Nederlandse militairen pakken koffers na hulp bij orkaan; Marilyn wast St. Maarten groen

Begin september richtte de orkaan Luís een ravage aan op Sint Maarten. Nederlandse militairen schoten te hulp. De missie is bijna ten einde. Overmorgen vliegen de laatste militairen naar huis.

PHILLIPSBURG, 12 OKT. “Wat Luís heeft weggenomen, heeft Marilyn weer teruggebracht.” Politievrouw W. Leito kijkt naar de groene helling van een van de bergen van Sint Maarten die achter tentenkamp 1 uitrijst. Het tentenkamp is aan haar overgedragen door de Nederlandse militairen, die het hebben opgezet en die vandaag hun koffers pakken. Zaterdag vliegen de laatsten naar Nederland terug.

De orkaan Luís heeft begin september op het Bovenwindse eiland behalve een groot deel van de huizen en infrastructuur ook alles weggeblazen dat groen was. De bergen kregen een vieze bruine kleur. Maar de heilzame regen die twee weken later de veel minder krachtige zuster-orkaan Marilyn vergezelde, waste het verstikkende oceaanzout op de bergen weg en zette Sint Maarten in een oogwenk weer in bloei.

Voor het speciale Nederlandse noodhulp-detachement was Marilyn minder heilzaam. De militairen werden ingezet om de ergste nood na Luís te helpen lenigen. Een groot deel van tentenkamp 2 - geschikt voor 450 tot 600 daklozen - ging tegen de vlakte. Volgens overste Kuijpers was de locatie niet goed gekozen: “De valwind die over de berg kwam sloopte de tenten een voor een.” De zachtgeworden kleigrond kon de tentharingen van zeker een halve meter lengte niet vasthouden.

De capaciteit van tentenkamp 2 had men eigenlijk niet nodig. Het eerste kampement biedt volgens Kuijpers plaats aan 1.200 mensen, maar er zijn nooit meer dan een kleine 300 in ondergebracht. Een “foute inschatting van de lokale overheid”, zegt Kuijpers nu. Aanvankelijk hield men er rekening mee dat men voor 5.000 daklozen plaats moest vinden. Veel bewoners van Sint Maarten die hun huis verloren, zijn bij familie of vrienden ingetrokken. Maar de overste erkent dat ook de angst voor registratie bij illegalen, van wie er duizenden op het eiland vertoeven, een rol speelde.

Tentenkamp 1 biedt inderdaad een weinig bruisende aanblik. Er lopen wat jongemannen met flesjes maltbier rond. Die pilsjes zijn geschonken door de brouwer, vertelt plaatsvervangend gezaghebber Vogers, belast met de opvang van de daklozen. Volgens Vogers is een deel van de kampbewoners aan het werk. Voor een van de tenten zitten Paula Izaac en Jasmin Violinen. Zij wachten met hun families op materialen om hun huis, dat helemaal plat ging, te herbouwen.

Andere bewoners van tentenkamp 1 houden rekening met een langer verblijf. Felicita Carrion heeft haar tent ingericht als een heuse woning, inclusief bloemetjesbankstel. Opgehangen tapijten verdelen de groene legerbehuizing in meerdere vertrekken. Haar familie komt uit een van de 12 shanty-towns, de sloppenwijken van Sint Maarten, die op bevel van gezaghebber Richardson alle met de grond gelijk worden gemaakt. Vogers relativeert de leegstand in de tenten, die volgens hem voor de helft bezet zijn. “De capaciteit van 1.200 man is gebaseerd op militaire operaties. Je kunt misschien twintig mariniers in zo'n tent leggen, maar dat kun je met families niet doen.”

De Nederlanders laten tentenkamp 1 achter, wegens de sloop van de zeven nog niet afgebroken krottenwijken. Met die afbraak wil Richardson greep krijgen op de problematiek van de illegalen. Voor die nieuwe daklozen zijn de tenten hard nodig, verwacht men. De gezaghebber wil illegalen die niet in Sint Maarten zijn geworteld, uiteindelijk terugsturen. Bij het slopen van de shanty-towns hebben de Nederlandse militairen volgens Kuijpers geen vinger uitgestoken. “Dat hebben de lokale autoriteiten ons niet gevraagd.” De militairen zijn zelfs niet gaan kijken. Ook met de registratie van de daklozen en mogelijk illegale bewoners bemoeide zijn detachement zich niet.

Adjudant Piet van Vliet laat zich zelfs liever niet zien in de kampen. Zo'n uniform kan al te gemakkelijk voor verkeerde associaties zorgen. De militairen ondervonden naar eigen zeggen geen tegenwerking. Of het moeten de automobilisten zijn die de soldaten uitfloten die een brug repareerden. Waarom ze dat deden, weet Van Vliet niet. Misschien waren het toch de illegalen, zo denkt hij hardop.

Voor het pas gestichte detachement noodhulp, dat is opgebouwd uit alle krijgsmachtonderdelen, is Sint Maarten de eerste officiële operatie. De militairen werden onmiddellijk ingezet om de wegen begaanbaar te maken. Nu staan er in en rond Phillipsburg weer de gewone files. Vele van de auto's zijn niet veel meer dan rijdende wrakken. De waterwegen zijn gedeeltelijk nog versperd door de tientallen half gezonken zeiljachten die na de orkaan in de baai liggen. Vóór 15 oktober moeten de eigenaren ze hebben weggehaald, anders bergt de overheid de schepen. Men laat een aantal scheepswrakken zinken om er een nieuwe duikattractie van te maken.

Van het ziekenhuis op Sint Maarten functioneerde na de storm ongeveer nog vijftig procent. De militairen moesten een operatiekamer, een intensive care en een steriele ruimte weer “wind- en waterdicht maken”, zoals Kuijpers het uitdrukt. Datzelfde gebeurde met een aantal kleinere klinieken en tal van scholen die nu weer voor een groot deel functioneren.

Niet alle militairen zijn bezig met het inpakken. Een groepje half ontblote mariniers legt in de brandende zon de laatste hand aan de restauratie van het dak van de smurfenschool, een kleurig geschilderde peuterspeelzaal. Het is dezelfde eenheid die de omgevallen minaret van de plaatselijke moskee opruimde en een nieuwe trap monteerde.