Galopperen op Jasnaja Poljana; De wederopbouw van het landgoed van Lev Tolstoj

Jasnaja Poljana, het Russische landgoed waar Lev Tolstoj zijn bekendste romans schreef, was onder het communistische bewind een vervallen provinciaal museum. Maar sinds kort is er opnieuw een Tolstoj directeur en komt het landgoed weer tot leven. “Tolstoj is hyperactueel. Honderd jaar geleden schreef hij al over Tsjetsjenië en over problemen in het parlement,” zegt achter-achterkleinzoon Vladimir.

Bezoek het landgoed Jasnaja Poljana op een willekeurige herfstdag en de kans is groot dat u Vladimir Tolstoj, de 33-jarige kleinzoon van een kleinzoon van de schrijver, voorbij ziet galopperen. Behalve een sportief genot zijn de dagelijkse inspectieritten te paard ook bittere noodzaak. Toen Tolstoj een jaar geleden tot beheerder van het landgoed werd benoemd, ontdekte hij dat er illegaal hout werd gekapt. Aan de randen van het 445 hectare grote terrein werden zelfs buitenhuisjes gebouwd. Het waren tekenen van het verval dat Tolstoj nu probeert te keren met een vijftienjarenplan. Als het aan hem ligt wordt Jasnaja Poljana het culturele en toeristische centrum van dit deel van Rusland.

Jasnaja Poljana, gelegen in een heuvellandschap tweehonderd kilometer ten zuiden van Moskou, is een begrip in Rusland sinds Lev Tolstoj er meer dan honderd jaar geleden Oorlog en Vrede en Anna Karenina schreef. De schrijver erfde het landgoed, toen ongeveer 6000 hectare plus de daar wonende 330 'zielen', al toen hij negentien was. Het was hier dat hij met schrijven begon en het was hierheen dat hij na verblijven in Moskou en het buitenland telkens terugkeerde. De divan waarop hij werd geboren en die er nog steeds staat figureerde in verscheidene boeken. Tolstojs moeder, vorstin Marja Volkonskaja, wordt geacht model te hebben gestaan voor Marja Bolkonskaja in Oorlog en Vrede. Op zijn schrijftafel is na zijn dood niets veranderd, er is alleen een glazen stofkap overheen gezet.

Toen na de publikatie van zijn twee bekendste romans in de jaren zeventig van de vorige eeuw een ware Tolstoj-verering losbarstte, werd Jasnaja Poljana al een pelgrimsoord voor bekenden en bewonderaars. Beroemde tijdgenoten als Toergenjev, Tsjechov, Gorki en Boenin kwamen hun opwachting maken bij de met zoveel succes schrijvende landheer. De revolutie van 1917 heeft aan de bewondering geen eind gemaakt. Partijkaders, schoolklassen en arbeiderscollectieven werden de vaste bezoekers. Oorlog en Vrede is nu eenmaal sinds mensenheugenis verplichte literatuur in het Russische onderwijs, ook al lezen de jongens naar verluidt vooral de oorlogsbeschrijvingen en de meisjes de intriges in het vredige Petersburg.

Dat het landgoed als monument voor de schrijver bewaard is gebleven, is echter in de eerste plaats de verdienste van Lev Tolstojs vrouw, zo vertelt Vladimir Tolstoj in zijn kantoortje, waar het restauratiewerk zo te zien nog moet beginnen. “Meteen al na zijn dood in 1910 besefte zij dat in haar huis ooit een museum zou komen. Terwijl zij hier met haar kinderen gewoon voortleefde, richtte zij alvast twee kamers als permanente expositie in. Sofja was dus eigenlijk de eerste directeur van het Tolstoj-museum.” Hij gaat niet in op de vele ruzies en scènes die de laatste jaren van het huwelijk van de Tolstoj's kenmerkten, maar dat zij hem vergeven: wie begint aan de wederopbouw van een familiemuseum begint niet met het ophalen van de ruzies.

Verbanningsoord

Tolstojs weduwe overleed in 1919. Daarna werd het landgoed genationaliseerd. In 1921 werd het opengesteld als museum, met als directeur Alexandra, de jongste dochter van de schrijver. Zij kreeg echter problemen met de nieuwe machthebbers en in 1929 verliet zij het land, waarna enkele niet-familieleden het beheer overnamen. In 1941 werd opnieuw een Tolstoj directeur, een kleindochter. Na haar vertrek in 1957 ging het bergafwaarts: tot 1994 heeft Jasnaja Poljana maar liefst 22 verschillende directeuren gehad. Dat is gemiddeld bijna elke anderhalf jaar een nieuwe.

“Het was een soort verbanningsoord, als ik dat zo mag zeggen, voor ambtenaren met wie het ministerie van cultuur zich geen raad wist,” zegt achter-achter-kleinzoon Vladimir Tolstoj. “Mijn voorganger was een plaatselijke partijideoloog die volkomen onverschillig stond tegenover Tolstoj. Misschien geen slechte man, maar wel een slechte directeur. Jasnaja Poljana was een gewoon provinciaal museum geworden, meer niet.”

Wat dat betekent is bijvoorbeeld te zien bij het graf van de schrijver. Lev Tolstoj ligt op het landgoed begraven op een plek die hij zelf heeft uitgekozen: zijn oudere broer Nikolaj had hem ooit verteld dat daar een stokje begraven lag en wie dat stokje zou vinden zou alle mensen gelukkig kunnen maken. De plek is nog slechts met moeite te vinden. Twee jaar voor zijn dood schreef Tolstoj in zijn dagboek dat hij geen cultus rondom zijn graf wenste en de museumbeheerders hebben dat strikt geïnterpreteerd. Op het enige bordje bij het met dennetakken overdekte graf staat te lezen: 'Verboden achter de heg te komen'. Verdere informatie ontbreekt.

Dat bij de laatste rustplaats van één van Ruslands grootste schrijvers nog regelmatig respect wordt betuigd, is minder te danken aan de inspanningen van de museumdirectie dan aan het gebruik dat bruidsparen op hun trouwdag een gedenkteken bezoeken. Wie aan een nieuwe toekomst begint moet het verleden eren, zo wil deze Russische traditie. In Moskou leggen meisjes in trouwjurk bloemen bij een van de vele oorlogsmonumenten. In de heuvels tweehonderd kilometer naar het zuiden is het graf van Lev Tolstoj veruit het belangrijkste gedenkteken. Ook deze zaterdag staan verscheidene jonge paartjes er een ogenblik stil.

Toen de Sovjet-Unie uiteenviel en Rusland zich in tumultueuze hervormingen stortte, is Vladimirs vader Ilja Tolstoj, hoogleraar Russische taal- en letterkunde aan de Moskouse universiteit, een campagne begonnen om Jasnaja Poljana te redden. Familieleden in het buitenland richtten een fonds op. Vladimir zelf werd bij de kwestie betrokken toen hij als redacteur van de Komsomolskaja Pravda, een krant met destijds nog twee miljoen lezers, een alarmerend artikel schreef over het verval van wat de kop boven het verhaal 'het laatste landgoed van Rusland' noemde. Met effect: president Jeltsin verklaarde Jasnaja Poljana tot nationaal cultureel erfgoed dat recht had op speciale bescherming van de staat. “Iemand van het ministerie van cultuur suggereerde tijdens een persconferentie dat een Tolstoj dan ook maar zelf het beheer weer op zich moest nemen,” vertelt Vladimir. “En toen keek iedereen ineens naar mij.”

Hoe het uiteindelijk nog twee jaar heeft geduurd voordat hij directeur werd biedt genoeg stof voor een roman, zij het minder voor een Tolstoj dan voor een nieuwe Gogol, die immers als geen ander de Russische bureaucratie kon beschijven. De regionale autoriteiten verzetten zich tegen de benoeming van 'iemand van buiten', zoals de jonge Tolstoj door hen werd gezien, en uiteindelijk moesten premier Tsjernomyrdin en Naina Jeltsin, vrouw van de president, er aan te pas komen om het verzet te breken. Toen Vladimir Tolstoj op 1 augustus vorig jaar op zijn nieuwe werkplek verscheen was zijn voorganger al verdwenen. “Er was geen administratie, geen kas, geen overdracht van wat dan ook. Bij het hek stond een medewerkster van het museum te wachten met een bos sleutels. Dat was het.”

Hotel

De nieuwe directeur is begonnen alle auto's uit het park te bannen en ook anderzins het landgoed terug te brengen in 'de geest van Tolstoj', zoals hij dat zelf noemt. Dat betekent bijvoorbeeld dat bureaus en tikmachines worden verwijderd uit het oude koetshuis, maar ook dat het park weer wordt onderhouden.

Zijn tweede prioriteit is de verbetering van de infrastructuur, waarbij het woord verbetering een eufemisme is want er ís helemaal geen infrastructuur. Zoals in de meeste Russische musea zijn wc's slechts met moeite te vinden en wanneer ze worden gevonden zijn ze alleen zonder tegenzin te gebruiken door iemand met zeer hoge nood. Een plek om rustig koffie te drinken ontbreekt, de koffie zelf ook. Buiten bij de ingang staan weliswaar enkele dorpelingen souvenirs te verkopen - doosjes en dienbladen met het portret van de schrijver of iemand die daar op lijkt - maar bij de enige kiosk wordt alleen wodka en frisdrank van onbekende samenstelling aangeboden. Die consumpties moeten staande worden genuttigd en als het regent onder de parpalu of in de auto.

“De bezoekers komen vier uur rijden uit Moskou, bekijken even het landgoed en moeten dan weer vier uur terug. Dat is absurd,” zegt Tolstoj, die er nog niet eens aan toevoegt dat die vier uur terug in het donker op de Russische wegen betekent dat de kunstliefhebber met een bezoek aan Jasnaja Poljana zijn leven riskeert. Dat er op een zaterdag als deze toch nog duizend bezoekers komen opdagen - dagjesmensen in paarse trainingspakken, een groep officieren van een militaire basis in de buurt, een bus met Amerikanen - lijkt een wonder.

De oplossing is de opening van een hotel, denkt Vladimir Tolstoj, en in juli volgend jaar is het waarschijnlijk zo ver. Het hotel wordt gevestigd in een nabijgelegen recreatiehuis van de partij, dat op dit moment door Jasnaja Poljana samen met particuliere investeerders wordt gekocht. Het moet het de bezoeker mogelijk maken enkele dagen op het landgoed te verblijven en dan bij het ochtendgloren net als Vladimir een rit te paard te maken. De tien paarden zijn er al. Ze lopen los rond, hetgeen het landgoed alweer iets van zijn authenticiteit teruggeeft. Vanuit het hotel zouden tevens andere culturele attracties in de omgeving, zoals de huizen van Toergenjev en Fet en het klooster Optine Poestyn, kunnen worden bezocht. “Dit moet het centrum worden van een nieuwe Gouden Ring,” zegt Tolstoj, in een verwijzing naar de veelbezochte historische steden die in een cirkel ten oosten van Moskou liggen.

Maar zijn er in Rusland nog genoeg mensen geïnteresseerd in cultuur om zo'n onderneming rendabel te maken? Moskouse intellectuelen klagen voortdurend over hun eigen marginalisering, de oplage van literaire tijdschriften keldert, in de metro lezen de passagiers geen Tolstoj maar Stephen King en de avonturen van Angelique. “Mensen worden op een gegeven moment die massacultuur weer beu en zoeken dan naar dingen die echt iets betekenen,” denkt Tolstoj echter. “Hoe meer het Russische leven vercommercialiseert, hoe groter het verlangen zal worden af en toe rust te vinden. En dat kan op Jasnaja Poljana.”

Tsjetsjenië

Niet bekend

Wat er uiteindelijk ook van alle plannen terecht zal komen, Tolstoj is er in elk geval in geslaagd het museumpersoneel weer te motiveren voor het soort inspanning dat in de Sovjet-Unie zelden werd geleverd: het tonen van betrokkenheid. Eén van de gidsen in het woonhuis van Tolstoj bijvoorbeeld, Irina Nikerina, begint haar rondleiding ondanks haar magere salaris van honderd gulden met het verrukt strelen van de trapleuning. “Deze leuning heeft Tolstoj zelf nog aangeraakt,” zwijmelt ze. Met vertedering toont de gids het lage kinderstoeltje waarop de voor zijn tijd lange Tolstoj zat als hij schreef. “Hij wilde dicht bij zijn manuscripten zijn,” zegt ze, waarmee ze bij navraag ook blijkt te bedoelen dat de schrijver bijziend was. En als ze het heeft over de ziekte die Tolstoj op latere leeftijd trof, staat haar gezicht zo bedroefd dat het lijkt of ze elk moment in snikken kan uitbarsten.

Vroeger, zegt Irina Nikerina na de rondleiding, “moesten wij als gids altijd een paar citaten van Lenin over Tolstoj opnemen. Over Tolstojs religieuze ideeën daarentegen kon ik juist weer heel weinig kwijt.” En met de vorige directeur kon zij nooit eens over haar op één na favoriete schrijver spreken (onbetwist nummer één in Rusland is Aleksandr Poesjkin). “Het interesseerde hem niks en bovendien was hij er bijna nooit,” zegt ze. Nee, dan Vladimir Tolstoj. Die heeft over elk geschrift zijn eigen mening en bewoont een huis in het nabijgelegen dorpje Jasnaja Poljana, tussen de nazaten van de lijfeigenen van zijn voorvaderen dus.

Dat laatste werpt de vraag op die onvermijdelijk is in deze tijd van voortgaande privatisering en van restauratie van alles wat negentiende-eeuws lijkt: Gaat de familie Tolstoj uiteindelijk Jasnaja Poljana terugeisen? “Nee,” antwoordt Vladimir Tolstoj vastbesloten. “Wie zou het ook moeten opeisen? Er zijn tweehonderd Tolstoj's, verspreid over de hele wereld. Dat zou een enorm geruzie geven. En bovendien: deze plaats is niet alleen voor de familie. Jasnaja Poljana is voor iedereen.”