De verjaardag van de hommel; Niet helemaal zeker

Op een ochtend werd de hommel wakker en dacht: ben ik vandaag niet jarig?

Hij wist dat niet helemaal zeker.

Het was een mooie dag, de zon scheen en voor alle zekerheid besloot hij maar dat hij jarig was en nodigde hij iedereen uit.

Ze vierden zijn verjaardag die middag, tussen de varens en de braamstruik. Ze aten honingtaart, praatten over duizend dingen en dansten in de warme zonneschijn.

Aan het eind van de middag, toen alle taart op was en de eerste gasten al weer naar huis gingen, zei de krekel:

'Maar ben jij eigenlijk niet morgen jarig, hommel?'

'O ja!' zei de hommel. 'Dat is waar ook. Morgen. Ach, wat heb ik me weer eens vergist...'

Hij keek verlegen om zich heen, trok zijn schouders wat omhoog en zei: 'Komen jullie morgen ook?'

'Dat is goed', zei iedereen.

De volgende dag was het nog mooier weer. De zon straalde en de bomen ruisten zacht. Er kwamen nog meer dieren op de verjaardag van de hommel, midden in het bos, tussen de varens en de braamstruik. En er was nog nooit ergens zóveel honing geweest.

Ze dansten en zongen en de hommel kon nauwelijks over zijn cadeaus heenkijken.

De volgende ochtend werd hij laat wakker. Zijn hoofd gonsde luidruchtig en hij wist zich maar weinig te herinneren. Was ik soms jarig? dacht hij. Hij fronste zijn voorhoofd en dacht diep na. Het gegons in zijn hoofd werd nog luider en ruwer. Of zei er iemand dat ik morgen jarig was? dacht hij.

Hij klom uit zijn bed, keek in zijn spiegel en schudde zichzelf door elkaar, maar hij kon zich niets meer precies herinneren.

Voor alle zekerheid vierde hij zijn verjaardag toen maar opnieuw, in de zon, midden in het bos.

Er waren veel dieren die hem opnieuw feliciteerden en een nieuw cadeau gaven. Ze konden zich ook geen van allen meer herinneren wanneer de hommel precies jarig was. Misschien is hij wel altijd jarig, dachten sommigen. Dat zou nog het makkelijkste zijn, meenden ze.