Di Pietro schuifelt langzaam de Italiaanse politiek binnen

ROME, 13 OKT. Stapje voor stapje, met nu eens een artikel en dan weer een lezing, schuifelt Antonio Di Pietro de politiek binnen.

De nieuwe rol die de gangmaker achter de Italiaanse corruptie-onderzoeken zich wil aanmeten, krijgt langzaam gestalte. In de smeergeldschandalen die hij sinds 1992 heeft blootgelegd was hij de engel der wrake, de man die uit naam van het volk en van het recht optrad tegen corrupte politici en ondernemers. Nu wil hij de man van de vernieuwing worden, van een culturele revolutie waarin Italië zijn slechte gewoontes overboord zet en een nieuw begin maakt.

Langzaam legt Di Pietro zijn kaarten bloot. Vorige maand waarschuwde hij dat de Italianen nooit akkoord zullen gaan met een 'restauratiepoging'. In een toespraak op het jaarlijkse ondernemerscongres maakte hij duidelijk dat hij desnoods het voortouw zou nemen tegen eventuele pogingen een streep te zetten onder alle smeergeldschandalen.

In een brief aan La Repubblica afgelopen zondag schreef Di Pietro - die dit jaar zijn toga definitief uittrok - dat hij vorig jaar Berlusconi de man van de vernieuwing achtte. “Veel Italiaanse burgers hebben hun vertrouwen gegeven aan de nieuwe politieke groep, juist omdat deze de indruk gaf een keerpunt in het Italiaanse politieke panorama te vertegenwoordigen (...) Dit verlangen naar vernieuwing heeft velen besmet, ik beken: ook mij.”

Hij ging nog een stap verder door aan te geven dat hij met tegenzin het justitieel onderzoek tegen Berlusconi had uitgevoerd. Maar na deze vriendelijke woorden kwam de kern van Di Pietro's brief des te harder aan: Berlusconi vertelt kletspraatjes als hij roept het slachtoffer te zijn van politieke vervolging door de justitie.

Twee dagen later wreef Di Pietro het nog eens in. Berlusconi had maandag via de krant geantwoord dat niemand hem kan verbieden zich onschuldig te verklaren. “Ik heb het recht om te eisen dat de aanklagers bewijzen hebben”, schreef Berlusconi. “En in mijn geval zijn die er niet, dat heb ik ook op het hoofd van mijn kinderen gezworen.” Berlusconi wil eigen rechter spelen, was het bijtende antwoord van Di Pietro. Met zijn weigering om een proces te aanvaarden, met zijn weigering om iets te doen aan zijn belangenverstrengeling als politicus, mediamagnaat en ondernemer, dreigen Berlusconi en de mensen die hem blijven steunen hun krediet als vernieuwers te verspelen. “Ik voel me verraden. Ik geloofde dat na de verkiezingen van 1994 de nieuwe regering alleen het algemeen belang van het land zou nastreven”, schreef Di Pietro. “Ik weet nog niet voor wie ik zal stemmen als ik naar de stembus ga, maar ik weet zeker voor wie ik niet zal stemmen, wanneer het zo blijft dat ik het verschil niet kan zien tussen tussen de partij en de onderneming.”

Officieel zijn dit uitspraken van een ambteloos burger. Di Pietro wil niet de politiek in stappen voordat het justitieel onderzoek is afgerond dat in Brescia tegen hem loopt. Maar de kritiek van zo'n populaire figuur maakt de positie van Berlusconi als leider van de rechtse alliantie steeds minder vanzelfsprekend. Diens justitiële problemen vormen een potentiële splijtzwam binnen de rechtse alliantie. Berlusconi's bondgenoten nemen steeds meer afstand van hem. “Als Berlusconi wegens geestelijk minvermogendheid of uit vreemde politieke berekening bewust op Di Pietro blijft mikken, zal hij daarvoor zelf de verantwoordelijkheid moeten dragen”, zei Mirko Tremaglio, een prominent lid van de Nationale Alliantie, voortgekomen uit de neo-fascistische partij.

Over de vraag onder welke vlag Di Pietro de politiek zou ingaan, wordt druk gespeculeerd. De nieuwste variant is dat Di Pietro een rol zou krijgen in een soort institutioneel kabinet dat een aantal hoognodige hervormingen moet doorvoeren. Hierbij zou niet, als in het zakenkabinet van premier Lamberto Dini, de nadruk moeten liggen op de economie, maar op de politiek. Dini zelf heeft die speculaties aangewakkerd door een lijstje hiervoor op te stellen.

Intussen blijven de juridische onderzoeken de politiek beïnvloeden. Een belangrijk besluit wordt morgen verwacht, als een Milanese rechter moet besluiten of het bewijsmateriaal in een van de zaken tegen Berlusconi belastend genoeg is om het tot een proces te laten komen. Het gaat hierbij om het geld dat door onderdelen van Berlusconi's Fininvestgroep is betaald aan de fiscale recherche. Als het tot een proces komt, kan Berlusconi niet als leider van rechts een eventuele verkiezingscampagne leiden. Dat kan twee dingen betekenen: voorlopig geen verkiezingen, of een andere leider.

Een andere zaak met directe politieke gevolgen is het twee-sporenonderzoek dat in Brescia loopt. Eén spoor betreft Di Pietro, die wordt verdacht van misbruik van zijn functie omdat hij een renteloze lening van een ton en een tweedehands auto heeft aanvaard. Een parallel spoor betreft de bron van deze informatie. Er bestaan sterke vermoedens dat vrienden van Berlusconi hebben samengezworen om Di Pietro ten val te brengen, in de hoop daarmee het gehele corruptie-onderzoek stil te leggen. Volgens de Italiaanse pers is een van de naaste vertrouwelingen van Berlusconi, oud-minister van defensie Cesare Previti, bijgeschreven op de lijst van verdachten. Dat is de allereerste stap voor een formeel onderzoek. De justitie van Brescia heeft geen commentaar willen geven op deze berichten.

Het offensief tegen hem heeft de populariteit van Di Pietro nauwelijks aangetast. In een dinsdag gepubliceerd onderzoek kreeg Di Pietro als politicus verreweg de voorkeur: bijna 42 procent, tegen 26 procent voor Berlusconi en 23 procent voor Romano Prodi, leider van een centrum-linkse alliantie. Al voordat hij de politiek ingaat heeft Di Pietro gewonnen.

    • Marc Leijendekker