De taal maakt mij bijna almachtig; Gesprek met Geertrui Daem, genomineerd voor de AKO Literatuur Prijs

In de verhalen van de Vlaamse schrijfster Geertrui Daem worden goede bedoelingen, heftige gevoelens en dromen over liefde steeds weer onderuit gehaald door de banaliteit van het gewone leven. Daems boek Een vader voor Elizabeth is genomineerd voor de AKO Literatuur Prijs 1995. “Ik zie er een uitdaging in emoties op het scherp van de snede te laten zien, zonder naar het goedkope effectbejag van stationsromannetjes af te zakken.”

Geertrui Daem: Een vader voor Elizabeth. Uitg. Meulenhoff/Manteau 1994, 188 blz. Prijs ƒ 29,90.

Binnenkort verschijnt, eveneens bij Meulenhoff/Manteau, het toneelstuk Het Moederskind.

Boniface. Uitg. Dedalus 1992, 130 blz. Prijs ƒ 29,90.

Het in 1993 bij Dedalus verschenen toneelstuk De Meisjeskamer is niet meer leverbaar.

'Elizabetteke, als ge wilt, zal ik uw pappa zijn..', zegt een stomdronken Wilfried, staande voor het bedje van een kind. Hij vrijt met de moeder van Elizabeth en meent dat hij degene is, die bij het kind - dat geen idee heeft wie haar vader is - een leemte kan opvullen. Helaas, het overmatig gebruik van alcoholhoudende cider komt de tederheid van de scène niet ten goede: 'Wilfried, met gespreide benen in wankel evenwicht (ge verwacht dat niet van die cider), fluistert het heel stilletjes in haar oor. (-) Lijk een donderslag explodeert de lucht uit zijn keelgat. (-) 't Is van al die acied...' mompelt Wilfried, een hand voor de mond.' En het wordt nog erger: de vader in spe valt dronken en al om, en komt zo ongelukkig terecht dat hij de rest van zijn leven in een rolstoel moet doorbrengen.

Elizabeth is een regelmatig terugkerende figuur in de verhalenbundels van de Vlaamse schrijfster Geertrui Daem, van wie de bundel Een vader voor Elizabeth is genomineerd voor de AKO-prijs 1995. De thematiek in de verhalen is niet essentieel verschillend van die in haar eerste boek, Boniface uit 1992. Steeds zijn we, in taalgebruik en stemming, hevig op het Vlaamse platteland, om precies te zijn in het Oostvlaamse dorp Denderleeuw. Schone bedoelingen, heftige gevoelens en dromen van liefde en prinsen op een wit paard - dat alles spat uiteen door de banaliteit, zoniet vulgariteit van het werkelijke leven, door drankgebruik, viezigheid, haat en nijd.

De vergelijking met Louis Paul Boon, de aartsvader van de Vlaamse letterkunde, ligt voor de hand en de AKO-jury maakt haar dan ook. De auteur, gezeten aan de keukentafel van haar huis in een van Gents treurigste straten, leest het met lede ogen. In elke recensie, in elk interview komt de vergelijking met Boon weer aan de orde, vertelt ze. Ontkennen heeft kennelijk geen zin. “Ik ken het werk van Boon zelfs niet zo.”

Als schrijfster is Daem (1952) een geval van late roeping. Het debuut Boniface verscheen in het jaar dat ze veertig werd. Haar vroegste kunstzinnige ambities lagen op het terrein van de beeldende kunst - een periode waar ze liever over zwijgt. Anders ligt dat met haar loopbaan als actrice. Die begon in de jaren zeventig bij het heftig politieke gezelschap Het Trojaanse Paard (gespecialiseerd in euvele kapitalisten met hoge hoeden), en reikte via Antwerpen (De Internationale Nieuwe Scene) zelfs tot in Amsterdam (Werkteater). “Ik ben als actrice niet meer zo actief, maar dat is niet zozeer mijn eigen keuze. Misschien dat mijn collega's me niet meer durven te vragen, die denken dat Daem niet meer wil komen spelen omdat ze nu schrijfster is.”

“Het is waar, mijn medium blijkt taal te zijn,” constateert ze. “omdat taal mij bijna almachtig maakt. Zonder dat daar een buitenstaander zijn neus gaat tussensteken, creëer ik mijn eigen wereld. Ik kan daar alle kanten mee op. Het is mij erom te doen emoties te laten zien, te laten ervaren. Bij het schrijven is die mogelijkheid ongelimiteerd. Of liever, de taal zelf is de limiet, en ik heb het gevoel dat ik die beter beheers dan de klei of de verf.”

Boerenpummels

Het leven van de figuren in haar verontrustende boeken wordt niet gekenmerkt door veel keuzemogelijkheden. Vaak gaat het in de verhalen van Daem over de idealen en de seksuele belevingswereld van jonge vrouwen, pubers nog, die hun romantische voorstellingen over mannen doorkruist zien door boerenpummels die min of meer terloops en ongeïnteresseerd 'hun bloempje plukken'.

“Ja, maar in het leven is het ook zo. Er is niet alleen maar, met een zwaar woord, de sociale realiteit, er zijn ook nog de beknottingen die ieder mens zichzelf oplegt. Die laten zien is niet geruststellend, nee, dat mag ik hopen. Het gaat om een emotionele wereld die er altijd is, en waar altijd maar om rondgewauweld wordt. Emoties worden al te vaak afgeschoven, terwijl het de drijfveren zijn waaruit een mens handelt. Ik zie er een uitdaging in emoties op het scherp van de snede te laten zien, zonder naar het goedkope effectbejag van stationsromannetjes af te zakken.”

Het is voor Daems personages over het algemeen niet eenvoudig zich aan de banale praktijk van het leven te onttrekken, maar de regelmatig terugkerende figuur van Elizabeth houdt goede moed. Ook als haar stiefvader verlamd raakt, of als haar uitverkiezing tot mooiste meisje van het dorp stuk loopt op malversaties van de zijde der plaatselijke middenstand, die de Miss-verkiezing heeft georganiseerd. Ze heeft iets van een heroïsche figuur.

“Elizabeth is een hoopvol personage. Zoals ze zelf zegt: 'zelfs al komt ge uit de stront, zolang er hoop is gaat het gevecht verder, kunt ge overwinnen'. Dat geloof heeft ze. Ik ga nu trouwens stoppen met de figuur van Elizabeth, ik ben bezig aan een laatste verhaal over haar. Ik ga ook geen roman schrijven, ik houd het op korte verhalen.”

Een andere uitweg uit de treurigheid, die van het verzet, vertegenwoordigt de vrouw in het verhaal 'Reisje naar het Zwarte woud'. Die laat haar verloofde tijdens de vakantie plotseling in de steek als ze zich realiseert wat een engerling hij eigenlijk is. In een interview noemde ze dit een autobiografisch verhaal.

“Zij is iemand die op het nippertje een goeie switch maakt,” zegt Daem. Ik denk dat ik in mijn leven meerdere malen, soms onbewust, zo'n goeie switch heb gemaakt. Ik denk dat het het belangrijkste is om als mens in de spiegel te kunnen kijken, zonder dat ge verkeerde dingen hebt gedaan, uit slechtheid, of onvermogen. Na dertig, veertig, vijftig jaar uzelf te kunnen bekijken - zonder zelfingenomenheid, valse schaamte of trots, dat is misschien wel de grootste heldhaftigheid die ge kunt begaan. Ik heb nooit zulke grote idealen gekoesterd. Ik wilde ook in de jaren zestig, toen ik speelde in het politieke theater, eigenlijk al emoties laten zien, al kwam daar misschien niet veel van terecht. Ik dacht in ieder geval nooit dat we revolutie gingen brengen.”

Bemoeizucht

In het nieuwe toneelstuk van Daem, Het Moederskind, richt een moeder zich tot haar zoon: 'Kijk, met het vrouwvolk doet ge maar wat ge niet laten kunt, ik wil mij daar niet mee bemoeien, ge zijt oud genoeg. Maar als ik al van de geburen moet horen dat ge de laatste tijd gedurig in restaurants gezien zijt met een gescheiden vrouw, die met twee grote kinderen achtergelaten is! Eén die nota bene haar beste jaren gehad heeft en toch nog 't onderste uit de kan probeert te halen. Dan begint ge u als moeder vragen te stellen en zorgen te baren. Dat is toch niet te verwonderen?'

In het toneelstuk vinden we dezelfde onprettige, rancuneuze bemoeizucht van de personages ten opzichte van elkaar als in Daems verhalen. Alleen heeft de verhaalstructuur plaats gemaakt voor welhaast klinisch aandoende monologen of dialogen, waarin de figuren hun eigen positie ten opzichte van de anderen bepalen.

Het Moederskind is gebaseerd op de werken van de psycho-analyticus Eric Berne, een van de vaders van de 'transactionele analyse'. Deze populaire, in de jaren vijftig opgekomen psycho-analytische school onderscheidt bij het individu verschillende rollen als Kind, Ouder en Volwassene, en ziet de emotionele interactie tussen individuen als een rollenspel.

“Voor Berne is het leven van een mens een script dat bepaald is tussen uw nulde en uw derde jaar - ik ben daar enorm door gefascineerd geworden. Ik kan heel veel aan mijzelf relateren: de belangrijkste emoties in u, de emoties die u het meest bepalen, die toont ge niet. Daar zoekt ge wegen voor, om die te vermommen. Daar zit Het Moederskind mee vol.”

In dit stuk doet een moeder een vriend op die er ten slotte met haar dochter vandoor lijkt te gaan. Het stuk zit vol jaloezie, waarbij een moeder en een dochter elkaar bijvoorbeeld hun seksuele ontplooiing misgunnen. Daem: “Wat natuurlijk uit de beste bedoelingen voortkomt, maar heel veel met angst te maken heeft. Voor de moeder is het bijna een geprojecteerd leven: ge leeft zelf niet meer, ge leeft door uw kinderen te zien leven. Dat wordt uw leven, het leven van uw kinderen en het gaat erom hoe ge dat kunt manipuleren, ook om ze te behoeden en te zorgen dat zelf geleden zeer niet doorgegeven wordt.”

In haar verhalen zijn het de vrouwen die zich nog wel eens verzetten, de mannen blijven een beetje stumperds. Zo is het volgens Daem in de werkelijkheid ook: “Vrouwen weren zich meer. Ze hechten meer waarde aan echte intimiteit, mannen zijn er onhandiger in, die te bereiken. Overigens hoef ik als schrijver van die dingen geen verantwoording af te leggen. Het is ook een mannelijke journalist die na mijn eerste boek heeft uitgevonden dat in mijn werk de vrouwen allemaal veel sterker zijn. Meisjes hebben in de puberteit heel andere verwachtingen dan jongens. Verliefdheid is voor hen een belangrijker deel van hun leven dan voor jongens. Ik ben al heel veel verliefd geweest en in mij persoonlijk is het de motor die me aan de gang houdt.

“Ergens in het achterhoofd zit toch het romantisch ideaal hoor... dat het onmogelijke haalbaar is. Een relatie mag niet uitgeleefd of afgeleefd worden. Ge moet mekaar niet te veel zien, maar wel intens contact hebben. Niet alle dagen over de vloer. Het zal wel met mijn privé-behoefte aan passie te maken hebben. Een prins, toch wel, al zal zijn paard na enige tijd wel lam worden. Het is allemaal heel dubbel. Het schijnt dat verliefdheid, met alle karakteristieke verschijnselen, twee jaar kan duren. Dan kan verliefdheid natuurlijk in liefde omslaan. Dat is een gevaarlijk moment, want dan komt bij mij de behoefte aan een nieuwe verliefdheid op, of zelfs als de behoefte er niet is, dan is de verliefdheid er opeens. Als ze dan zeggen: die Daem, die wordt nooit volwassen, dan zeg ik: nou, dan word ik liever niet volwassen.”