Heilzame onwetendheid; De valkuilen van het verdrag over de export van kunstvoorwerpen

Deze zomer werd in Rome het Unidroit-verdrag opgesteld, dat de internationale handel in verdachte kunstvoorwerpen moet regelen. Slechts een klein aantal landen ondertekende het verdrag. Want het bevat zoveel haken en ogen over eigendom en export dat bijna ieder land er nadelen van zou ondervinden. Mag Frankrijk een Chinese Yuan-vaas aanmerken als nationaal erfgoed?

Prof.dr.P.J.I.M. de Waart, dr. G.A.L.Droz, prof.mr.F.Rigaux en prof.mr.C.J.H.Brunner: Kunsthandel (inclusief antiquiteiten) en de bescherming van nationaal cultureel erfgoed. Mededelingen van de Nederlandse Vereniging voor Internationaal Recht nr 109, Uitg. Kluwer, 134 blz, prijs ƒ 25,-

Ieder jaar worden 60.000 kunstvoorwerpen gestolen in Europa, waarvan 20.000 alleen in Italië. Dat verklaarde een Italiaanse minister deze zomer bij de opening van een grote diplomatieke conferentie in Rome over maatregelen om de internationale kunsthandel te zuiveren. Al jaren geldt dat de handel in kunstvoorwerpen waar een luchtje aan zit, wereldwijd in dezelfde orde van grootte valt als vervalsingen en illegale wapenhandel. De plundering van met name ontwikkelingslanden gaat zo ver dat sommige antropologen spreken van 'culturele genocide'. Al jaren wordt er ook al - onder de auspiciën van de Unesco - toegewerkt naar internationale afspraken om dit tij te keren.

Op de conferentie in Rome werd deze arbeid formeel bezegeld met de ondertekening van een Conventie over gestolen of illegaal uitgevoerde kunstvoorwerpen, het zogeheten Unidroit-verdrag. De slotceremonie op het Romeinse Capitool had echter veel van een anticlimax. Van de tachtig deelnemende landen hadden er slechts 37 overeenstemming over de eindtekst kunnen bereiken. En daarvan hadden er niet meer dan tien hun delegaties ook een volmacht meegegeven over te gaan tot daadwerkelijke ondertekening van het verdrag. Nederland onthield zich van ondertekening.

Het gebrek aan enthousiasme komt niet als een verrassing. De Unesco worstelt al jaren met het vraagstuk van de internationale juridische bescherming van cultuurobjecten, wordt opgemerkt in recente pre-adviezen voor de Nederlandse vereniging voor internationaal recht. Het begon met de zogeheten Conventie van Den Haag uit 1954 voor de bescherming van cultuurgoederen tijdens gewapende conflicten. Van de vijf permanente leden van de Veiligheidsraad zijn alleen Frankrijk en Rusland toegetreden en dat beperkt de overtuigingskracht van de gemaakte afspraken wel enigszins.

Toch is het volgens de volkenrechtsgeleerde De Waart geen toeval dat het moderne begrip cultureel erfgoed het eerst is vastgelegd in een verdrag over gewapende conflicten. Sinds het Congres van Wenen van 1815 geldt, althans binnen Europa, dat nationaal cultuurbezit geen oorlogsbuit mag zijn en moet worden geretourneerd. Dat deze stelregel een ongemakkelijk bestaan leidt blijkt uit de controverse over de na de Tweede Wereldoorlog meegevoerde kunstvoorwerpen in Russisch bezit die na de val van het communisme is opgelaaid. Rusland ziet deze buit als een bescheiden vergoeding voor de nazigruwelen. Maar de geheimzinnigdoenerij waarmee het meegenomen bezit is omgegeven geeft blijk van twijfel over de kracht van dit verweer.

Een recent voorbeeld van teruggave van oorlogsbuit vormt Irak, na de bezetting van Koeweit. Maar daar moest dan wel de Veiligheidsraad aan te pas komen. De geschiedenis wijst niet direct in deze richting. De collectie van het Prado is voor een belangrijk deel het resultaat van de Spaanse heerschappij over de Nederlanden. Als menig Westers museum heimelijk enige sympathie heeft voor de Russen, dan is een zeker eigenbelang daaraan niet vreemd.

Importlanden

De Unesco heeft in 1970 een tweede verdrag tot stand gebracht dat meer in het algemeen gaat over illegale kunsthandel. Het is ondertekend door 78 landen maar heeft tot dusver weinig uitgericht. Van de grote importlanden hebben alleen de Verenigde Staten en Australië getekend, maar bijvoorbeeld Japan niet. Binnen Europa hebben een aantal kunstrijke doch arme landen als Italië, Griekenland, Spanje en Portugal zich aangesloten maar Frankrijk, Duitsland, het Verenigd Koninkrijk, de Scandinavische landen en Zwitserland niet. Nederland heeft wel ondertekend maar niet geratificeerd.

Tot de wapenfeiten van het Unesco-verdrag behoren een aantal importverboden die de Verenigde Staten hebben afgekondigd, met name voor bepaalde Latijns-Amerikaanse antiquiteiten. Voor het instellen van zo'n verbod is echter een speciale en lastige procedure vereist en dat blijft uitzondering. In 1989 wees een Amerikaanse federale rechtbank een mede op de Unesco-conventie gebaseerde claim van Peru tegen een zekere Benjamin Johnson c.s. tot teruggave van illegaal uitgevoerde pre-Columbiaanse voorwerpen af.

Het juridische knelpunt is het verschil tussen diefstal en smokkel, tekende de bekende Amerikaanse expert op het gebied van kunst en recht John Henry Merryman bij deze uitspraak aan. Begripsmatig is het onderscheid helder. Als iemand zonder toestemming een schilderij uit mijn woning meeneemt is hij een dief. Maar als ik hem mijn schilderij verkoop en hij voert het in strijd met de wettelijke bepalingen het land uit dan is dat illegale export. Merryman: “Het belang van het onderscheid is dat een buitenlandse rechtbank mij wel zal willen helpen het gestolen schilderij terug te vorderen, maar dat hij niet het benadeeld land zal helpen als het gaat om een gesmokkeld kunstvoorwerp - tenzij er natuurlijk een gerichte verdragsverplichting bestaat”.

Dat laatste is nu net de bedoeling van het Unidroit-project. Het is genoemd naar een in Rome gevestigde organisatie voor de internationale eenmaking van privaatrecht die meer dan tien jaar geleden door de Unesco werd ingeschakeld. De juridische problemen zitten overigens niet alleen in de illegale export maar ook in de gewone kunstdiefstal, met name de situatie waarin een gestolen object wordt aangetroffen bij een nieuwe eigenaar die het te goeder trouw heeft verworven. Dit is een klassiek twistpunt. In de landen die het Angelsaksische rechtssysteem volgen is de nieuwe eigenaar de klos; hij moet het gestolene zonder vergoeding teruggeven - goede trouw of niet. Volgens de continentaal-Europese rechtstraditie is de nieuwe eigenaar daarentegen (na een zeker tijdsverloop) beschermd tegen aanspraken van de oorspronkelijke eigenaar.

Unidroit heeft gekozen voor een compromis: de nieuwe eigenaar moet het gestolen kunstvoorwerp teruggeven maar heeft aanspraak op een billijke vergoeding. Een vereiste is dan wel dat hij bij de koop de geëigende voorzorgen heeft genomen. Ieder kunstwerk zijn eigen curriculum vitae, het valt uit kunsthistorisch oogpunt alleen maar toe te juichen maar de praktijk is minder eenvoudig. Menige kunstkoper vertrouwt, in de woorden van een Unseco-functionaris, juist op het principe van de 'heilzame onwetenheid': wie niet te veel vragen stelt kan ook geen last krijgen. Wat wil men anders, vroeg een medewerkster van het Gettymuseum tijdens een in 1991 door de Newyorkse balie georganiseerde forumdiscussie: “Wat er gebeurt als je om documenten vraagt is dat je ze krijgt. Ze worden eenvoudigweg voor je gefabriceerd”.

Smokkelaars

Vertegenwoordigers van de Nederlandse kunsthandel hebben de regering opgeroepen het Unidroit-verdrag niet te tekenen omdat het grote risico's meebrengt voor de positie van ons land op de internationale kunstmarkt. Ze vinden dat zij worden opgezadeld met een 'onwerkbare verificatieplicht' en dat de eigenaar te goeder trouw onvoldoende bescherming krijgt. In Rome weigerde een aantal staten op zijn beurt het verdrag te tekenen omdat ze geen geld hebben voor het uitkeren van vergoedingen aan eigenaars te goeder trouw. Ze vinden dat die voor rekening dienen te komen van de dieven of smokkelaars. Spoor die echter maar eens op.

De documentatie van kunstvoorwerpen is ook een knelpunt bij de bestrijding van de illegale export. Een eerste vereiste is dat het beschermde culturele erfgoed behoorlijk wordt omschreven en geregistreerd. Voor veel kunstrijke maar minder ontwikkelde landen is dat echter ondoenlijk zodat zij hun toevlucht zoeken tot juridische kunstgrepen. In de zaak-Johnson bleek dat Peru al voor de oorlog heeft geprobeerd het gat te vullen door het gehele culturele erfgoed tot staatsbezit te verklaren. Daardoor zou elk geval van illegale export gelijk komen te staan aan diefstal en zouden andere staten wel verplicht zijn medewerking te verlenen aan teruggave.

Deze tactiek werkte echter averechts. De Amerikaanse rechter achtte de Peruaanse wet ongeloofwaardig omdat Lima de handhaving jarenlang had laten versloffen. Veel van de genationaliseerde voorwerpen waren immers gewoon in particuliere handen gebleven. Dan kan men tegen een buitenlander niet opeens 'houdt de dief' roepen. Peru had in 1985 bij de verlenging van de oorspronkelijke wet uit 1929 bovendien een gat van een half jaar laten vallen. Wie zegt dat de omstreden voorwerpen niet juist in dit intervallum het land hebben verlaten, of dat ze al vóór 1929 zijn uitgevoerd?

Het Unidroitverdrag probeert de verplichting tot onderlinge bijstand tussen staten bij de bestrijding van illegale kunstexport wat toe te spitsen op bijzondere categorieën van gevallen. Te denken valt aan voorwerpen die uit hun context zijn gesloopt (stèles uit een Mayatempel, een fresco uit een kapel) of die een gebruiksfunctie hebben in een levende cultuur (de totems van Aboriginals). Het gaat erom, zegt het verdrag, dat de opeisende staat aantoont dat het betrokken cultuurgoed voor haar 'een bijzonder cultureel belang vertegenwoordigt'. Ook als dit het geval is kan de aangesproken staat teruggave overigens altijd weigeren waneer het betreffende voorwerp 'een nauwere band met haar cultuur heeft'.

Deze ontsnappingsclausule kan nog een hele bron van conflicten worden. Een Chinese Yuan-vaas werd in 1987 door het Conseil d'Etat aangemerkt als Frans nationaal erfgoed. Heeft een in Efese gevonden oudgrieks beeld nauwere banden met het huidige (mini) Griekenland dan met Turkije? En wat is een nauwe band? Op het Newyorkse forum in 1991 werd opgemerkt dat een enkel fraai object van de Hittietencultuur in het Gettymuseum voor veel méér mensen iets kan betekenen dan in een provinciaal museum in Turkije. Dit nog afgezien van de beperkte conserveringsmogelijkheden in veel van de kunstrijke landen.

Een aantal deelnemers aan het forum concludeerde dat exportcontroles, althans in de huidige vorm, alleen maar contraproductief zijn. De stelling wordt zelfs verdedigd dat de beste manier om kunst te behouden is haar te laten gaan. “Legitimiteit is een kwestie van tijd”, heeft de oud-directeur van het Metropolitan museum in New York, Philippe de Montebello, eens gezegd. “De geschiedenis is oneerlijk, maar dat is hij altijd geweest. Moet iedere historische kringloop ongedaan worden gemaakt?”

In Nederland bespreekt het ministerie van OC&W nu met de departementen van Buitenlandse zaken, Justitie en Economische Zaken wat ons land aanmoet met het Unidroit-verdrag. De onduidelijkheden, met name over het soort voorwerpen dat bescherming geniet, worden als een belangrijk bezwaar gezien. Aan de andere kant zou het verdrag een mooi argument kunnen opleveren in het moeizame contact met Rusland over teruggave van de Koenigscollectie. Een beslissing wordt dit jaar nog verwacht

    • Frank Kuitenbrouwer