Zelfexpressie in de Sterrenbuurt

BLEISWIJK. Tevreden zitten Erik Ammerlaan en zijn vriendin Anita Sier op de leren bank in hun nieuwe huis. De grijze plavuizen zijn diagonaal gelegd. Onder die tegels kronkelt tientallen meters plastic slang waardoorheen warm water kan stromen. Als het buiten echt koud wordt is het bij Erik en Anita lekker warm. Erik heeft de vloerverwarming zelf aangelegd.

Erik komt uit Bleiswijk, hij is er geboren. Net als de meeste andere bewoners van de Sterrenbuurt, de kleine uitbreidingswijk aan de rand van het dorp. Bleiswijk is geen Vinex-lokatie, en daarom is het hier niet zoals in Nootdorp, Pijnacker of Bergschenhoek. Dáár zijn enorme nieuwe wijken gebouwd, zijn dorpen in snel tempo gegroeid en van karakter veranderd, hier is het nog een beetje zoals vroeger.

Ze laten trots hun huis zien. De tuin op het zuiden. De open keuken, die rode deurtjes heeft, en een houten blad. De afzuigkap is verdekt opgesteld en gaat aan zodra je een klep naar voren trekt. Ook gaat er dan verlichting branden. De wc is betegeld in lichtrood en roodbruin en de wc-pot is een modern type, zo een die aan de muur hangt. We gaan de trap op, die met roodbruin textiel is bekleed. Boven is er een mooie badkamer, met een douche, een bad, een toilet en een wastafel. Ook hier weer dezelfde rose en roodbruine tegels.

Drie kamers telt de bovenverdieping, en dan is er ook nog een zolder die als berging dient en waar de wasmachine staat.

Voor Erik (30) en Anita (28) is het hun eerste eigen huis. Dat ze er nog niet zo lang wonen kun je zien aan een enkele kale lamp die nog aan zijn draden aan het plafond hangt. Maar verder is alles klaar en piekfijn in orde. Ze hebben er dan ook een paar maanden aan gewerkt. “Nestje bouwen”, zegt Anita. Avonden en weekeinden werden doorgebracht met schoonmaken en het opplakken van pastelblauw vinylbehang.

Het eerste weekeinde na de oplevering van het nieuwe huis waren ze vooral aan het breken. De keuken moest eruit, het bad en de wc. En de tegels in de keuken, de wc en de badkamer werden losgebikt. Dat was nog een heel karwei, want ze zaten goed vast en af en toe kwam een stukje binnenmuur mee. Erik had nog aan de tegelzetter gevraagd of hij de tegels niet zo erg vast wilde zetten, want ze gingen er toch weer af, maar dat was niet mogelijk. Een tegelzetter kan het maar op één manier, de goede. En de orders van de baas laten trouwens niet toe dat het werk op een andere wijze wordt uitgevoerd.

“Het keukenblok was heel simpel uitgevoerd”, vertelt Erik, “Witte kastjes, een roestvrij stalen blad en twee open plekken waar het fornuis en de ijskast konden staan. Wij wilden wat anders, maar de bouwer kon ons niet bieden wat we wilden. We hebben nog gevraagd of de bouwer er dan géén keuken in wilde zetten, en de badkamer en de wc hoefden ook niet. Maar dat kon niet.” Erik en Anita reden de afgebikte tegels naar een stortplaats en voor het nieuwe keukenblok konden ze gelukkig nog een koper vinden.

Raar vinden ze het wel, deze gang van zaken. “Het is je eigen huis, je hebt er voor betaald, maar je bent er niet de baas over”, zegt Erik. Machtsmisbruik vindt hij het. En zonde van al het werk en het materiaal. Maar hij is niet een type dat zich snel opwindt, dus hij had zijn schouders opgehaald.

Erik en Anita zijn niet de enigen die andere opvattingen hebben over de inrichting van hun eigen huis dan de bouwer. Ook in de renovatiebouw komt het regelmatig voor dat als de timmerlieden, schilders en stucadoors de straat uitrijden ze nog net zien hoe de teruggekeerde bewoners de pas gezette tegels en de gloednieuwe keukenkastjes in een puinbak kieperen. Goed voor het bruto nationaal produkt en de werkgelegenheid, dat dubbele werk, maar ook een dure verspilling van kosten en moeite, en een onwelkome belasting van het milieu, want bouwmaterialen laten zich lastig recyclen.

“Ik moet nu eenmaal een complete woning opleveren”, zegt aannemer Van der Lecq, die de woningen in de Bleiswijkse Sterrenbuurt heeft gebouwd. “Het huis moet gereed zijn voor bewoning. Zo staat het in de voorschriften.”

Het is een mooi voorbeeld van een goede bedoeling die zijn tijd heeft gehad. Eens was het een regeling die de burgers beschermde tegen malafide praktijken van machtige bouwheren. En ooit waren een heldere keuken en een praktische douche- ruimte de aangewezen middelen om de arbeiders tot een zindelijk en gezond leven aan te zetten. Al die verheffing en emancipatie is voor een groot deel gelukt, en daarom weten de mensen tegenwoordig zelf wat goed voor hen is. Die ontwikkeling heeft er wat de huisvesting betreft toe geleid dat de geëmancipeerde burger zijn huis niet zozeer als onderkomen beschouwt, maar meer als een uitnodiging tot zelfexpressie en zelfverwerkelijking.

Hetgeen weer eens duidelijk maakt hoe moeilijk de verzorgingsstaat het soms kan hebben. Want hoe begrijpelijk en gerechtvaardigd de verlangens van de mondige burgers ook zijn, toen ze zich zonder morren schikten in de regels en de voorschriften was het allemaal wel een stuk gemakkelijker. Toen kon de verzorgingsstaat door de vaak spectaculaire verbeteringen die hij bracht zijn eigen bijval mobiliseren, nu is het een kwestie van overtuiging en onderhandeling geworden. Wat eens als de bescherming van de bewoners gold, wordt nu vooral als een absurde vorm van betutteling ervaren.

Op het ministerie van VROM wordt al gewerkt aan een versoepeling van het Bouwbesluit, zodat straks woningen mogen worden opgeleverd waarin nog geen keukenblok staat, en waar de bewoners zelf een badkamer mogen plaatsen. Hoe ze zich willen wassen moeten de mensen dan zelf weten. Dat ze zich wassen, daar twijfelt niemand meer aan.

    • Warna Oosterbaan