JOHAN STEKELENBURG; Geen revolutiepreek meer

Maandag vindt in de Stichting van de Arbeid het najaarsoverleg van kabinet met sociale partners plaats. Conflicten zijn niet te verwachten. Achter de facade van eensgezindheid zijn echter grote tegenstellingen waarneembaar. Werkgeversvoorzitter A. Rinnooy Kan pleit voor een systeemschok in de sociale zekerheid, die de herziening van de WAO uit 1991 in de schaduw stelt. Met de vakbeweging wil hij een groter deel van de sociale zekerheid heroveren op de staat. FNV-voorzitter J. Stekelenburg gaat hier voor een deel in mee, maar trekt strepen in het zand, waar hij voorlopig niet overheen wil gaan.

Johan Stekelenburg: “Mensen vragen me wel eens: waarom gooien jullie de beuk er niet in? In het verleden deden we dat. Maar we zijn er achter gekomen dat ruzie maken onze aantrekkingskracht niet vergroot. Het moet natuurlijk wel gedragen worden door de achterban. Werknemers dragen meer verantwoordelijkheid, krijgen spaarloon. Kortom: ze maken deel uit van de samenleving. Dan kan ik wel buiten de revolutie gaan preken, maar daar bereik ik niets mee. Daarom zoeken we nu met werkgevers en overheid meer dan in het verleden naar onderwerpen waar we overeenstemming over kunnen bereiken. De tegenstellingen, die er wel degelijk zijn, worden daaraan ondergeschikt gemaakt”.

Waarom stelt de FNV de looneis op maximaal 3 procent? Dat is toch stom. In veel bedrijven worden hele hoge winsten gemaakt. Daar is meer mogelijk.

“De werkgelegenheid staat bij ons voorop. En een verantwoorde loonontwikkeling biedt wat dat betreft nu eenmaal meer kansen dan een beleid van: halen wat er te halen is. Bovendien willen bonden de gematigde opstelling van de vakcentrale gebruiken om in de interne discussies met hun leden beter uit de voeten te kunnen. Natuurlijk zijn er ook veel leden die zeggen: de winsten rijzen de pan uit, de bomen groeien tot in de hemel. Vakbondsbestuurders die daarmee te maken krijgen kunnen zich dan beroepen op centraal beleid. Zo van: we hebben intern nu eenmaal afgesproken om niet meer dan 3 procent te eisen. Binnen dat beleid is nog steeds een heel gedifferentieerde invulling mogelijk. De AbvaKabo gaat op een looneis van 1,75 procent en een 36-urige werkweek zitten, de vervoersbond gaat uit van 4,5 procent hogere loonkosten en vraagt wat meer loon.”.

De voorzitter van de vereniging VNO-NCW, A. Rinnooy Kan, wil de rol van de overheid met name in de sociale zekerheid terugdringen ten faveure van de sociale partners.

“Ik ben het met Rinnooy Kan eens dat vakbeweging en werkgevers een grotere rol gaan spelen dan nu nog het geval is. Maar de werkgevers willen daarin veel verder gaan dan wij. De werkgevers willen eigenlijk maar één ding: het moet allemaal goedkoper en er moet sprake zijn van meer marktwerking. Daar zitten geen diepere conceptuele gedachten achter. Als je het over tegenstellingen hebt: hier is er één. Die hele discussie over het basisstelsel, waarvoor ook binnen onze vakcentrale veel steun bestaat, gaat vooral over het niveau van de minimum uitkering die de overheid garandeert. Rinnooy Kan wil dat minimum gelijkstellen aan de AAW: 70 procent van het wettelijk minimumloon. Bij de Ziektewet, de WAO en de WW hebben we echter de situatie dat het minimum veel hoger ligt, bijvoorbeeld bij 70 procent van het laatstverdiende loon. Ik ben er nog niet aan toe om de zaak om te keren en te zeggen: de overheid garandeert 70 procent van het minimumloon en wij plussen als sociale partners in de CAO nog wat bij.”

De christelijke vakcentrale, het CNV, is met de werkgevers wel voor zo'n ministelsel.

“Het CNV vertrouwt de overheid niet. Daarom wil ook die vakcentrale een groot deel van de sociale zekerheid naar de sociale partners overhevelen. Maar het CNV organiseert maar 5 procent van de werknemers. Zo'n 2 miljoen werknemers vallen niet onder een CAO. Als je de overheid alleen nog maar verantwoordelijk maakt voor het minimum, wie moet de ezels dan voeren? Wie zorgt er voor de werknemers die niet onder een CAO vallen? Het algemeen verbindend verklaren van CAO's is daarom ook zo belangrijk. Daardoor vallen in elk geval werknemers van ongeorganiseerde werkgevers onder de bedrijfstak CAO.”

Rinnooy Kan pleit voor een totaal andere opzet van de sociale zekerheid.

“De rustige weg die ik voorsta verhoudt zich niet tot de kladeradatsj die Rinnooy Kan in november met het kabinet zou willen hebben over de Ziektewet en de WAO. Het kabinet wil haar voorstellen met betrekking tot de Ziektewet per 1 januari 1996 doorvoeren en in 1997 meer marktwerking in de WAO introduceren. Wij zijn er net als de werkgevers voor om de Ziektewet niet af te schaffen, zoals het kabinet voorstaat, maar juist tot drie jaar te verlengen. Daarmee creëren we uitstel voor een fundamentele discussie over de toekomst van de WAO. Het kabinet gunt ons die tijd niet. Ik vind het vreemd dat het kabinet tegen de wens van de sociale partners in blijft vasthouden aan de eigen weg, die in het regeerakkoord is afgesproken.

“Het kabinet hangt met staalkabels aan dat regeerakkoord vast. Er bestaat een grote angst om concessies te doen. Iedereen is bang dat het hele zaakje dan instort. Met de eco-tax zag je dat ook. De VVD vindt het niks, maar gaat toch akkoord. Ook met betrekking tot de Ziektewet en de WAO wrikt het in het parlement. Werkgevers en vakbeweging hebben inmiddels een behoorlijke steun verworven voor hun visie op de sociale zekerheid. Grote delen van de PvdA, heel D66 en het CDA zijn voor uitstel van de plannen met betrekking tot de Ziektewet. Dat moet toch aanleiding zijn voor het kabinet om wat minder star vast te houden aan het regeerakkoord. Als het kabinet meent wat het zegt, dat er meer flexibiliteit en dynamiek moet komen in de economie, dan moet het maar ook maar eens soepeler omgaan met zaken die ruim een jaar geleden zijn afgesproken. Ik zal maandag tijdens het najaarsoverleg nog eens indringend pleiten voor uitstel van de kabinetsvoornemens met de Ziektewet.”

Rinnooy Kan wil het minimumloon als laagste beloning voor werk afschaffen.

“Op dit punt bent ik het fundamenteel oneens met de werkgevers. Iedereen die werkt hoort ten minste het minimumloon te krijgen. Tegenstellingen zijn er dus genoeg. Werkgevers als Philips-topman Jan Timmer geloven in economische groei als beste aanpak van de werkloosheid. Wij denken dat we er niet komen zonder herverdeling van arbeid en een overheid die de marktwerking corrigeert.”

    • Frank van Empel