STEEN VOOR STEEN VERTROETELD; In het voetspoor van Hadrianus

Sommigen 'doen' hem in een week, anderen rennen er in twintig uur langs. Over kale bergkammen en door wuivende graanvelden, via verlaten scheepswerven en voorvaderlijke boerderijen slingert de Muur van Hadrianus zich door Noord-Engeland.

Wallsend. Mr MacDougall, 61, wijst met zijn boeket naar beneden, naar de vroegere Swan Hunter scheepswerf aan de monding van de Tyne. In de schaduw van de onbeweeglijke kranen is een laag stuk muur te zien, opgetrokken uit grote vierkante blokken. Eigenlijk was hij op weg naar het graf van zijn moeder toen hij ons tegenkwam. Net van de boot gestapt speurden we naar het allereerste begin van Hadrian's Wall. MacDougall keek naar zijn bloemen en zei: “Ik breng jullie erheen. Zij wacht wel even.”

Noem de Wall en deuren openen zich. Tussen Wallsend en Carlisle heeft iedereen wel iets te maken met de formidabele mascotte van Noord-Engeland: de honderd kilometer lange muur die keizer Hadrianus tussen 120 en 130 liet optrekken 'om de Romeinen te scheiden van de barbaren'. In de eerste eeuw na Christus hadden de Romeinen praktisch heel Brittannia veroverd, maar op de woeste Caledoniërs en Picten in het Noorden kregen ze geen vat. Met de bouw van de Muur, van kust tot kust even ten zuiden van de huidige Schotse grens, erkende Hadrianus (keizer van 117 tot 138): tot hier en niet verder.

Mr MacDougall blijkt iedere resterende steen van de Muur te kennen. Talloze malen patrouilleerde hij er langs in zijn functie van vrijwilliger-opziener bij het Northumberland National Park. Keer op keer drukte hij in de voetsporen van Hadrianus, die in 122 persoonlijk de bouw kwam inspecteren. “Twintig mijl per dag legde hij af”, memoreert MacDougall trots, “te voet, blootshoofds en in volle wapenrusting.” Zelf vocht hij in de oorlog tegen de Duitsers aan de Rijn; ten afscheid presenteert hij militaresk de in cellofaan verpakte bloemenhulde voor zijn moeder.

Hexham. Ooit was the Wall een enorm verdedigingswerk: een stenen muur van zes meter hoog, met aan de zuidkant een droge gracht tussen aarden wallen: de Vallum. Om de vijf mijl een fort, om de mijl een milecastle, daar tussenin steeds twee wachttorens. Bijna drie eeuwen lang bleef de Muur de noordelijkste grens van het Romeinse Rijk. De Romeinen verlieten hem pas in 410, toen ze al hun troepen op het continent nodig hadden.

Naarmate we vorderen op onze westwaartse Wall-walk, lukt het steeds beter ons van de oorspronkelijke Muur een voorstelling te maken. Eerst dwars door Newcastle, dan een lang praktisch Muurloos stuk langs de grote weg. Daarna duikt af en toe een klein stukje muur op, door de National Trust en de Heritage Foundation vertroeteld met afrasteringen en gladgemaaide gazonnetjes. Dan pas volgt het centrale deel met de best bewaarde gedeelten. Veel Wall-walkers beperken zich tot dat laatste traject.

Om de grote weg te vermijden maken we een zuidelijke detour door de Tyne-vallei. We klimmen het Cockwood in, passeren het geheimzinnige Duke's House, dat nimmer een hertog zag, en dalen af naar middeleeuws Hexham. De eigenaar van het hotel schudt misprijzend het hoofd als hij verneemt dat we voor onze wall-walk een week hebben uitgetrokken. Zijn zoon vestigde het record Muur-rennen: “Van de scheepswerf in Wallsend tot de Ierse Zee in twintig uur.”

Bij het serveren van het ontbijt licht hij ons uitgebreid in over de rest van zijn familie. Zijn stamboom is bijna geheel samengesteld uit de barbaren die Hadrianus destijds met zijn Muur wilde weren. Een barbaarse afkomst is in deze contreien een bron van trots en zelfbewustzijn. Elk moment kan iedere taxichauffeur, clochard of drogist beginnen over zijn voorgeslacht van Noormannen, Vikingen of Juten, en dan ben je af en moet je luisteren.

Bij onze hotelbaas zijn het Picten, gevolgd door vele generaties van ketellappers. “Echt noordelijk, niks stiff upperlip, gewoon jolly, daar houden we van hier in de streek. Misschien wordt de Muur nog wel eens herbouwd, maar dan zullen wij de bouwers zijn. Om onze levenswijze veilig te stellen tegen de rotzooi en de criminaliteit uit het Zuiden. Met het IJzeren Gordijn is toch ook al zoiets gebeurd?”

Twice Brewed. In Planetrees keren we terug bij het Wall-tracé, en het eerste stuk dat we tegenkomen is meteen één van de markantste van de hele route. De bouwers begonnen in Wallsend en werkten westwaarts. Ze maakten de muur drie meter breed, maar na dertig kilometer besloten ze dat het ook wel wat smaller kon. De knik van drie naar twee meter zit precies in het gedeelte dat onder Planetrees Farm bewaard is gebleven.

Na de langzame aanloop met verspreide snippers Muur brengt het nu volgende traject een gevoel van ongelooflijke overdaad teweeg. Vóór ons zien we lange stukken muur, zo breed dat je erover kunt lopen, zich slingeren over een serie kale bergkammen die zich voortzet tot de einder. Deze Crags, die loodrecht oprijzen uit een verlaten vlakte, vormen samen de Whin Sill Ridge, een natuurlijke barrière waarvan alleen de naam al duidelijk maakt dat mist en stormvlaag er om de voorrang strijden bij het verkleumen van al wie zich daar waagt.

Maar vandaag puffen we onder een brandende zon en onder de last van rugzakken vol kleren die ons tegen de gevreesde Chill of the Sill hadden moeten beschermen. Het is al laat als we Twice Brewed in zicht krijgen, een paar huizen, omgeven door niets dan golvend, leeg land; de enige halteplaats in de wijde omgeving.

Vlak voordat we afdalen passeren we een stuk muur dat zo te zien nieuw wordt opgebouwd uit knisperverse stenen. Meteen al in Wallsend zagen we ook zoiets: een splinternieuw stuk Wall in aanbouw. Moet kunnen, vonden we toen, als Wallsend geen toeristen lokt, blijft het zitten met louter lege scheepswerven. Maar wordt ons nu ook al hier, midden in het meest ongerepte deel van de Muur, een hyperreality opgedrongen, een geconstrueerde werkelijkheid?

Het is eerder een reconstructie, verduidelijkt de landlady van The Vallum Lodge in Twice Brewed. “Ze halen stenen weg om ze te herstellen en te impregneren. Die stenen worden genummerd en later op hun oorspronkelijke plaats teruggezet.” Zij zet vraagtekens bij dit gemorrel aan de muur. “Misschien zou het beter zijn alles maar gewoon met rust te laten. Er zit nog enorm veel onder de grond, dat kun je tegenwoordig met moderne middelen zichtbaar maken terwijl de echte spullen blijven waar ze zijn, veilig voor vandalen, muurbelopers en luchtverontreiniging.” Geen hyperreality dus, maar virtual reality.

Gilsland. Grijze wolkenbanken terwijl we de laatste Crags eronder krijgen. Eindelijk maakt het landschap zijn dreigende reputatie waar. WhinSill, Crag Lough, Highshield Crags... puur Erik de Noorman-country toch? The Nine Nicks of Thirlwall, die ons nu wachten: een stoet van Thirlwalls edellieden? Het blijkt te gaan om een laatste serie steile bulten.

Voor het trotseren van de Nicks wordt de Wall-walker beloond met het Carvoran Roman Army Museum, het leukste museum langs de hele Muur, en dat wil wat zeggen, want de route telt tientallen roman sites. Sommige musea (zoals het schitterende Tullie House in Carlisle) laten het verleden herleven met lasers, holografie en interactieve communicatie. Zo niet Carvoran, waar men het multiplex niet heeft geschuwd en waar de interactie zich beperkt tot knopjes waarmee je op een landkaart lampjes laat aanfloepen. Of dat zo blijft, is de vraag, want Northumberland wil hier een groot themapark opzetten, met in volle glorie herstelde Muur, fort en Romeinse nederzetting plus 'interpretatief centrum'.

Vanaf de laatste Nick zien we in de verte een rare grote schoenendoos liggen. Dat blijkt het Gilsland Spa te zijn, en we besluiten daar de nacht door te brengen. Ooit werden de minerale bronnen van Gilsland in één adem genoemd met die van Bath. De lucht boven het dorp is de zuiverste van heel Engeland, en Gilsland was populair als herstellingsoord voor mijnwerkers met stoflongen. Vooral toen het station werd geopend stroomden de bezoekers toe. Maar nu rijden de treinen Gilsland voorbij. Mijnwerkers zijn er haast niet meer en de auto opende voor de Newcastlenaars verdere horizonten.

Als we de ballroom van het Spa betreden, worden we aangestaard alsof we van een andere planeet komen. Wij, pushing fifty, blijken van een ongelooflijke jeugdigheid, vergeleken bij de overige gasten. Nadat een lieve grootmoeder tergend langzaam heeft gezongen van een Oldfashioned Millionaire treedt een dansorkestje aan, eveneens van ver voor de oorlog. Als het eerste nummer wordt aangekondigd, een formation dance, ontwaken de oudjes uit hun dutjes, gooien hun krukken aan de kant en stellen zich paarsgewijs op in een rij. Waarna het voorwaarts gaat, zijwaarts en achterwaarts, daarna inhaken, een rondje en terug maar weer. Geraffineerde pasjes, opzij met versnelling, een sleepje naar voren, alles synchroon of het niets is.

Dertig jaar geleden kwamen ze hier ook al, en nu vormen ze de strohalm van het Spa. Wie zal Gilsland redding brengen als deze trouwe klantjes er niet meer zullen zijn? De Muur natuurlijk, die steeds meer daytrippers en wandelaars trekt. Hij was trouwens altijd al een economische factor van belang. In de Romeinse tijd ontstonden bij de douaneposten en de forten bloeiende nederzettingen. Na het vertrek van de Romeinen diende de Muur als leverancier van gratis bouwmateriaal voor kastelen, boerderijen, wegen, kerken en kloosters. Hadrianus liet dit schrale grensgebied een appeltje voor de dorst na dat twee millennia later nog vol vitaminen zit.

Walton. Het laatste deel van de Wall-walk, door prachtig Cumbrisch boerenland, is niet spectaculair maar wel fascinerend. Van de stenen muur is hier niet veel meer te zien, maar bijna overal is het tracé nog thuis te brengen aan de hand van een haag, heg, wal of pad. Soms staat op de Romeinse fundering een gewoon muurtje, waarin stukken Muur doorschemeren met hun karakteristieke blokkenpatroon. Vaak zijn de stenen op pittoreske wijze vergroeid met de wortels van al lang gekapte bomen, mellowed into the landscape, zoals onze gids schrijft.

In bijna tweeduizend jaar heeft nooit iemand de klemmende behoefte gevoeld het allemaal om te gooien en te herkavelen, zoals bij ons gemiddeld eens in de twintig jaar gebeurt. Als je maar doorloopt, de zon achterna, loop je vanzelf met de Wall mee. Over steeds nieuwe grazige weiden die je doen vergeten dat je een lineaalrecht tracé volgt, ontsproten aan het brein van de Romeinse ingenieurs. Om de een of andere reden zijn ligstallen, silo's en maïsvelden, deze drie ruiters van de agrocalyps, aan deze streek voorbijgegaan. Er zijn geen andere gebouwen te zien dan voorvaderlijke boerderijen, grotendeels opgetrokken uit stenen, gepikt uit de Muur. Veel graanvelden, soms loopt het pad er dwars doorheen. Hoe zag een korenaar er ook alweer uit? Hoe golfde een halmenzee? Deze manier van boeren zal wel handenvol Eurodaalders kosten, maar kijk wat een prachtig landschap we ervoor terugkrijgen.

Carlisle-Newcastle. Carlisle, aan de Schotse grens, heeft een grote treingeschiedenis en het mooiste station ter wereld. Een gietijzeren overkapping die zowel verbazend groot is als wonderlijk licht van constructie, waaronder een gebogen ijzeren loopbrug. Ook de stationnetjes die we op de terugweg naar Newcastle met de Hadrian Line passeren, hebben die prachtig geornamenteerde gietijzeren kappen en bruggen.

Waarom ligt het er nog, vragen wij ons af met onze ruilverkavelaarsblik. Verkeerde vraag. Why change a winning horse? Het ligt er, het is mooi, het is klassiek, het wordt steeds mooier en klassieker. Dat is ook de gezindheid die maakt dat de Muur nog zo herkenbaar aanwezig is. De Britten lijken het idee te hebben dat die Romeinse episode helemaal niet zo lang geleden was, en dat er continuïteit bestaat tussen toen en nu.

Het leven van de legionairs langs de Wall is een vertrouwd motief in de Britse volksverbeelding. De souvenirwinkels langs de route liggen vol boeken, puzzels, bouwdozen, sieraden, prullaria en strips over die te gekke Romeinen. Letterlijk alles langs het tracé draagt ook de naam van Hadrianus of zijn Muur: straten, pleinen en parken, bejaardencentra, ziekenhuizen, bakkers, bergen, bruggen en boerderijen. Dorpen heten Walltown, Wallsend, Heddon-on-the Wall, Underwall of simpelweg: Wall. Overnachten deden we in The Vallum Lodge, het Wallfoot hotel of Hadrian's Inn, en 's ochtends wachtte ons een Centurion's breakfast. Dieren kunnen terecht in het Roman Pet Hotel.

Ook woonhuizen langs de route heten Romanway of Romanside. Ze hebben hier een tik van de Romeinse molen, tenminste bezien vanuit een land waar het Rome-gevoel zo dood is als een pier. Als Nederlanders al een beeld hebben van de Romeinen, is dat in het beste geval ontleend aan Asterix: 'Rare jongens', die niet uitblinken in intelligentie. Op z'n slechtst doen ze ons, met hun militaire speeltjes en hun zucht naar Lebensraum, verdacht veel aan de moffen denken. Waarin verschilde zo'n brallend stuk centurio nu helemaal van een Unterscharführer? En dat Bataven-cohort dat hielp de Muur te mannen, kwam toch eigenlijk neer op een stelletje Oostfrontstrijders.

Maar al die zaken - het Imperium, het straffe drillen, de militaire rangorde - die ons vooral tot spot verleiden, die vinden de Britten juist machtig interessant. In iedere souvenirshop langs de Wall kun je de ansicht kopen van een latrine in een Romeins fort. Het is een twaalfzitter, waarop je de legionairs met de broek op de knieën ziet keuvelen, het persoonlijke sponsje-op-een-stokje waarmee ze hun billen afveegden in de hand. De ansicht is duidelijk een bestseller. Om te lachen? Welnee. Gewoon interessant.