Mars in Washington voor berouw zwarte mannen

WASHINGTON, 13 OKT. Terwijl Amerika nog maar nauwelijks bekomen is van de raciale verdeeldheid die de vrijspraak van de vroegere sportheld O.J. Simpson aan het licht bracht, maakt Washington zich op voor een demonstratie van een miljoen zwarte mannen uit het hele land in het hart van de Amerikaanse hoofdstad. Op The Mall, het grote grasveld aan de voet van het Capitool, zal maandag de Million Men March worden gehouden, geïnspireerd op de Mars op Washington, in 1963, toen Martin Luther King jr. zijn beroemde woorden 'I have a dream' sprak. Maar anders dan King indertijd bepleit de initiatiefnemer van deze mars, de omstreden zwarte leider Louis Farrakhan, geen integratie van blank en zwart. Hem gaat het erom het zelfvertrouwen van de zwarten te versterken.

Farrakhan, leider van de radicale organisatie Nation of Islam, is berucht om zijn anti-blanke en anti-semitische uitspraken. Maar in de gedemoraliseerde zwarte gemeenschap vindt zijn pleidooi voor meer gemeenschapszin en het nemen van verantwoordelijkheid voor de eigen problemen veel weerklank.

Met de demonstratie van maandag - alleen in naam een mars, in feite een massale bijeenkomst - wil Farrakhan 16 oktober voortaan tot “een heilige dag van boetedoening, verzoening en verantwoordelijkheid” maken. De zwarte mannen moeten berouw tonen voor wat ze hun vrouwen en kinderen hebben misdaan of onthouden, om hun gevoel voor eigenwaarde terug te winnen. En ze moeten hun toewijding tonen aan de “Afrikaans-Amerikaanse (zwarte) economische, politieke en geestelijke groei”. Het belooft een mengeling te worden van een massale gebedsbijeenkomst voor alle gezindten en een politieke demonstratie tegen racisme en bezuinigingen die vooral zwarten treffen. Vrouwen zijn niet uitgenodigd, hun is gevraagd uit solidariteit maandag thuis te blijven: niet te gaan werken en geen boodschappen te doen.

Het plan voor de mars is al meer dan een jaar oud. Aanvankelijk sloeg het vooral aan in zwarte buurthuizen, kapperszaken en op straat. Pas de laatste maanden zeggen sommige vooraanstaande zwarte leiders, onder wie dominee Jesse Jackson, er hun steun aan toe. De figuur van Farrakhan schrikt nog altijd velen af, maar daartegenover staat dat de demonstratie een aantal van de grootste problemen aan de orde stelt waar de zwarte gemeenschap mee kampt: misdaad, drugsgebruik, gezinnen zonder vaders en in het algemeen het uiteenvallen van sociale verbanden. In verpauperde zwarte stadswijken is het leven vaak ondraaglijk. Moord is de belangrijkste doodsoorzaak onder jonge zwarten. En één op de drie zwarte mannen tussen de 20 en 29 jaar zit in de gevangenis, is voorwaardelijk vrij of is op proef vrij.

De meer gematigde zwarte leiders hebben geen overtuigend antwoord op die problemen en slagen er nauwelijks nog in mensen te mobiliseren. Of het Farrakhan lukt een miljoen demonstranten op de been te brengen, ofwel negen procent van alle Amerikaanse zwarte mannen van boven de zestien, is nog niet duidelijk. Maar ook als er half zoveel komen, zijn dat er nog ruim twee keer zoveel als in 1963. En met alle aandacht die Farrakhan de afgelopen weken heeft gekregen op radiozenders, in kranten en ook steeds meer op de landelijke televisiestations, is hij hard op weg een zwarte leider te worden die moeilijk genegeerd kan worden, hoe graag velen dat ook zouden willen.

Illustratief is de voorzichtigheid waarmee de gepensioneerde generaal Colin Powell, mogelijk kandidaat voor de presidentsverkiezingen van 1996, een persoonlijke uitnodiging om deel te nemen afsloeg. Verplichtingen voor de promotie van zijn boek verhinderden hem aanwezig te zijn, liet hij Farrakhan weten. Nog maar enkele jaren geleden was het voor politici schadelijk om zelfs maar zijdelings geassocieerd te worden met de man die beweert dat “moorden en liegen blanken makkelijk afgaat” en dat “kleine joden in de Tweede Wereldoorlog stierven terwijl grote joden geld verdienden, kleine joden werden tot zeep gemaakt waar grote joden zich mee wasten”.

Ook nu zijn er nog politici, zowel zwarte als blanke, die verontwaardigd afstand nemen van Farrakhan en die zijn organisatie vergelijken met de racistische Ku Klux Klan. Maar een paria is hij niet meer. Als sprekers heeft Farrakhan de dichter Mary Angelou bereid gevonden, die ook een gedicht voorlas bij de inauguratie van president Clinton, en Rosa Parks, de vrouw die een belangrijke rol speelde in de burgerrechtenbeweging door in 1955 in de staat Alabama in een bus voorin plaats te nemen terwijl dat toen voor zwarten verboden was.

Na de vrijspraak van O.J. Simpson heeft Amerika met schrik vastgesteld dat blanke en zwarte Amerikanen totaal verschillende ideeën over rechtvaardigheid hebben. Zo blij als veel zwarten waren over de uitkomst van het proces, zo verontwaardigd waren, en zijn, veel blanken er over. Opeens werd duidelijk hoe groot de kloof tussen blank en zwart nog is, ondanks alle vooruitgang die er de afgelopen dertig jaar is geboekt. Na de rassenrellen in de jaren zestig schreef een onderzoekscommissie dat het land uiteen dreigde te vallen in “twee naties, één zwarte, één blanke - gescheiden, maar ongelijk”. Inmiddels vragen Amerikanen zich af of die omschrijving niet een goede weergave is van de huidige situatie.

Farrakhans Million Men March zal de tegenstellingen en het wederzijdse onbegrip alleen maar versterken, vrezen de tegenstanders. En hoe zeer zijn morele appel in veel opzchten ook een zwarte versie lijkt van de Republikeinse 'waarden van het gezin', het is waar dat Farrakhan geen verzoening predikt, maar vaak inspeelt op de frustraties en haat van jonge zwarten jegens een hun vijandige maatschappij. Over de meeste onderwerpen mogen zwarten en blanken in Amerika grofweg dezelfde opinies hebben, op het kleine aantal terreinen waarop ze sterk van mening verschillen richt Farrakhan zich in zijn toespraken bij voorkeur.

Maar zijn felle racistische retoriek heeft hij de afgelopen maanden afgezwakt - en intussen spaart hij zijn zwarte aanhang niet. In een toespraak stond hij laatst stil bij een gruwelijk incident dat deze zomer in Detroit plaatshad: een zwarte vrouw die met haar auto zacht tegen de auto van een eveneens zwarte man was aangereden, op een brug in Detroit, was door de man met een krik mishandeld net zolang tot ze in wanhoop in het water sprong, de dood tegemoet. “Ze werd niet vermoord Mark Fuhrman”, aldus Farrakhan, doelend op de racistische rechercheur in de zaak-Simpson. “Ze werd vermoord door haar zogenaamde broeder. De wereld kijkt naar ons en vraagt zich af: wat is dit voor een volk?”

De Nation of Islam heeft naar schatting niet meer dan honderdduizend leden, maar opiniepeilingen suggereren dat Farrakhan onder zwarten ongeveer even populair is als dominee Jesse Jackson. Eenderde van de zwarten zegt zijn opvattingen te delen, eenderde vindt hem een racist. Een opinie-onderzoek geeft ook aan dat er in de zwarte gemeenschap een gevoel bestaat dat hij wel iets goed moét doen, gezien de woede die hij opwekt bij de gevestigde instanties.

De Nation of Islam is in de jaren veertig opgericht door Elijah Muhammed, die stelde dat allah de mens zwart had geschapen, en dat alle blanken slechte mutaties waren. Zijn bekendste bekeerling was Malcolm X. In 1965 werd onder leiding van Farrakhan de paramilitaire groep Fruit of Islam opgezet, die nog steeds als een soort ordedienst in zwarte wijken opereert. Johnnie Cochran, de advocaat van O.J. Simpson, liet zich tegen het einde van het proces bewaken door een groepje van deze goed getrainde en gedisciplineerde jongens, altijd in een net pak, dikwijls met een strikdasje en zelden op een glimlach te betrappen.

    • Juurd Eijsvoogel