Kermisbaas

Ik richtte me tot God: “Waarom nu weer deze blamage over Winschoten? Wat heeft dit volk u misdaan?”

Uit het gat van een weggewaaide dakpan plofte de verstorven echo van 'Hoch in den Bergen' naar beneden. God zat nog in de VIP-tent van Schwabenbräu. Hij was, zo te horen, een beetje dronken.

Die andere Winschoter was ook niet thuis. Hij was, zo las ik 's anderendaags, weggevlucht tussen dikke akkerhagen en lariksen in de zon. Om er te dromen over zijn eerste one night stand, zijn zwem- en verkeersdiploma en de Indonesische tekenlerares. Dromen, opgetekend met een herfstblad, niet met de kogelpen. Bijna Vlaamse weemoed. Of was die hele zondagse escapade een vlucht uit schaamte? Ik blijf maar denken aan het volk van Winschoten. Aan die knoestige mannen met eelt in de handen, aan hun oude woorden, aan hun verlangen dat al eeuwen roerloos is gebleven. En aan die prachtige vrouwen met hun brede heupen die het land dragen, het mestoverschot en het verdriet van de oorlog. Winschoten: een enclave van deftigheid en fatsoen. Het enige dorp waar bedgeheimen nog de sprakeloosheid van een kerkhof hebben.

Arie Haan in Stuttgart: soms zegt een bierpul alles over de mens. Schuimbekkend van glorie en zelfgenoegzaamheid danste hij rond het aanwezige journaille. In witte sokken. “Overal waar ik kom, volgt het succes”, kraaide deze plebejer, zwaaiend met nog een Weissbier. Ik ken maar weinig voetbaltrainers die De Mos in lompe ijdelheid kunnen passeren, maar voor Arie Haan was het, die zondag in Stuttgart, een koud kunstje. “Ajax? Ach Ajax, die club is niet lang meer ongeslagen. Feyenoord wordt kampioen.”

Haan in de Kuip, het beeld laat me niet meer los. Badend in het zweet word ik 's nachts wakker met een schreeuw tot de heer Voulinos, voorzitter van PAOK Saloniki: Red de eer van Winschoten. Jan Mulder zal het niet doen. Voetballers getuigen niet, dat doen schrijvers die nooit gevoetbald hebben. Wie is de hoofdredacteur van de Feyenoordkrant? Misschien kan hij Van den Herik nog ijlings zachtjes inblazen dat twintig jongens van de selectie meer beschaving hebben dat Arie Haan. Dat Jorien nooit meer een gevoelige afscheidsbrief zal kunnen schrijven zoals hij dat voor Van Hanegem heeft gedaan. Dat Haan bij Feyenoord zal verdwijnen zoals hij gekomen is: als een rat. Hoofdredacteur, onderneem iets! De eer van Winschoten en Feyenoord staat op het spel.

Kan niemand mevrouw Van den Herik bellen? Over twee weken staat die arme Jorien ook met een dirigeerstokje voor het Germann Hofmann-orkest in het Schwabenbräucafé. Haan neemt iedereen mee in zijn zondige val. Wein, Weib und Polonäse, daar is de Kuip toch te chic voor. Van den Herik is een ervaren voorzitter, een heer zelfs, maar wat hij nu bij Feyenoord wil binnenhalen valt buiten de verbeelding van iedere burgerman. De dakbedekkers waarmee Jorien ooit gewerkt heeft mogen dan ruw volk zijn, Haan praat als een riek. Voor het einde van het seizoen durft de Feyenoordvoorzitter zich niet meer te laten zien in de business seats. Hij zal het stadion nog alleen via sluipwegen betreden en verlaten. De schaamte houdt niet meer op.

Ik dacht dat het probleem van Feyenoord de kongsi's waren. De selectie was onder Van Hanegem uiteen gevallen in vijandige clans, zo heette het de voorbije dagen. Met Haan aan het roer gaan niet alleen de spelers met elkaar op de vuist maar ook de terreinknechten, de koffiemeisjes en de lichtmasten. Deze trainer is de absolute maëstro van de intrige. Vraag dat maar aan Rensenbrink of Erik Gerets. Nu nog worden er bij Anderlecht en Standard Luik vetes voor het leven uitgevochten die destijds door Arie Haan op het kampioensfeestje geregisseerd werden. De mof van Winschoten kan het niet laten: hij wil iedere avond dineren met bloed op de tafel.

Ik mag er niet aan denken dat Arie Haan straks als de messias op de Coolsingel zal verrijzen. Ulrich van Gobbel zou zich een hartinfarct schrikken van zoveel ordinair vertoon. En de stille, gepolijste Koeman vraagt gegarandeerd zijn transfer. Het is niet anders: Nederland is net iets te beschaafd geworden voor Arie Bombarie. Niet dat ik deze coach het brood niet gun. Maar Haan moet lekker gaan trainen in de buurt van een Schwabenbräucafé. Daar voelt-ie zich thuis, daar genieten ze van kermisbazen in witte sokken. En zo kan Feyenoord blijven wat het altijd is geweest: een oase van ruwe skepsis, intimiteit en traditie. Desnoods onder het gezag van Frans Körver.

    • Hugo Camps