Energieheffing treft mensen met lage inkomens het zwaarst

De Tweede Kamer heeft gisteren het wetsontwerp aangenomen dat voorziet in de invoering per 1 januari van een energiebelasting op aardgas, elektriciteit en minerale oliën (huisbrandolie, petroleum en LPG). De financiële consequenties op een rijtje.

In het regeerakkoord hebben PvdA, VVD, en D66 afgesproken dat Nederland zich binnen de Europese Unie 'met kracht' zal inzetten voor een Europese milieuheffing. “Mocht deze met ingang van 1 januari 1996 niet mogelijk blijken, dan zal Nederland - zo mogelijk samen met andere landen - op die datum in ieder geval een kleinverbruikersheffing op energie invoeren”, aldus het regeerakkoord. Gisteren stemde de Tweede Kamer in met de nieuwe belasting en als de Eerste Kamer het wetsvoorstel ook fiatteert, is de regulerende energiebelasting vanaf 1 januari van kracht.

In het kabinetsvoorstel is, conform het regeerakkoord, de heffing beperkt tot het kleingebruik door huishoudens en bedrijven. Maar op instigatie van de fracties van PvdA en D66 is in de wet de mogelijkheid gecreërd om via een algemene maatregel van bestuur de heffing ook te laten gelden voor grootverbruikers tot een maximum van 50.000 kilowattuur. Van deze mogelijkheid wordt volgend jaar nog geen gebruik gemaakt. Of de heffing gaat gelden voor grootverbruikers hangt af van de mate waarin er meerjarige afspraken kunnen worden gemaakt over energiebesparing.

De opbrengst van de energiebelasting die moet betaald worden door huishoudens en bedrijven (1,2 miljard gulden) komt niet terecht in de schatkist, maar wordt via belastingverlaging teruggegeven. Doel van de belasting is het terugdringen van het energieverbruik en het verschuiven van de lasten op arbeid naar lasten op milieuvervuilende activiteiten. Minister De Boer (milieu) onderstreepte tijdens het debat deze week dat de energieheffing tot een reductie van kooldioxyde (CO2) met 1,5 procent zal leiden. Het kabinet streeft naar een emmissie-reductie van drie procent in het jaar 2000 ten opzicht van 1990. De Boer: “Als we de regulerende heffing niet zouden invoeren, zouden wij dus niet op een emissiereductie van 3 procent uitkomen, maar op 1,5 procent.”

Volgend jaar komt er een heffing van 3,8 cent per kubieke meter gas oplopend tot 11,2 cent in 1998. De prijs van aardgas zal de komende drie jaar met 20 à 25 procent stijgen. Voor elektriciteit bedraagt de heffing 3,5 cent per kilowattuur. De prijsstijging van elektriciteit bedraagt ongeveer 15 procent. De eerste 800 kilowattuur elektriciteit en 800 kubieke meter aardgas zijn van de heffing vrijgesteld. Huisbrandolie en petroleum worden 3,3 cent per liter duurder, oplopend tot een dubbeltje in 1998. LPG wordt 4 cent per kilo duurder oplopend tot 11,9 cent in 1998.

Tegenover de energieheffing komt een belastingverlaging voor de huishoudens te staan. Zo wordt het tarief in de eerste schijf met 0,15 procent verlaagd. De verlaging bestaat uit een daling van de sociale premies van 31,50 naar 31,15; het belastingpercentage stijgt van 6,15 tot 6,70.

Het bedrag waarover geen loonbelasting en premies volksverzekeringen behoeven te worden betaald, de belastingvrije som, wordt verhoogd met 795 gulden en komt uit op 7.083 gulden. Voor ouderen wordt de speciale ouderenaftrek in de loon- en inkomstenbelasting met 100 gulden verhoogd en de kinderbijslag wordt met 25 gulden per kind verhoogd.

De ministeries hebben de koopkrachteffecten voor de verschillende inkomensgroepen op een rijtje gezet. Bij een gebruik van 1650 kilowattuur elektriciteit en 1500 kubieke meter aardgas heeft de energieheffing geen effect op de koopkracht van de sociale minima (besteedbaar inkomen 22.800 gulden). Een gebruik van 550 kilowattuur elektriciteit en 750 kubieke meter aardgas levert een voordeel op van 110 gulden. Bij een hoog gebruik (2750 kilowattuur elektriciteit en 2250 kubieke meter aardgas) gaan de sociale minima er 120 gulden op achteruit.

Mensen met een modaal inkomen (37.500 gulden) zien hun koopkracht bij een gebruik van 1750 kubieke meter aardgas en 2250 kilowattuur elektriciteit met 15 gulden toenemen. Mensen met een twee keer modaal inkomen (59.000 gulden) en een gebruik van 2100 kubieke meter aardgas en 3000 kilowattuur elektriciteit zien hun koopkracht met 20 gulden afnemen.

De energieheffing kent naast een heffingvrij gebruik ook een plafond. Het energieverbruik boven dit plafond wordt niet belast. Voor aardgas is het plafond 170.000 kubieke meter en voor elektriciteit 50.000 kilowattuur.

De compensatie voor werkgevers bestaat uit een verlaging van de overhevelingstoeslag met 1,75 procent. Deze toeslag is gecreërd in 1990 toen werd besloten om loonbelasting en premies volksverzekeringen gezamenlijk in één keer te innen.

Daarnaast wordt het zogeheten tariefopstapje in de vennootschapsbelasting verlaagd. Op dit moment moet over de eerste 250.000 gulden winst 40 procent belasting worden betaald en over het meerdere 35 procent. Voor 1996 wordt het percentage van 40 verlaagd naar 38. De opbrengst van de kleinverbruikersheffing wordt gebruikt om het tariefopstapje naar 35 procent te verlagen in 1998, zodat er nog maar één tarief in de vennootschapsbelasting geldt. Verder wordt de zogeheten zelfstandigenaftrek met 800 gulden verhoogd.

De glastuinbouw is vrijgesteld van de energiebelasting voor het veel gebruikte aardgas. Voor het elekticiteitsgebruik is geen uitzondering gemaakt.

    • Cees Banning