Oeganda: beste leerling IMF tobt over schuldenlast

WASHINGTON, 12 OKT. Op de tafel van zijn hotelkamer in het Sheraton ligt een kort verslag van het gesprek dat de Oegandese thesaurier-generaal Emmanuel Tumusiime-Mutebile eerder die dag heeft gevoerd met een Amerikaanse onderneming die is geïnteresseerd in kobalt en katoen. Er staat in dat de regering het uiterste heeft gedaan en niet nog meer belastingfaciliteiten kan geven. “Noem de naam van het bedrijf maar niet”, zegt de thesaurier-generaal glimlachend. Met een buitenlandse schuld van 3,2 miljard dollar heeft Oeganda het belastinggeld zelf te hard nodig.

Toch behoort Oeganda tot de beste leerlingen in de klas van het Internationaal Monetaire Fonds (IMF) en de Wereldbank. Na uitvoering van een structureel aanpassingsprogramma behoort het land met een economische groei dit jaar van 10 procent zelfs tot de koplopers in de wereld. Oeganda bezit een volledig convertibele munt, iets wat in Afrika maar sporadisch voorkomt. President Museveni bracht de noodzakelijke rust met een regering van nationale eenheid, waarin zijn gewapende ex-tegenstanders zijn opgenomen.

De buitenlandse schuld hangt het land echter als een molensteen om de nek en maakt armoedevermindering tot een hachelijke onderneming. Het grootste deel van het bedrag (2,3 miljard dollar) moet worden betaald aan IMF en Wereldbank. Oeganda wordt dan ook genoemd als hét land dat de noodzaak illustreert van een aanpak van de multilaterale schulden.

Emmanuel Tumusiime heeft tijdens de jaarvergadering heel wat collega's, vooral uit Afrika, moeten uitleggen hoe zijn regering erin is geslaagd de economie op orde te brengen. “Maar die schuld houdt de sociale vooruitgang tegen”, zegt hij telkens weer.

Tussen 1986 en 1991 verdubbelde de buitenlandse schuld van Oeganda tot bijna 2,9 miljard dollar, doordat betalingsachterstanden opliepen en nieuwe zachte leningen uit het IDA-fonds van de Wereldbank werden ontvangen. Na 1991 slaagde de nieuwe regering van president Museveni erin de schuldenlast, die nu 3,2 miljard dollar bedraagt, redelijk te stabiliseren. Met de Club van Parijs werd een deel van de bilaterale schulden herschikt. Maar die verlichting is zeer beperkt. Volgens de regels van de Club van Parijs komen na een eerste schuldherschikking, nieuwe schulden die sindsdien zijn aangegaan niet meer voor herschikking in aanmerking. En voor Oeganda vond de eerste herschikking al in 1981 plaats. Een groep donorlanden (waaronder Nederland) stort sinds enkele maanden geld in een multilateraal schuldfonds, waaruit schuldverplichtingen aan IMF en Wereldbank deels worden betaald.

Emmanuel Tumusiime zet zijn leesbril op en pakt de tabellen erbij. Oeganda betaalde vorig jaar 157 miljoen dollar aan rente en aflossing, want het land wil zijn resterende verplichtingen volledig nakomen. Dat was 30 procent van de totale exportopbrengst. En dan had Oeganda nog geluk, omdat de wereldmarktprijzen van koffie omhoog schoten. In 1991 namen rente en aflossing aan buitenlandse crediteuren 70 procent van de exportopbrengst in beslag. “Toen waren de koffieprijzen op de wereldmarkt ingestort”, doceert de topambtenaar.

De zware financiële lasten hebben onder meer tot gevolg dat de uitgaven voor onderwijs en gezondheidszorg verhoudingsgewijs slechts de helft bedragen van die in veel andere Afrikaanse landen. Stelt de Oegandese regering dan de verkeerde prioriteiten? Emmanuel Tumusiime wijst op de militaire uitgaven: “In 1988 lagen die op 40 procent van het totale overheidsbudget, in 1994 op 20 procent. Ons leger is van 80.000 tot 33.000 man teruggebracht. Veel militairen werden boer met een door donoren betaalde premie.” Door privatisering kon ook fors in subsidies worden gesneden. “Met een deel van de opbrengst betaalden we een uitkering aan ontslagen medewerkers,” aldus Emmanuel Tumusiime.

“Je moet een goed macro-economisch raamwerk hebben. En in de programma's van de Wereldbank worden sinds enkele jaren de sociale uitgaven beschermd tegen bezuinigingen.”

De groei van de Oegandese economie is vooral te danken aan de enorme toename van particuliere investeringen. Een klein deel is afkomstig van teruggekeerde Aziatische zakenlieden die in de tijd van dictator Amin het land moesten verlaten.

Aan het eind van het gesprek melden zich twee functionarissen van de International Finance Corporation, het onderdeel van de Wereldbank dat met leningen en garanties particuliere investeringen bevordert. Ze willen praten over de vestiging van een IFC-kantoor in Kampala. Emmanuel Tumusiime wil eerst nog één ding kwijt. Het IMF voorspelt in de World Economic Outlook voor 1995 een groei van zes procent. Vanachter zijn leesbril kijkt hij de verslaggever glimlachend aan. “Het wordt zeker vijftien procent.”