Pas op voor criminelen

Sinds er verontrustende berichten in de media opdoken over toenemend geweld in het voortgezet onderwijs, heeft de beveiligingsbranche een nieuwe markt ontdekt. Scholen krijgen bokscursussen voor docenten aangeboden, fabrikanten van metaaldectectoren melden zich aan de poort en surveillancediensten sturen glimmende folders rond. Ook de politie laat van zich horen. Ze biedt speciale weerbaarheidstrainingen aan voor docenten en in Amsterdam staan politiemannen voor de klas om de door hen zelf ontwikkelde lessenserie 'Criminaliteit..., Pas er voor op' uit te dragen. De nieuwste trend is dat scholen en politie convenanten afsluiten waarin de wederzijdse verplichtingen worden vastgelegd.

Afgelopen week kwam een gezelschap van zo'n tweehonderd politiemensen en vertegenwoordigers uit het onderwijs bij elkaar om van gedachten te wisselen over de vraag hoe de veiligheid in de school kan worden bevorderd en op welke wijze politie en onderwijs kunnen samenwerken.

Schoolleider H. Kuipers van scholengemeenschap 'De Koppel' in Amersfoort wilde niet meteen het beeld oproepen van de docent als 'dompteur in de leeuwenkooi', maar, zo hield hij zijn gehoor voor, 'erkennen en bekennen' dat geweld voorkomt in het voortgezet onderwijs gebeurt maar mondjesmaat. 'Schooldirecties pretenderen de meest veilige school te hebben en ontkennen naar buiten toe elke suggestie van agressiviteit op hun school. Ze sluiten de ogen voor het feit dat sommige scholieren het op zak hebben van een mes zien als onderdeel van van hun p.s.u., hun persoonlijke standaarduitrusting.'

Onderzoek naar geweld op scholen levert volgens Kuipers hele andere gegevens op: meer dan de helft van de scholieren pest, schopt en scheldt wel eens, 7 procent maakt zich schuldig aan stelen, intimideren, chanteren. En niet minder dan 15 procent pleegt planmatig fysiek geweld, niet zelden met behulp van een wapen.

Kuipers hield een krachtig pleidooi voor het herstel van de gezagsverhoudingen in de klas en op school. 'Het is nodig om behalve een vriendelijke begrijpende begeleider/leraar, ook de baas te zijn en naleving van de regels af te dwingen.' Intensief contact tussen school en politie is noodzakelijk, vindt Kuipers en hij noemt een aantal situaties waar die samenwerking gestalte zou kunnen krijgen: bij wapenbezit, bij bedreiging van docenten, rond drugsgebruik- en handel, bij schoolfeesten die altijd ongenode gasten aantrekken, bij vuurwerkoverlast en bij het toelaten van veroordeelde leerlingen. Allemaal situaties die de school dwingen na te denken over de vraag tot hoever de eigen verantwoordelijkheid reikt en waar die van de politie begint, meent Kuipers.

Schoolleider J. Vos van scholengemeenschap 'De Heemgaard' te Apeldoorn, een school voor mavo, havo en vwo met 1500 leerlingen, is van mening dat het onderwijs niet te snel de hulp van de politie moet inroepen. Dat zou wel eens een teken van pedagogische onmacht kunnen zijn. 'Laten we er geen politiestaat van maken', zegt Vos, 'en de problemen eerst zelf proberen aan te pakken'. Op zijn scholengemeenschap bespeurt hij juist de tendens om steeds minder een beroep op de politie te doen en meer zelf op te lossen. Vos kan zich goed voorstellen dat een docent zich rot schrikt als hij toevallig een mes uit de jas van een leerling ziet vallen. 'Dat is eng, en sommigen doen alsof hun neus bloedt. Maar angst is een slechte raadgever. Wij hebben de regel op school dat bedreigende situaties nooit alleen worden afgehandeld. Daar haal je een collega bij.'

Politieman J.P. Arts, projectleider van het jeugdpreventieplan, heeft in Amsterdam-West uitstekende contacten opgebouwd met een aantal scholen voor voortgezet onderwijs. Hij geeft er preventielessen in de onderbouw en bevindt zich dus regelmatig tussen de leerlingen, voor wie hij een vertrouwde figuur is geworden. 'Maar', zegt Arts in toepasselijke bewoordingen, 'met alleen preventielessen win ik geen oorlog.' Docenten, die volgens hem 'puur aan het overleven zijn' moeten worden getraind in weerbaarheid en ook met alle ellende die uit de preventielessen naar voren kwam moest wat gebeuren. 'Ik begon met een spreekuur op neutraal terrein, niet meteen gericht op justitieel ingrijpen. Maar het werkte niet. Ouders zijn er nauwelijks geweest, leerlingen kwamen helemaal niet.' Nu gaat Arts de ouderavonden bezoeken om bij de ouders bekend te raken.

Veiligheid op school moet breed worden gezien, vindt Frits Prior, landelijk coördinator van de campagne 'De veilige school' en daarvoor conrector op het Mondriaan Lyceum in Amsterdam-West. Veiligheid moet ingebed zijn in het totale schoolbeleid en niet afhangen van een projectje hier en een lessenserietje daar. Bovendien, zo meent Prior, moeten scholen het veiligheidsbeleid op eigen leest schoeien en in eigen tempo ontwikkelen. Voor de campagne 'De veilige school', die eind november van start gaat, is een eenvoudig meetinstrument ontwikkeld waarmee scholen binnen het uur een globale analyse kunnen maken van de knelpunten op het gebied van veiligheid.

Daarnaast verschijnt er een gids met geslaagde projecten alsmede een draaiboek voor crisissituaties. 'Voor sommige scholen is het de hoogste tijd om snel aan de directe veiligheid te gaan werken' legt Prior het verschil tussen de instellingen uit, 'bij andere scholen wordt de veiligheid verhoogd als docenten een gesprekstraining volgen of de betrokkenheid van de ouders wordt verhoogd.' Met een goed georganiseerd 'opvangteam', bestaande uit getrainde docenten die toch al taken hebben op het gebied van leerlingbegeleiding, kan een school zelf veel opvangen bij zware en minder zware calamiteiten, is de ervaring van Prior.

Toch is hij ook voorstander van een vaste contactpersoon bij de politie. Of je die samenwerking moet vastleggen in een notarisachtig convenant, vindt hij van ondergeschikt belang. Goede afspraken kunnen voor beide partijen nuttig zijn. Prior: 'Als er een gerucht gaat over leerlingenbewegingen in de buurt met gevaar voor vechtpartijen, dan is één telefoontje naar het bureau genoeg voor politieassistentie.' Maar er zijn grenzen aan de rol van de politie in het onderwijs, vindt Prior. 'Als de politie zelf lespakketten gaat ontwikkelen en voor de klas gaat staan dan vind ik dat een stap te ver.'

    • Michaja Langelaan