Nedlloyds val

Als een donderslag bij heldere hemel kwam afgelopen maandag de mededeling dat de winst van het transport- en scheepvaartconcern Nedlloyd dit jaar 'belangrijk lager' zal zijn. Op de Amsterdamse effectenbeurs kelderde het aandeel Nedlloyd deze week van 55 gulden tot onder 42 gulden op vrijdagmiddag. In twee dagen verloor Nedlloyd, met ruim 300 miljoen gulden, bijna een kwart van zijn beurswaarde. Intussen is het aandeel Nedlloyd terug op het koersniveau van herfst 1993 of - voor wie halsstarrig genoeg is geweest om langdurig in het fonds te hebben belegd - het koersniveau van 1988. De onheilstijding past in een lange Nedlloyd-traditie: van de plotselinge afwaardering van de vloot met 900 miljoen gulden eind 1987 tot het jarenlange onhandige gedoe rond de Noorse belager Tor Hagen dat daarop volgde.

Dat moet voor Nedlloyd-topman L. Berndsen een zware nederlaag zijn. De voormalige financiële man van Aegon, die Nedlloyd sinds 1993 leidt, leek van het slag bestuurders dat elke ochtend een kaarsje brandt voor de groei van de Heilige Winst Per Aandeel. Maar Nedlloyd is geen (levens)verzekeraar met voorspelbare inkomsten en uitgaven, of een uitgeverij als Reed Elsevier en Wolters Kluwer, waar door het opschuiven naar hoogwaardiger activiteiten een gestage rendementsgroei kan worden bereikt.

Nedlloyd moet daarentegen roeien met de riemen die het heeft, op de golven van de conjunctuur. Dat is misschien even wennen, maar die wetenschap had het bestuur van het concern ertoe moeten brengen beleggers al veel eerder te wijzen op risico's in de winstontwikkeling. Het kan overigens nog erger: volgens de 'schaal van Mock', die in de communicatie tussen bedrijf en beleggers wordt gehanteerd, duidt 'belangrijk' lager op een winstdaling van tussen 12 procent en 20 procent. Als de reflex die de aandelenmarkt deze week vertoonde juist is, wijst de daling van de koers/winstverhouding van Nedlloyd op een winstverslechtering van rond een kwart. De verwachting van de bijbehorende 'sterk' lagere winst was misschien wel beter geweest.

    • Maarten Schinkel