Niet radium maar röntgenbuis doodde Madame Curie

Altijd is gezegd dat Madame Curie is overleden als gevolg van de stralingsdosis die ze tijdens haar leven als onderzoekster heeft opgelopen. Maar sinds het stoffelijk overschot van de ontdekster van radium en polonium dit jaar is bijgezet in het Pantheon - Marie Curie is de eerste vrouw die deze eer te beurt valt - bestaat er twijfel aan die lezing.

Vanwege de radioactiviteit van Madame Curie's resten verliep de feestelijke herbegrafenis onder toeziend oog van de Franse 'Office de Protection contre les Rayonnements Ionisants' (ORPI). Die trof op Père Lachaise een stoffelijk overschot aan in een houten kist met daar om heen een loden exemplaar en nog een houten. Het stralingsniveau als gevolg van radium werd door ORPI vastgesteld op 360 becquerel per m (een becquerel is 1 stralingsdeeltje per seconde), significant hoger dan de 13 bq/m welke bij de ingang van het kerkhof werd aangetroffen. Toch ligt het ruim onder de 7.000 bq/m: het maximum dat nog als veilig te boek staat. Uitgaande van de halveringstijd van radium, 1620 jaar, komt het ORPI tot de conclusie dat het stralingsniveau waaraan Madame Curie is blootgesteld niet dodelijk geweest kan zijn. Radium, aldus een medewerker van het bureau, is alleen een risico als het het lichaam via de mond of door de huid binnentreedt. Dat komt doordat het een alfastraler is en die stralingssoort heeft een gering doordringend vermogen.

Een alternatieve doodsoorzaak is röntgenstraling. Tijdens de Eerste Wereldoorlog was Madame Curie achter het front actief met mobiele doorlichtapparatuur ten behoeve van gewonde soldaten. Bij gebrek aan afdoende afscherming heeft ze naar alle waarschijnlijkheid een forse dosis röntgenstraling opgelopen, met als gevolg kanker op latere leeftijd.