OM Maastricht niet ontvankelijk in smeergeldzaak Baars

MAASTRICHT, 12 OKT. Het openbaar ministerie in Maastricht is gisteren niet-ontvankelijk verklaard in zijn vordering tegen wegenbouwer J. Baars, die beschuldigd werd van valsheid in geschrifte. De rechtbank vindt dat Baars, tegen wie op 3 juli 1992 een onderzoek wegens vermeende omkoping begon, veel te lang heeft moeten wachten op zijn berechting.

Het onderzoek leverde uiteindelijk de verdenking op dat Baars en de Maastrichtse oud-wethouder J. In de Braekt in 1992 een valse kwitantie hadden opgemaakt om te verhullen dat de wethouder op kosten van Baars een reis naar Egypte had gemaakt. In de Braekt is deze zomer wegens corruptie en valsheid in geschrifte veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf en een geldboete. Baars kon niet meer voor de omkoping worden vervolgd omdat de feiten voor hem verjaard waren. Dat was niet het geval voor de wethouder omdat ambtelijke corruptie zwaarder wordt aangerekend dan eenvoudige corruptie.

Niet bekend

De naam van Baars is de laatste jaren herhaaldelijk opgedoken in Limburgse corruptiezaken, nadat hij in 1990 tegenover ambtenaren van de FIOD had verklaard dat hij jaarlijks enkele tonnen moest uitgeven aan het kopen van werk. Dat gebeurde volgens hem door bestuurders en ambtenaren gunstig te stemmen met geld of snoepreisjes. Toen justitie enkele zaken op het spoor was gekomen, bleek het merendeel van die feiten voor de wegenbouwer verjaard, maar niet voor de ambtenaren. Vóór In de Braekt zijn een wethouder uit Echt en een voormalig ambtenaar van de provincie Limburg tot voorwaardelijke gevangenisstraffen veroordeeld, omdat zij geld van Baars hadden aangenomen.