Ondernemingsraad ING oneens met FNV over gedwongen ontslagen

ROTTERDAM, 12 OKT. De centrale ondernemingsraad (COR) van ING Groep verzet zich tegen de mogelijkheid om overtollige werknemers bij ING gedwongen op straat te zetten. Dat schrijft de COR in een brief aan M. Minderhout, in de raad van bestuur van ING belast met sociale aangelegenheden.

In deze brief stelt de COR “pertinent tegen het inbouwen van een mogelijkheid tot gedwongen ontslag” te zijn. Eind vorige week werd bekend dat de Dienstenbond FNV als enige vakbond bereid is met ING een sociaal plan af te spreken waarin de mogelijkheid van gedwongen ontslagen is opgenomen. Dit standpunt heeft tot een forse scheuring geleid in de samenwerking met de andere vier bonden in de bankensector.

De FNV-bond wil overstag gaan omdat men vreest anders bij komende reorganisaties buitenspel te worden gezet. Wanneer de vakbonden vasthouden aan de eis dat er geen gedwongen ontslagen mogen vallen, breekt ING het overleg met de bonden over een sociaal plan voor het hele concern af. Uit de brief van de COR blijkt dat ING vervolgens met de centrale ondernemingsraad besprekingen wil voeren over een 'Sociaal Statuut ING Groep'.

De ondernemingsraad zelf ziet weinig in dit scenario. “De macht van de ondernemingsraad bij dergelijke onderhandelingen is heel klein”, zegt COR-voorzitter J. Vogel. “Wij mogen schieten op de inhoud, maar de bestuurder is niet gehouden zich daar iets van aan te trekken”. De ondernemingsraad ziet daarom liever dat ING met de vakbonden tot een akkoord komt. “De macht ligt bij de vakbonden, en die moet daar ook blijven”, stelt Vogel.

De ondernemingsraad is bezorgd dat ING gebruik zal maken van de dreigende scheuring in het vakbondsfront. “Wij doen een dringend beroep op u om, met inachtneming van het voorgaande, tot overeenstemming met alle vakorganisaties te komen”, schrijft de COR aan bestuurder Minderhout. “We kiezen geen partij. Maar we wilden als ondernemingsraad wel een signaal afgeven dat ING de bonden niet tegen elkaar moet uitspelen”, aldus Vogel.

    • Marcella Breedeveld