Bedrijfsleven vreest dichtslibben van wegen; Rendabel vrachtvliegveld op Maasvlakte haalbaar

DEN HAAG, 13 OKT. Een vrachtvliegveld op de tweede Maasvlakte, bij Rotterdam, valt rendabel te exploiteren en kan meer dan 10.000 arbeidsplaatsen opleveren. Maar het bedrijfsleven vreest het dichtslibben van de wegen en verwacht geen bijzondere voordelen voor de Rotterdamse haven. Dat staat in een onderzoek door het Nederlands Economische Instituut (NEI) en ingenieursbureau Haskoning, in opdracht van het Gemeentelijk Havenbedrijf Rotterdam. Net als het bedrijfsleven wil ook havenwethouder R. Smit geen vrachtvliegveld op de tweede Maasvlakte.

Het Gemeentelijk Havenbedrijf Rotterdam is bezig met een studie naar de tweede Maasvlakte waarin een aantal varianten op een rij worden gezet. De haven begint een tekort aan bedrijfsterreinen te vertonen en zal over een paar jaar 'nee' moeten verkopen aan belangstellende bedrijven. Op de tweede Maasvlakte zou ook een vrachtvliegveld kunnen komen, als 'overloop' voor Schiphol dat in de volgende eeuw vol zal raken.

Het onderzoek van NEI en Haskoning wijst nu uit dat een 'vrachtvliegveld Maasvlakte' in 2015 tussen de 1,1 en 1,6 miljoen ton vracht kan verwerken, wat gelijk staat aan 24.000 tot 36.000 vliegbewegingen. Bij twee haaks op elkaar aangelegde banen is een gebied van 500 hectare nodig. De kosten van het vrachtvliegveld bedragen dan 2,7 miljard gulden. De veiligheidsrisico's voor personen als gevolg van de luchthaven zullen beperkt zijn, maar de risico's voor installaties nemen wel toe. De wettelijke grenzen aan het geluid voor omwonenden zullen niet worden overschreden.

Anderzijds zal het verkeer over de weg drastisch toenemen. Zo zal 30 procent van het personenverkeer van en naar de Maasvlakte een gevolg zijn van de komst van de luchthaven. Uit interviews met het bedrijfsleven is NEI en Haskoning gebleken dat dit laatste aspect zorgen baart. “De voordelen van een vrachtvliegveld wegen in de visie van het geïnterviewde bedrijfsleven niet op tegen de nadelen. Met name wordt gevreesd voor een verder dichtslibben van de reeds zwaar belaste infrastructuur in de Rotterdamse regio”, aldus het onderzoek. Ook verwacht het bedrijfsleven niet of nauwelijks synergetische effecten van het vrachtvliegveld voor de Rotterdamse haven.

Havenwethouder Smit deelt die opvatting. Volgens hem “voegt een vrachtvliegveld niks toe”. Ook wijst hij erop dat de ruimte op de tweede Maasvlakte hard nodig zal zijn voor bedrijfsterreinen. Als vierde argument tegen het vrachtvliegveld noemt Smit de tijdrovende procedures bij aanleg van een luchthaven. “Daar kan de tweede Maasvlakte niet op wachten.” Een nieuw vrachtvliegveld bij Rotterdam is volgens hem wel mogelijk, maar dan op een derde Maasvlakte.

Het kabinet komt eind volgend jaar met een strategische studie over de toekomst van de luchtvaart in Nederland. De vraag is wat er moet gebeuren als Schiphol in de volgende eeuw de grenzen van de groei bereikt. Onderzocht zal worden welke locaties op het land, voor de kust of in het IJsselmeer voor een tweede grote luchthaven in aanmerking komen. Vooralsnog wordt geen enkele locatie uitgesloten, zei minister Jorritsma (verkeer en waterstaat) enkele weken geleden in deze krant.

Volgens haar is het voordeel van een luchthaven op de tweede Maasvlakte of in zee dat zo'n locatie maatschappelijk gezien weinig problemen met zich meebrengt. Probleem bij een vrachtvliegveld op de tweede Maasvlakte, tekent zij aan, is het feit dat het meeste vrachtvervoer (nu nog) in combi-vliegtuigen plaatsheeft, zodat goederen en passagiers op één luchthaven moeten worden afgehandeld.