Vorstin oogt als wervelwind op staats-zeefdruk

Koningin Beatrix heeft geposeerd voor een aantal kunstenaars. Hun schetsen en definitieve, reproduceerbare portretten hangen nu in Panorama Mesdag in Den Haag.

Tot 22/10 in Panorama Mesdag, Zeestraat 65, Den Haag. Oplage van de drukken is 200. Geopend: ma. t/m za. 10-17 en zo. 12-17 uur. Prijzen: ƒ 650, of ƒ 850,.

De portretten van de koningin zijn uitverkocht. In 1982 en 1990 poseerde ze voor Marte Röling die haar eerst in een jas met hoge kraag en later in een close-up een grafische gestalte gaf. Een koele en degelijke vorstin, die we tegenkomen op postkantoren, scholen en mindere openbare locaties.

Terwijl de stapel Rölings slonk, ging de Rijksvoorlichtingsdienst (RVD) op zoek naar nieuwe portrettisten. Van de negen genomineerden, zijn vier, niet al te jonge kunstenaars overgebleven. De koningin poseerde voor hen allen begin dit jaar een paar uur op Huis ten Bosch, en men mag aannemen dat dat voor de uitverkorenen geen ontspannen sessie was. Nu of nooit, moet menigeen gedacht hebben, want een vorstin bel je niet op met de vraag of ze nog eens een uurtje wil gaan zitten. Gelukkig kon met na afloop terugvallen op een berg foto's die zijn weerga niet kent.

Enkele portrettisten hebben hun paleis-schetsen geëxposeerd in Panorama Mesdag in Den Haag. Een blad van Annelies Hoek (1943) vertelt weer eens hoe moeilijk het is om onder een ooglid een pupil te laten schuilen. Koninklijke pupillen, die elke landgenoot goed kent, maar die steeds weigeren Beatrixiaans te worden. Ze zijn meestal op flatterende wijze iets te groot getekend, iets te vrolijk, of iets te veel toegedekt door diezelfde lastige, plastische oogleden.

Hoek maakte behalve tekeningen, ook verfschetsen. Keurige portretten met een bekwaam opgebouwde gezichtsstructuur - hoewel niet helemaal gelijkend - en met vlotte verfbanen die de kleding suggereren. Maar daar bleef het dan ook bij; ze is met die traditionele beeltenissen niet verder aan de gang gegaan. Zo eigenzinnig als Röling durfde te zijn, zo conventioneel laat Hoek zich kennen. En dat geldt evenzeer voor de grofkorrelige ets van Frank Leenhouts (1955). Hij wilde weliswaar glamour vermijden, maar boven een mistige buste kwam weinig anders dan een stijf, stippeltjes-gezicht te staan.

Marike Bok (1943) voelt zich verwant, zo lichtte ze toe, met kunstenaars als Andy Warhol en Peter Struycken. Haar academische schetsen reduceerde ze bijna tot een grafisch vignet. Alleen die gezichtsdelen werden gespaard die het licht opvingen. Haar in goudverf en houtkleuren gemaakte versies doen aan knipselkunst denken en het diklijnige contour komt, zoals iemand zei, wel erg sterk overeen met de vorm van een sleutelgat.

De voorkeur van de RVD èn ongetwijfeld van koningin Beatrix laat zich snel raden: Carla Rodenberg (1941) steekt met kop en schouders boven haar collega's uit. Ze was de enige, vertelde ze, die op Huis ten Bosch alleen maar keek, en niets op papier zette. Het oog deed het werk, daar vertrouwde ze blijkbaar op.

Met een vluchtig in de verf gedrenkte penseel vloog ze met rood en blauw over de boven- en de ander kant van een ongedetailleerde close-up. De ogen werden zwartomlijnd, zodat men daar alvast niet omheen kan, de hoed kreeg zware schaduwaccenten, waardoor de blik van de toeschouwer meteen naar het gelaat van de koningin wordt gedirigeerd, onder die hoed werden de oorbellen als kleine lichtbakens aangezet - en daarmee was het karwei gedaan. Met die kordaatheid, waaraan niet zelden diepe twijfels voorafgaan, moet ze een punt achter haar opdracht hebben gezet.

Zie daar de nieuwe staatsie-zeefdruk: Een dynamische koningin, die verleidelijk kijkt, hoewel diezelfde blik gemakkelijk kan doorgaan voor onderzoekend, die een ironisch trekje om de mond heeft, dat ook een milde glimlach kan zijn, en die gehuld is in een rode hoed en een blauwe mantel, een ensemble dat - dankzij de grijs-blauwe tint daartussen - net niet al te nadrukkelijk naar de nationale driekleur verwijst. Een koningin als een charmante wervelwind, maar zo hadden we haar in de gesprekken die de schrijfster Hella Haasse voerde met haar en haar gezinsleden, al enigszins leren kennen.

    • Marianne Vermeijden