Klachten over te dure huurlijnen van PTT Telecom

ROTTERDAM, 12 OKT. De manier waarop PTT Telecom de kostprijs van zijn huurlijnen berekent is ondoorzichtig. Dat de overheid toch akkoord is gegaan met het systeem van kostentoerekening zoals PTT Telecom dat hanteert, leidt ertoe dat klanten veel te veel betalen.

Dat zeggen de Nederlandse vereniging van grootgebruikers van telecommunicatie (BTG) en het telecommunicatiebedrijf Esprit Telecom Benelux in Amsterdam. Vanmiddag zouden ze hun bezwaren in Den Haag toelichten op een hoorzitting van de Hoofddirectie Telecommunicatie en Post. HDTP is de dienst van Verkeer en Waterstaat die onder andere toezicht houdt op de Nederlandse telecommunicatiemarkt.

PTT Telecom meent dat de klagers bij het ministerie aan het juiste adres zijn. “Wij hanteren een systeem dat door HDTP volledig is goedgekeurd en dat gebaseerd is op richtlijnen van Brussel”, aldus een woordvoerder. BTG-voorzitter drs. R.L. Matthijssen, hoofd informatie services bij Shell Nederland, wijst erop dat die goedkeuring slechts tijdelijk is, “bij gebrek aan beter”.

De bezwaren van BTG en Esprit richten zich tegen het kostentoerekeningssysteem voor huurlijnen zoals dat drie maanden geleden bij Koninklijk Besluit is vastgesteld. Zij stellen dat op basis hiervan geen zicht kan worden verkregen op de werkelijke kosten die PTT Telecom voor aanleg en exploitatie van deze verbindingen maakt. Bedrijven en instellingen geven volgens de BTG jaarlijks honderden miljoen guldens uit voor het gebruik van in totaal 164.000 huurlijnen. Ze betalen daarvoor tarieven die aanzienlijk hoger liggen dan in een land als Zweden.

Esprit Telecom Benelux houdt zich bezig met de afwikkeling van het internationale telefoon- en faxverkeer tussen filialen van ondernemingen. In tegenstelling tot de Nederlandse openbare telefonie - tot 1998 voorbehouden aan PTT Telecom - mogen derden deze diensten vrijelijk verkopen. Ze huren daartoe in Nederland lijnen van de PTT, waarop ze zoveel mogelijk verkeer concentreren.

Algemeen directeur C. van Ee van Esprit Telecom wijst erop dat de PTT in de kostenstructuur voor huurlijnen niet alleen netwerkkosten verwerkt, maar ook niet-controleerbare en arbitraire posten als management- en overheadkosten, incidentele kosten en de kosten van overcapaciteit. Van Ee meent dat PTT Telecom via doorberekening van allerlei omstreden kosten in zijn tarieven een premie op inefficiëntie krijgt. Esprit Telecom moet zijn diensten daardoor onnodig duur verkopen, vindt hij.

Zowel BTG als Esprit vermoeden dat de PTT versneld afschrijft op verouderde analoge lijnen en die extra kosten doorberekent in zijn tarieven. Zekerheid daarover ontbreekt, aldus Esprit, wegens gebrek aan openbaarheid van deze informatie. Tien van de elf bijlagen in de kostendocumentatie over huurlijnen die PTT Telecom het ministerie heeft overlegd zijn vertrouwelijk en niet door derden in te zien. Esprit eist van het ministerie “volledige transparantie van alle essentiële berekeningen en aannames om onze oordelen en berekeningen op te baseren”.

Minister Jorritsma (verkeer en waterstaat) heeft Koninklijke PTT Nederland om opheldering gevraagd over een vorige maand in het weekblad Elsevier onthuld intern memorandum. Daaruit zou blijken dat KPN in staat is met kosten te schuiven, om een voor het bedrijf “wenselijk” beeld te presenteren. Hoge winsten op zogeheten concessiediensten, die de PTT als enige mag uitvoeren, zouden zo kunstmatig laag gehouden kunnen worden. De daardoor geschapen ruimte zou KPN weer kunnen gebruiken ter financiering van andere activiteiten.

In antwoord op vragen van het Kamerlid H. Kamp (VVD) wijst Jorritsma erop dat er “gedetailleerde en strikte regels” bestaan voor de toerekening van kosten en opbrengsten in de concessie-rapportage. Die zijn erop gericht KPN “geen vrijheid te laten om naar believen kosten en opbrengsten zo te versleutelen dat een 'wenselijk' beeld ontstaat”.