlijk helemaal niet vervelend vond. Op een dag gaf iemand haar Oom Jan leert zijn neefje schaken cadeau. Het is een schaakcursus voor kinderen, geschreven door haar opa. Ze las het en opeens zag ze het voor zich: een film waarin de schaakstukken tot leven komen. Op die manier wilde ze proberen het spel aan kinderen uit te leggen en duidelijk maken hoe spannend een schaakwedstrijd kan zijn.

Zouden kinderen na een bezoek aan Lang leve de koningin, die nu in de bioscoop en op het Cinekid festival in Amsterdam is te zien, inderdaad de regels van het spel begrijpen? Na de eerste vertoning van de film hoorde Esmé Lammers in elk geval een kind zeggen dat ze zin had in schaken. Ze was ongeveer even oud als Sara, de heldin in de film.

Sara is acht. Tiba Tossijn, die de rol van Sara speelt, was zeven toen ze zich twee jaar geleden opgaf om mee te doen. Esmé Lammers vond haar eigenlijk te jong. Toch gaf ze haar de hoofdrol: niet omdat ze al kon schaken, maar omdat ze precies het soort meisje was dat ze zocht.

Tiba speelt Sara met ogen die steeds wegdromen. Als ze in de klas zit kun je aan haar ogen zien dat ze aan heel andere dingen denkt dan aan de tafel van twaalf. Ze wil maar één ding: leren schaken. Met het schaakspel van Victor die in het dorp is komen wonen. Op het bord staan geen gewone schaakstukken, maar beeldjes zo betoverend mooi dat Sara haar ogen er niet van af kan houden.

Wat dan gebeurt is als in een droom. Sara belandt in het paleis van de witte schaakkoningin waar de vloer als een schaakbord is verdeeld in witte en zwarte vlakken. De koning en de koningin nodigen het zwarte koningspaar en hun hofhouding uit en met elkaar spelen ze dan een spel dat ze schaken noemen. Sara heeft het nooit eerder gedaan, toch is ze de beste schaakster van allemaal.

“Als je ergens goed in bent,” zegt Esmé Lammers, “dan zie je meer dan een ander. Sara ziet geen simpel schaakstuk, maar een levend iemand met wie ze kan praten. Schaken is voor haar logisch en makkelijk omdat ze veel fantasie heeft. Ze is vaak alleen thuis is en dan begint ze te fantaseren.”

Lang leve de koningin, die over een poosje ook als zesdelige tv-serie wordt uitgezonden, is een soort sprookje. Esmé Lammers vindt sprookjesachtige verhalen vaak leuker dan verhalen die over de werkelijkheid gaan. Toch gaat de film niet alleen over Sara's schaakfantasieën. De gewone wereld komt er ook in voor. In die wereld staat de school van Sara en het grote huis waar ze woont met haar moeder en opa. Haar vader woont ergens anders. Hij is een geheimzinnige onbekende. Tot op een dag... Nou ja, dat is een verrassing ('t loopt goed af).

Nu de film klaar is, wil Lammers eigenlijk nog een boek van het verhaal maken. Daarin kan ze de belevenissen van Sara uitgebreider vertellen en alle partijen nog eens uitleggen. Het moet een echt 'doeboek' worden. Met uitvouwbare tekeningen en schaakpoppetjes die je kunt uitdrukken. Zo kun je alles naspelen. Want zelf schaken, daar gaat natuurlijk niets boven.

    • Noor Hellmann