Daal laat Heijermans' klappers ongebruikt

Voorstelling: Eva Bonheur, van Herman Heijermans. Spelers: Trudy Labij, Jules Croiset, Elsje Scherjon, Sjoera Retèl, Freerk Bos, e.a. Decor: Herman van Elteren. Regie: Andy Daal. Gezien: 12/10 in de Koninklijke Schouwburg, Den Haag. Tournee t/m 5/3.

Als het over Eva Bonheur gaat, laten acteurs nog wel eens verlekkerd het woord spéélstuk vallen. Ze bedoelen dan dat zo iemand als Herman Heijermans situaties schiep en dialogen schreef die een beroep doen op hun temperament - bloemrijke zinnen, betekenisvolle stiltes, mensen wier emoties hen voorop de tong liggen, rollen waarmee een bedreven acteur het publiek dus alle hoeken van de zaal kan laten zien. Wie hem speelt zoals hij gespeeld moet worden, merkt vanzelf dat er in de zaal méé wordt geleefd, méé wordt gelachen en soms ook nog een traantje wordt geplengd.

Heijermans schreef zijn stukken rechtstreeks voor zijn gezelschap. Hij kende de acteurs en hij wist hoe hij hen tot schitteren kon brengen. Ook wie ze nu speelt, profiteert daar nog van mee. Maar tegelijk wordt dan duidelijk dat het gevaar van de Schmiere voortdurend op de loer ligt. De acteur die er onnadenkend alle registers van zijn orgel voor open zet, valt nu door de mand als een ouderwetse orgeldraaier. Geen wonder dat regisseur Andy Daal er met zijn nieuwe versie van het uit 1916 daterende Eva Bonheur - in een vrije produktie op tournee - blijk van geeft dat hem vóór alles een ingehouden voorstelling voor ogen stond.

In de vorige Eva Bonheur, een Amsterdamse Stadsschouwburg-produktie uit 1989, liet Eddy Habbema zijn acteurs tamelijk onbekommerd volkstoneel spelen. Dat werkte goed. Daal dempte de retoriek daarentegen zoveel mogelijk. Onder zijn handen is het stuk een exposé in lichte pasteltinten geworden, die weliswaar adequaat laat zien hoe een harmonieus gezin door financiële tegenslagen afhankelijk wordt van een terroriserende huurster, maar die vooral de sfeer ademt van de blijmoedige levensinstelling van de vader. Hij predikt, geheel in de geest van Heijermans zelf, het behoud van geestelijke vrijheid ondanks materiële zorgen. Jules Croiset is, als de vader, veruit de beste representant van Daals regie-opvatting: teer en teder, lichtvoetig en toegewijd.

Het gevolg is echter ook dat Trudy Labij als de chagrijnige huurster méér nuances laat zien dan haar nogal kluchtig geschreven rol inhoudt. Dat zou te prijzen zijn, ware het niet dat daardoor de grappen van Heijermans lang niet allemaal hun doel meer treffen. Heel wat van de rotjes en de zevenklappers die hij zo vaardig rondstrooide, blijven onaangeroerd liggen alsof ze vochtig zijn geworden. Eva Bonheur is er een rechtschapen voorstelling van geworden, maar af en toe had ik wel iets meer van het oude, doortrapte effectbejag willen zien.

    • Henk van Gelder