De Kus is geen kus; Beelden van Auguste Rodin in Den Haag en Laren

Voor het eerst sinds 65 jaar is er in Nederland weer een grote tentoonstelling van Auguste Rodin te zien. In Den Haag staat onder meer een prachtig beeld van Johannes de Doper. “In zijn rug en borst gaapt een gat, zomaar, alsof de kunstenaar een klont klei nodig had en deze lukraak weggriste uit wat hem voor handen kwam.”

Dubbeltentoonstelling Rodin. in het Paleis Lange Voorhout 74, Den Haag en het Singer Museum, Oude Drift 1, Laren. 15 okt t/m 14 jan 1996. Di t/m zo 11-17u, ma 25 dec en 1 jan gesloten. Passepartout ƒ 15,-. Catalogus ƒ 49,- en ƒ 69,-. Beide musea organiseren Nederlands- en Franstalige lezingen. Inl 070-3512873/ 02153-18895.

De eerste kennismaking komt het felst aan in Parijs, in de Rue de Varenne, waar Rodin jarenlang werkte. Daar moet je heen als de zon schijnt. Want Rodin heeft licht nodig, licht dat over de blanke rug van zijn Danaïde valt, langs de twee geliefden in De Kus en De Denker buiten in de tuin van het museum strijkt. Dan dansen stralen over het marmer en brons, en laten huid en spieren in dijen, billen en borsten opgloeien en weer wegzinken in het duister. Hoe machtig lijken die lichamen en hoe sterk zijn de emoties erin samengebald. Over Liefde-voor-altijd gaat het, Passie zo heet als een steppewind, schreeuwende Wanhoop, Contemplatie en Berusting. Imposante gevoelens waar je jezelf met huid en haar aan kunt overleveren. Als je jong bent.

Rodin blijft mooi, adembenemend mooi, ook als je ouder wordt. Meesterlijk geboetseerd is de klei, perfect uitgevoerd in brons en gips zijn de modellen. Maar zijn grote gebaren zijn net als de popliedjes die Sinead O'Connor zingt: ze zijn groots en meeslepend, met een hang naar pathetiek. Ze verhullen niets en zijn heel expliciet, tè expliciet. Ze laten niets aan de verbeelding van de toeschouwer over.

Aanstaande zondag gaan twee grote tentoonstellingen over het werk van Rodin in Nederland open. Het is een uitzonderlijke gelegenheid om Rodin opnieuw op zijn merites te beoordelen; uitzonderlijk omdat het 65 jaar geleden is dat Rodins werk voor het laatst op een solo-expositie in Nederland getoond werd. Voor deze gelegenheid stond het Musée Rodin in Parijs en Meudon tientallen bruiklenen af. In ruil daarvoor werd in Nederland onderzoek gedaan door onder anderen John Sillevis naar de tentoonstellingen die Rodin in 1899 in Den Haag, Rotterdam en Amsterdam had, en naar de invloed die kunstenaars als Van Gogh en Rembrandt op Rodin uitoefenden. Speciaal voor de huidige tentoonstelling in Paleis Het lange Voorhout in Den Haag is een reconstructie gemaakt van de tekeningenexpositie van Rodin in 1899.

Kauwen en spugen

Het vroege werk, zoals De Man met de gebroken neus, in 1872 afgewezen voor de Salon, Het Bronzen Tijdperk (1875-1876) en verschillende versies en torso's van De Lopende Man en Johannes de Doper (1877-1878), hangt met foto's en prachtige, sober gelijnde tekeningen in Den Haag. De zalen in Laren zijn ingericht met een kleine vijftig beelden rondom de vier grootste monumentale opdrachten die Rodin kreeg: De Hellepoort (1880-1917), De Burgers van Calais (1886-1888), het Monument voor Victor Hugo (1896-1897) en het Monument voor Balzac (1892-1897). Ook is hier een groot aantal foto's van Rodin, van zijn atelier en zijn huis in Meudon te zien.

“Onder grote bomen is het slecht groeien,” had Constantin Brancusi gezegd en daarom verliet hij in 1907 Rodins werkplaats. Weg uit de schaduw van de meester. Brancusi werkte drie jaar voor Rodin, vanaf het moment dat hij uit Roemenië in Parijs was aangekomen. Op zekere dag had hij een beeld gemaakt in de trant van Rodin. 'Ik kopieerde hem zonder dat ik me er bewust van was, maar ik herkende de kopie wel. Ik was ongelukkig,' schrijft Brancusi over deze tijd. 'Ik kon niet langer in zijn buurt leven.' Brancusi maakte zich los van Rodin, zoals ook Matisse zich van hem had losgemaakt. Weg van het naturalisme, van de hevige expressie, naar de abstractie.

Toch sprak Brancusi altijd met respect over Rodin, aan wie volgens hem de hele twintigste-eeuwse beeldhouwkunst schatplichtig was. 'Aan hem hebben we te danken dat de mens weer de maat, het uitgangspunt van het beeld wordt. Aan Rodin hebben we te danken dat de beeldhouwkunst weer menselijk wordt.' Met Rodin, vond Brancusi, kwam er een eind aan 'de vertwijfelde situatie van de beeldhouwkunst in de negentiende eeuw.'

Maar niet iedereen oordeelde zo mild. Het was in de jaren tien, twintig en dertig dat Rodin zijn faam als avantgardistisch kunstenaar verloor. Het was de tijd van het kubisme, van dadaïstische manifestaties en futuristische communiqués. Archipenko riep het hardst van allemaal. Als 'gekauwd brood, uitgespuugd op een sokkel' omschreef hij Rodins werk. Het is wrang te bedenken dat nog maar twintig jaar voor zijn dood, in 1917, Rodin zelf de avantgardist was geweest die met zijn anti-classisistische schoonheidsideaal, zijn onverbloemde erotische beelden en naakte portretten de wereld op z'n kop had gezet.

Slank lijfje

Het vroegste tumult ontstond rondom Het Bronzen Tijdperk, Rodins eerste proeve van bekwaamheid als zelfstandig kunstenaar. In Den Haag staat een donkerbrons afgietsel ervan, afkomstig uit Musée Rodin in Parijs: een jongeling in een herfstige erker. Hij staat op een sokkel die met opzet laag en heel breed is gehouden, zodat je als bezoeker uitgenodigd wordt òm het beeld heen te lopen. Het 'tekenen van modellen van alle kanten' zoals Rodin placht te doen, heeft hier geresulteerd in een prachtige 'mouvement dans l'air' van het beeld. Een mooi slank lijfje, waarvan de verhoudingen precies kloppen. Geen voet is reusachtig, geen hand een kolenschop. Alleen de armen en het gezicht zijn gebeeldhouwd in een pose die radeloosheid uitdrukt. Het is nu onbegrijpelijk dat er destijds in 1876 zoveel ophef over het beeld is gemaakt. Men vond de jongen er zo natuurlijk uitzien dat men Rodin ervan beschuldigde het beeld naar een gipsafgietsel van het lichaam van zijn model te hebben gemaakt. Foto's van Rodins model Auguste Neyt, die in dezelfde zaal hangen, bewijzen dat dit onmogelijk had gekund. Neyt is veel dikker en plomper dan het figuurtje dat op de sokkel staat. Het Bronzen Tijdperk is een geïdealiseerd mannelichaam waarbij met 'de natuur' behoorlijk is gesold.

Daarom vind ik de beelden in de volgende zaal veel mooier. Het kleine bronsje in de hoek is het begin voor wat Rodins latere reeks De Lopende Man zal worden. Het is een naturalistisch figuurtje van een man die in spreidstand staat, met z'n armen geheven alsof hij een lans vasthoudt. Johannes de Doper moet hij voorstellen. Iets verderop in de zaal staat dezelfde spreidstand, maar nu uitgebeeld onder een reusachtige torso. Rodin moet er wild van zijn geweest, zo vaak heeft hij met de stand geëxperimenteerd. Johannes de Doper heeft zijn hoofd verloren en zijn armen, en in zijn rug en borst gaapt een gat, zomaar, alsof de kunstenaar een klont klei nodig had en deze lukraak weggriste uit wat hem voor handen kwam. Het maakt de expressie van het beeld er alleen maar groter op, want alle aandacht kan zich nu richten op de joekels van dijbenen, de kanonskogelronde kuiten en de grof gepolijste spieren in de borst.

Grote mannen

Oerkracht, verbetenheid, snelheid en intellectuele prestaties waren de eigenschappen die Rodin met mannen associeerde. Het verbaast niet dat hij vooral mannen portretteerde, Grote Mannen, zoals Victor Hugo, Balzac en Clemenceau. Vrouwenbustes bestaan alleen van zijn levensgezellin Rose Beuret en zijn minnares Camille Claudel. In projecten als De Hellepoort gaf Rodin de vrouw wel een rol, maar de gebruikelijke traditionele: als kuise Eva, als prachtig idool, als wegvluchtende Liefde of zinnelijke minnares. Slappe borsten, dikke buiken en verlepte dijen: Rodin wist er geen raad mee. Käthe Kollwitz zou niet veel later wèl weten wat ze daarmee aan moest vangen.

Rodins vrouwen staan voor het grootste deel in Laren. De vrouw van De Kus is de beroemdste van allen. Het beeld doemt er levensgroot op in donkerbrons, niet zoals in Musée Rodin in zijïg marmer. Het bovenlicht in het Singer Museum doet wonderen met het glanzende, bijna zwarte materiaal. Het zachte licht glijdt over de twee geliefden, de schaduwen zijn als blaadjes die op water drijven. De Kus wordt wel beschouwd als een van de meest erotische beelden van Rodin. Maar De Kus is helemaal geen kus. Wie om het beeld heenloopt ziet dat de lippen van het paar elkaar niet raken. Het puntje van de neus van de een tipt aan de wang van de ander, een hand rust op een been. Er wordt niet geknepen, gefrommeld, gegraaid. Geen passie of lust heerst hier, maar platonische liefde. Daar doet de spiernaaktheid van de twee niets aan af.

Rodin was op zoek naar 'de waarheid' in zijn figuren. Die waarheid openbaarde zich volgens hem van 'binnen naar buiten', van de spieren naar de oppervlakte van de huid en vervolgens naar de daarin gegrifte emotie. Gevoelens drukte hij uit in spierbundels, in de buiging van een hals, de ronding van een borst. Dit was een waarheid die hij 'als het leven zelf' noemde. Maar daarin vergiste hij zich. Het leven in de twintigste eeuw was fundamenteel anders dan dat in de eeuw daarvoor en haalde Rodins 'waarheden' razendsnel in. Rodin was tot op het bot een romanticus, zo een die geen fantasie toestaat maar alleen overgave eist.

    • Lucette ter Borg