Tien jaar basisschool

Jan Baptist (49) geeft sinds twee jaar les aan de groepen zeven en acht van de protestants-christelijke basisschool Groen van Prinsterer in Emmen (197 leerlingen). Daarvoor was hij directeur van de Elout van Soeterwoudeschool, maar na de fusie verkoos hij weer voor de klas te gaan staan.

“Onze school staat in Emmenmeer, de oudste wijk van Emmen. Veel werkloosheid, scheidingen, drankmisbruik. Daardoor hebben we ook veel kinderen die zich slecht kunnen concentreren, agressief zijn of een leerachterstand hebben.

Vanmiddag had ik een vergadering van een buurtnetwerk voor jeugdhulpverlening - samen met de huisarts, de wijkagent, iemand van de zuigelingenzorg en de maatschappelijk werker. Daar bracht ik een geval van agressief gedrag op onze school onder de aandacht. Het gaat om een jongen uit een gezin met gescheiden ouders. Van de ene op de andere dag belde de moeder op met de mededeling dat haar zoon mee moest naar de tandarts. Drie dagen later belde ze weer op om te zeggen dat ze in Groningen zat met de kinderen. Toch is die jongen weer teruggekomen bij zijn vader. Die deed vervolgens om aandacht te trekken een aantal zelfmoordpogingen - met de hand tussen het koord waaraan hij zich wilde ophangen, en zijn polsen net niet doorgesneden. De jongen heeft intussen zoveel school gemist dat hij een achterstand heeft. Hij zit op karate en kan zich alleen maar handhaven door agressief gedrag. Met karateschoppen probeert hij indruk te maken op zijn medeleerlingen. Wanneer ik hem niet in de peiling heb, kan niemand in de klas langs zijn tafel lopen of hij steekt zijn poot uit. Als hij te ver gaat, stuur ik hem de klas uit. Daarna roep ik hem bij me om even onder vier ogen te praten. Dan komt er een droevig verhaal. 'Ja ik weet wel dat ik het niet moet doen', zegt hij, 'maar ik voel me zo rot. Ik heb trammelant gehad in de buurt.' Of er is iets met zijn moeder. Dan begint hij te huilen, en neem ik hem even onder mijn arm. Dat is men in deze buurt niet gewend. Ik heb best begrip voor die jongen want hij heeft op zijn twaalfde al een rotleven achter de rug. Daar wil ik altijd wel met hem over praten, maar ik kan zijn gedrag niet tolereren.

Je moet die kinderen een warm plekje geven. Als je ziet uit wat voor milieu ze komen denk je: wat hebben ze voor kansen? Van de 26 kinderen uit mijn klas hebben er tien gescheiden ouders. Van de rest maken zeven zich zorgen dat hun ouders misschien ook uit elkaar gaan. Laatst kwam in mijn klassikale leesboek de term 'alimentatie-ouders' voor. Bijna de helft van mijn leerlingen wist wat dat was. Deze kinderen maken thuis agressief gedrag mee en nemen dat over. Met het taalgebruik gaat het precies zo. Een collega van mij kwam afgelopen week bij een kind thuis dat binnenkort vier jaar wordt en op deze school komt. Toen dat jongetje een kopje omstootte riep zijn moeder: 'Jij vieze, lelijke eikel.' Dat kwam er zo vreselijk gemeen uit. Maar dat vind men hier normaal. Men heeft het thuis over 'kankerlijer' dit en 'teringlijer' dat.

De kinderen horen van mij dat er ook andere manieren zijn om met elkaar om te gaan. Ik kan ze er geen repetitie over geven, zoals met de breuken, maar ik praat wel regelmatig met ze over wat normen en waarden in het leven zijn. Met vallen en opstaan probeer ik dan wat uit de bijbel te halen, kinderen te leren hoe je met elkaar omgaat.

Van de 26 kinderen in mijn klas zijn er een stuk of zes zorgkinderen. Ik probeer te zorgen dat ze met plezier naar school gaan, en verder niks. Alles wat je ze dan nog bijbrengt is meegenomen. Die kinderen hebben thuis nergens een rustig plekje om huiswerk te maken. 's Middags lopen ze rond in het dorp. Dan kan ik niet eisen dat ze morgen hun dictee perfect maken.

Een school heeft maar beperkte mogelijkheden. Je hebt de kinderen vijf uur op een dag: 's morgens drie uur en 's middags twee uur. De overige negentien uur zitten ze in een ander milieu. Een milieu waarin bijvoorbeeld niet gelezen wordt. Dat betekent dat de kinderen die op hun vierde naar school komen niet weten wat een boek is.

Het is veel erger geworden de afgelopen tien jaar. Het beleid van de gemeente is geweest om mensen uit zwakkere sociale milieus bij elkaar te plaatsen. Nu ziet men in dat dat niet werkt. De wijk is verpauperd. Toen mijn vorige school hier twee jaar geleden in verband met de fusie werd opgeheven, is het gebouw helemaal gesloopt. Vrijdag leverde ik de sleutels in bij de gemeente. Toen de buurt op zaterdag merkte dat de school nog niet was ontruimd, werden de ruiten ingegooid en werd alles meegepikt. Lood, oud ijzer, lampen, bankjes, borden, zelfs de tegels van het plein werden eruit getrokken. Er zat een man op het plein en die zei: 'Ik heb van Jan Baptist toestemming om de tegels te verkopen.' Ik wist nergens van. Wel een beetje triest want ik had vijfentwintig jaar aan die school gewerkt.''

    • Joris Abeling