Klanken zonder betekenis

Jack O'Connell: Postbus 9 (Box 9). Vert. Pieter Thomassen. Uitg. De Arbeiderspers, 294 blz. ƒ 29,90.

Box 9, het thrillerdebuut van Jack O'Connell, werd vorig jaar door de Amerikaanse pers de hemel in geprezen, en op het eerste gezicht lijkt het niet zo moeilijk te begrijpen waarom. De schrijver is er niet alleen op uit zijn lezers een spannende avond te bezorgen, hij heeft duidelijk ook literaire ambities. Hij plaats zijn heldin, Lenore, een onevenwichtige, speed slikkende politievrouw met vaste hand tegen een intrigerend decor vol raadsels en vervreemding: een verzonnen Amerikaanse provinciestad die langzaam in de greep dreigt te komen van een nieuwe, levensgevaarlijke drug, Lingo genaamd. Het is een middel dat het spraakvermogen stimuleert en vervolgens op hol doet slaan; gebruikers worden verbaal verbazingwekkend begaafd, maar uiteindelijk braken ze alleen nog maar een stroom betekenisloze klanken uit. Voor ze van binnenuit exploderen, gaan ze ook nog even flink moorddadig tekeer, dus geen wonder dat het stadbestuur, de burgemeester voorop, zich ernstige zorgen maakt. Wat als Lingo populair wordt?

O'Connell weet de onwerkelijke atmosfeer van zijn boek geloofwaardig te maken; geloofwaardiger dan de personages afzonderlijk, eerlijk gezegd, die het hele boek lang statisch blijven. Hij plaatst er verscheidene uitgebreid voor het voetlicht - een postbeambte, de politievrouw die het met de burgemeester doet, een plaatselijke drugsbaron - en verschaft een stortvloed van eigenaardigheden over hen, maar ze willen maar niet in beweging komen. Voortdurend krijg je de indruk dat de schrijver bezig is tweedimensionale persoonlijkheden uit te diepen.

Die vreemde levenloosheid haalt de spanning uit Postbus 9. Naar het einde toe knoopt O'Connell een aantal bizarre touwtjes op een behendige manier aan elkaar - er zit voor de lezer een gruwelijke verrassing in -, maar hoezeer hij de vaart in zijn verhaal ook opvoert, hoe fantasievol er in de laatste hoofdstukken ook gesneden en gehakt wordt, deze lezer kreeg het er niet warm of koud van.

    • Dennis de Hoopfrans van Dooren