Procureur-generaal staat achter doorlaten softdrugs

DEN HAAG, 12 OKT. Het doorlaten van hoeveelheden softdrugs met het doel een informant in een criminele groepering in aanzien te laten stijgen is een aanvaardbare opsporingsmethode.

Dat zei de Amsterdamse procureur-generaal R. van Randwijck vanmiddag voor de parlementaire enquêtecommissie. Van Randwijck, één van de hoofdpersonen in de IRT-affaire, vindt dat het laten 'groeien' van de infiltrant in een criminele organisatie de enige manier is om hoger in de organisatie te komen. “Politie en justitie hebben zich altijd beziggehouden met het 'vegen' van partijen drugs. We komen nooit verder in de lijn”, aldus Van Randwijck.

Wel stelde hij dat er strikte voorwaarden moeten worden gesteld aan de methode. Zo is het voor hem “onaanvaardbaar” dat de informant zijn criminele winsten mag behouden, zoals destijds is gebeurd in het zogenoemde Delta-onderzoek van het IRT Noord-Holland/ Utrecht.

De politie zou zich moeten beperken tot het verstrekken van het gebruikelijke tipgeld, en “misschien een auto beschikbaar stellen” om de criminele informant “te kunnen laten werken” in de organisatie, aldus Van Randwijck. De overheid is volgens hem nooit financieel verantwoordelijk voor de schade die een informant oploopt bij het 'verlies' van partijen drugs. De enquêtecommissie vroeg zich af of informanten nog wel onder die voorwaarden zouden willen werken. Wat dat betreft is het “take it or leave it”, aldus Van Randwijck. Volgens hem is het IRT te ver gegaan met de methode. “We hebben daaruit geleerd dat je regelmatig moet controleren. Dat is toen niet gebeurd.”