Niets is heilig; Nederlanders en Indonesiërs over de legende Soekarno

Meer en meer wordt Soekarno gezien als een legendarische held uit een legendarisch verleden. De gedachte dat Indonesië's eerste president tekortkomingen zou kunnen hebben wordt door sommigen opgevat als heiligschennis. “Ik begrijp wel dat er in Indonesië behoefte is aan zo'n legende, maar het uitdrijven van Satan met Beëlzebub lijkt mij gevaarlijk en zinloos.”

1. L.J.Giebels: Beel: Van vazal tot onderkoning, SDU/Centrum voor Parlementaire Geschiedenis, Nijmegen 1995.

2. Sukarno: An Autobiography, as told to Cindy Adams, Bobbs-Merrill, Indianapolis 1965.

3. J.D.Legge: Sukarno, A Political Biography, Wellington N.Z. 1990.

4. Ian Buruma: 'The Singapore Way', The New York Review, Oct. 19, 1995.

5. H.Poeze & H.Schulte Nordholt (Reds): De roep om Merdeka: Indonesische vrijheidslievende teksten uit de 20ste eeuw. Met een voorwoord van Hella Haasse. Jan Mets, Amsterdam/Novib Den Haag 1995.

6. Willem Oltmans: Mijn vriend Sukarno, Het Spectrum, Utrecht 1995.

7. Hans Meijer: Den Haag-Djakarta, Het Spectrum 1994.

Soekarno - 'een man van Nederlandse stam' noemt Lambert Giebels hem, en merkt op dat er van de grondlegger van Indonesische natie nog steeds geen werkelijke biografie bestaat. Giebels is de schrijver van een pas verschenen boek over Beel, en hij is van mening dat deze achterstallige Soekarno-biografie geschreven moet worden door een Nederlander.

Moge er een zegen op rusten; maar hoe zit het precies met die 'Nederlandse stam'? Het is natuurlijk waar dat Soekarno, en vele andere Indonesiërs van zijn generatie, in zekere zin Nederlanders waren, niet alleen in de legalistische betekenis dat alle Indonesiërs tot aan de souvereiniteitsoverdracht Nederlands onderdaan waren, maar vooral in cultureel opzicht: door hun opleiding, hun studie, hun intellectuele horizon. Soekarno heeft meer dan eens bevestigd dat het Nederlands de taal was waarin hij dacht, droomde en vloekte, en ook hield hij uit gewoonte vast aan de oe in zijn naam. Maar Giebels roert nog iets anders aan, namelijk het gerucht dat Soekarno een Nederlandse vader zou hebben gehad.

Waar komt dat gerucht vandaan?

Vreemd genoeg vooral van Soekarno zelf. In An Autobiography 'as told to Cindy Adams' vertelt hij half spottend aan Cindy Adams dat de Nederlanders vaak opmerkten dat Soekarno allerlei on-Indische talenten had, een half dozijn talen sprak en een geboren leider was: 'Sukarno is energetic, dynamic and not at all the typical slow-moving, slow-thinking Javanese' - en dan citeert hij een niet nader aangeduide Nederlandse publikatie waarin het mysterie verklaard werd: 'Dear reader, do you know why Sukarno has such outstanding features? Because Sukarno is not pure Indonesian, that's why. He is the illegitimate son of a Dutch coffee-planter who made love with a native peasant in the field, then farmed out the baby for adoption.'

Lambert Giebels vestigde onlangs in Biografie Bulletin opnieuw de aandacht op deze legende, 'als zou de man, die hem heeft verwekt bij de Balinese Idayu Nyoman Rai, een Nederlandse planter zijn geweest'. Merk op dat dit in feite alweer een nieuwe variant is: Soekarno had het niet over zijn moeder Idayu maar over een 'native peasant'; er volgt dan in de autobiografie trouwens nog de wat raadselachtige zin: 'Unfortunately the only witness to swear to my real father and to testify that I did indeed come from my true mother, not some coffee-worker in the field, had long since passed away.'

Zou het mogelijk zijn dat de man die zoveel Indo's uit Indonesië verjaagd heeft zelf een Indo was? Het zou een van de meer ironische spelingen van de geschiedenis zijn, maar betekenis heeft het verder niet. Zelf heb ik het altijd voor een verzinsel gehouden, een (racistische) legende, psychologisch verwant aan het verhaal dat Hitler half joods was, maar Giebels citeert J.D. Legge, de Australische schrijver van een 'politieke biografie' van Soekarno, die er op wijst dat Soekarno opgroeide als halve wees en in armoede, en niettemin een naar verhouding zeer kostbare opleiding heeft genoten. Was er iemand die zijn studie voor hem betaalde? Is dat zo moeilijk te achterhalen? Wat mij op een veel bescheidener plan al benieuwt is of iemand ooit heeft uitgezocht welk Nederlands tijdschrift het was, waar Soekarno uit citeerde.

Suharto

Hoe zou de wereld er uitzien als Soekarno niet had bestaan? Er wordt wel gedaan alsof er dan geen onafhankelijk Indonesië zou zijn geweest, en die reactie maakt duidelijk hoezeer Soekarno een mythe is geworden.

Meer en meer wordt Soekarno gezien als een legendarische held uit een legendarisch verleden; zijn regeringsperiode wordt meer en meer geïdealiseerd en de gedachte dat Indonesië's eerste President ook tekortkomingen zou kunnen hebben wordt door sommigen opgevat als heiligschennis. Zo ben ik tot mijn spijt verzeild geraakt in een slepend debat met Joesoef Isak, de uitgever en tekstverzorger van Pramoedya Ananta Toer (zie 'Beeld van Soekarno is misleidend', De Volkskrant van 16-8-1995). Isak is iemand die ik bewonder en ik denk dat er tussen zijn opvattingen en de mijne meer overeenkomsten dan verschillen bestaan, maar het is waar dat ik over Soekarno minder enthousiast ben dan hij.

Zeker, Soekarno is de onbetwiste architect van de Indonesische eenheid en onafhankelijkheid en het is volkomen gerechtvaardigd dat hij in die kwaliteit erkend en geëerd wordt, niet alleen in Indonesië maar ook in Nederland. Dat spreekt vanzelf en daar is geen verschil van mening over. Maar Indonesië zou ook zonder Soekarno onafhankelijk zijn geworden en het is geen heiligschennis om zich af te vragen wat er dan anders zou zijn geweest. En daar is volgens mij een heel pijnlijk antwoord op, luidend: zonder Soekarno zou Suharto vermoedelijk nooit aan de macht zijn gekomen.

Ik ben het over de meeste kwesties met Joesoef Isak eens, ook wat Soekarno betreft; wanneer hij bijvoorbeeld schrijft: 'Ik wil niet beweren dat met een Nederlandse keuze voor Sukarno Indië veilig en wel terecht zou zijn gekomen in de schoot van het 'Moederland'. Zeker niet. Maar Nederland had met Sukarno het hart van het Indonesische volk kunnen winnen, wat heel belangrijk zou zijn geweest als basis voor een soliede vriendschappelijke verhouding.' (De Volkskrant, 16-8), dan ben ik het hartstochtelijk met hem eens; zó had het moeten gebeuren en het lag niet aan Soekarno dat het niet zo is gegaan; zo heb ik er zelf ook altijd over geschreven (zie o.a. Het Oost-Indisch kampsyndroom, bladzijde 22). Maar respect voor Soekarno als grondlegger van de Indonesische natie impliceert niet de kritiekloze aanvaarding van latere Soekarno-bedenksels als 'Geleide Democratie'. Ik verwijt Soekarno niet dat hij anti-Nederlands was, en zeker niet een Nederland vertegenwoordigd door figuren als Joseph Luns. Nee, ik verwijt hem dat hij in latere jaren steeds ondemocratischer, steeds megalomaner en steeds onverantwoordelijker werd. Ik verwijt hem dat hij Indonesië naar de haaien heeft geholpen: ik ben er van overtuigd dat er nu geen Nieuwe Orde in Indonesië zou zijn als het regime van Soekarno democratischer was geweest.

Vandaar dat ik gekant ben tegen de huidige trend om Soekarno achteraf heilig te verklaren. Ik begrijp wel dat er in Indonesië behoefte is aan zo'n legende, maar het uitdrijven van Satan met Beëlzebub lijkt mij gevaarlijk en zinloos. Er bestaan in Azië (en elders) nu eenmaal diepgewortelde ondemocratische tradities: vijanden, die maak je dood, want anders maken ze jou dood. Opposanten, daar praat je niet mee, die leg je het zwijgen op. Kritiek is iets negatiefs en behoort strafbaar te zijn. Tolerantie is verkeerd, immers de dwaling moet niet getolereerd maar bestreden worden. Dat is The Asian Way; democratie is Westers en past niet bij onze nationale omstandigheden en ons nationale karakter.

Aziatisch volkseigen

Varianten op deze boodschap zijn de norm in de meeste Oost-Aziatische landen (zie het schitterende artikel van Ian Buruma in het laatste nummer van The New York Review); het is traditie het voor te stellen of het hier om een soort Aziatisch volkseigen gaat, een 'eigen' vorm van democratie, een beter bij de Aziatische omstandigheden passende expressie van de volkswil (het is dan gewoonlijk een of andere charismatische leider die deze volkswil in pacht heeft; die heeft daar een geprivilegieerde en onfeilbare kennis van en wie het er niet mee eens is is dus tegen het volk); critici van deze zienswijze zijn verblind door westers intellectualisme, neokoloniaal, onbeleefd en kassar.

Ook Soekarno's geleide democratie behoorde tot die familie. Door die te willen verdedigen ('Door de staatsgreep van 1965 kreeg de geleide Demcoratie niet de tijd zich waar te maken') komt Joesoef Isak er toe dingen te verdedigen die volgens mij altijd en onder alle omstandigheden onverdedigbaar zijn, zoals het beperken van de vrijheid van meningsuiting. Het is zaak niet te vergeten dat wat het huidige regime in staat stelt tot het onderdrukken van dissidentie en kritiek Soekarno's grondwet is, de grondwet die al was afgeschaft en die Soekarno weer activeerde om zijn geleide democratie te kunnen toepassen. Isak voert als excuus voor deze geleide democratie aan dat Indonesië zo groot is, een zo grote verscheidenheid aan talen, opvattingen en gebruiken herbergt, etc: 'Vertel eens hoe je in zo'n politiek knellende situatie een acceptabel economisch beleid moet voeren en dagelijks de buik moet vullen van tachtig miljoen Indonesiërs' - maar als dat een excuus is geldt het voor ook Suharto; het zijn er nu bovendien al veel meer dan tachtig miljoen.

Wat Isak helemaal niet noemt, en wat door aanhangers van de Soekarno-nostalgie altijd eenvoudig verzwegen wordt, is het 'konfrontasi'-avontuur tegen Maleisië. Pramoedya bestond het om te schrijven dat Soekarno 'nooit een oorlogszuchtige politiek heeft gevoerd tegen wie ook', alsof er nooit een Ganjang Malaysia ('liquideer Maleisië')-campagne was geweest. Toch was het geen bagatel, er zijn infiltraties, landingen en gevechten geweest; Indonesische soldaten hebben er hun leven voor gegeven. Naar met het verdagen van de dertigjarige geheimhouding van regeringsdocumenten onlangs bekend is geworden was de situatie zo dreigend dat Australië en Engeland in 1964 klaarstonden om militair te interveniëren. Ook over het feit dat Soekarno in die tijd het initiatief nam om Indonesië uit de VN te laten stappen hoor je nooit meer iets.

'Tan Malaka, Amir Sjarifudin, Hatta, Sjahrir zijn onze vrijheidsstrijders,' schrijft Isak, maar hij zegt er niet bij dat Tan Malaka Soekarno's doodsvijand was, dat hij gevangen zat en onder het bewind van Soekarno door regeringstroepen is vermoord. Ook Sjahrir zat gevangen en is gestorven doordat hij te laat toestemming kreeg de ziekte te laten behandelen waaraan hij leed. Nog vele anderen, waaronder Roem, Natsir en Mochtar Lubis werden door Soekarno gevangengezet. Maar er is een naar ik aanneem voor alle partijen onbesproken arbiter, en dat is Hatta.

Vice-President Mohammad Hatta is nota bene afgetreden omdat hij zich niet met Soekarno's politiek kon verenigen; hij heeft zich nooit gedragen als een politieke tegenstander van Soekarno, maar in 1960 vond hij het nodig zich nog eens duidelijk te laten horen met een scherpe kritiek op de geleide democratie. De tekst daarvan is opgenomen in het kortgeleden onder redactie van Harry Poeze en Henk Schulte Nordholt verschenen De roep om Merdeka, Indonesische vrijheidslievende teksten uit de 20ste eeuw, en is een toonbeeld van een evenwichtig betoog, zonder hysterie of stemmingmakerij; een werkelijk nobele tekst, die concludeert: 'Aldus zijn we getuige geweest van een serie politieke ontwikkelingen die eindigde in chaos, van een democratie eindigend in anarchie en daarmee de weg openend naar zijn vijand, de dictatuur. Dit is, zoals we gewaarschuwd hebben, een ijzeren wet van de wereldgeschiedenis..'

Dat was een profetische uitspraak en wat ik zo graag zou willen weten is wat Joesoef Isak daar nu op te zeggen heeft - liever dan te proberen mensen die het niet met hem eens zijn het zwijgen op te leggen. Wat moet ik denken van een uitval als: 'Wij accepteren geen beledigingen aan het adres van Sukarno, en zeker niet van Nederlandse zijde.' Waar zijn die beledigingen dan? We accepteren geen kritiek, is wat dit betekent. Waarom niet? Geldt dat ook voor Suharto? Wat is het criterium: mag je je alleen uitspreken over dictators in eigen land? Of mogen Indonesiërs niet worden tegengesproken? Of alleen niet 'van Nederlandse zijde'? Geldt dat ook voor Oltmans, die in het zojuist gepubliceerde Mijn vriend Sukarno een hartstochtelijk pro-Soekarno standpunt belijdt?

Mallotig

Over dit boek: wat Oltmans schrijft is niet onsympathiek maar helaas vaak mallotig. Als je leest, bijvoorbeeld in Den Haag-Djakarta van Hans Meijer over de relaties tussen Nederland en Indonesië in de periode 1950-62, dan vraag je je soms vertwijfeld af: protesteerde er dan, behalve de Communistische Partij, helemaal niemand? Was er niemand die zich teweerstelde tegen een gevaarlijke gek als Luns? Dan is het antwoord: Ja, nou ja, Oltmans.

Het boek is een psychodrama en wat je er mee aanmoet weet ik niet. Wat ik niet van me af kan zetten is dat Soekarno voor Oltmans vooral belangrijk is op de manier van een name-dropper: 'Weet je met wie ik bevriend ben? Met Soekarno!'. Je valt over beschrijvingen van een ontstellende naïveté, zoals: 'Hij (Soekarno) kon zijn brein naar een voor Indonesië ongekend hoog internationaal niveau van intellectuele geaardheid en training tillen'. Je krijgt te horen 'op welke puur Indonesische waarden zijn (Soekarno's) leiderschap feitelijk berustte' en dat blijkt dan wajang te zijn - waarbij je onwillekeurig denkt aan Pramoedya die meer dan eens heeft uiteengezet waarom hij, vooral op politiek gebied, zo het land aan wajang heeft.

In zijn afkeer van diverse Nederlandse politici en vooral van Luns sta ik pal aan Oltmans zijde; zo ook wat betreft Suharto, die naast de academicus Soekarno de povere figuur slaat van een KNIL-sergeant die de Mulo niet heeft afgemaakt. Maar Oltmans bederft helaas zijn zaak door Suharto op één lijn te stellen met Pol Pot, hetgeen alweer een beoordelingsfout is. Wat me ook frappeerde is dat Oltmans blijkt geen Indonesisch te kennen; maar dat heeft hij met wel meer vooraanstaande Indonesië-experts en historici gemeen.

Prince, aan Joesoef Isak: Soekarno, al of niet 'een man van Nederlandse stam', heeft mijn levensloop diepgaand beïnvloed: zou ik geen opinie over hem mogen hebben? Het gaat om het land waar ik ben geboren en waar ik graag zou zijn gebleven; ik heb, tegen wil en dank, een emotioneel standpunt over wat er met dat land gebeurd is, zonder dat ik daar iets tegen heb kunnen doen. Gun mij dat recht. Behandel mij, al zijn we het niet over alles eens, als vriend en gelijke.

    • Rudy Kousbroek