In de Nigeriaanse stad Kano trekken religieuze conflicten een spoor van bloed

KANO, 12 OKT. Op een zwarte decemberdag vorig jaar werd de christen Gideon Akaluka in Kano onthoofd. Een groep fanatieke moslims bestormde de gevangenis in deze Noordnigeriaanse stad, sleurde Akaluka uit zijn cel en bracht hem vervolgens naar een begraafplaats om hem daar terecht te stellen. Akaluka zat achter de tralies omdat zijn vrouw, voor wier gedrag hij verantwoordelijk wordt geacht, er van beschuldigd werd de billetjes van hun kind afgeveegd te hebben met een bladzijde uit de koran. Een advocaat voerde echter bewijzen aan voor zijn onschuld, waarna de rechtbank besloot hem op borgtocht vrij te laten. Daarop kwamen de moslim-extremisten onmiddellijk in actie. Na de executie paradeerden ze met het afgehakte hoofd van Akaluka op een stok in de straten van de oude stad van Kano. De politie greep niet in.

Nigeria is een land van twee goden. In het noorden domineren de moslims, in het zuiden de christenen. Aanzienlijke minderheden van beide groepen wonen in elkaars woongebieden. Vijf eeuwen geleden kwam met de handel in paarden, goud en slaven vanuit het Arabische noorden van het continent ook de islam naar de ommuurde stad Kano. De Europeanen introduceerden later gedurende de tijd van de slavenhandel het christendom in het zuiden. De meerderheid van de drie miljoen leden van het Hausa-volk in Kano belijdt de islam. Met de aanleg van de spoorweg vanuit het zuiden, begin deze eeuw, arriveerden christenen van het in het zuidoosten wonende Ibo-volk in het noorden. Zij controleren nu voor een groot deel de handel in de stad.

Godsdienstige conflicten hebben in de recente geschiedenis van Kano een bloedig spoor getrokken tussen moslims en christenen en tussen moslims onderling. In 1980 kwamen leden van een extremistische moslim-sekte aangevoerd door hun uitzinnige leider Maitasine in opstand tegen het 'decadente moderne gezag', met als gevolg duizenden doden en verwoesting op grote schaal. Sindsdien hebben er vrijwel ieder jaar religieuze onlusten plaats. In 1991 bijvoorbeeld leidde het bezoek van de bevlogen Duitse evangelist Reinhard Bonnke aan Kano tot wraakacties tegen christenen. In mei dit jaar liep een onbenullig conflict tussen een moslim en een christen op de markt van de stad uit op grote rellen. Kano is een religieuze tijdbom geworden.

Ds. Audu Drombi laat met een bedroefd gezicht de resten van zijn vernietigde kerk zien. Het was in mei de derde keer in vier jaar dat het gebouw werd verwoest. Zijn eigen huis ging eveneens in vlammen op. Zelf wist hij op het nippertje te ontsnappen aan een woedende menigte moslims.

Gerald Obie is een Ibo-handelaar in Kano. Hij laat in de christelijke wijk Sabon Gari zijn uitgebrande winkel zien. “Wij christenen zijn doodsbang geworden voor de moslims”, zegt hij. “Het is nu al zoveel keren gebeurd. We rennen direct weg als er een menigte moslims aankomt.”

Ibrahim is een moslim en woont in de oude stad van Kano, waar christenen geen kerken mogen bouwen. “Bij de rellen worden vooral moslims gedood”, vertelt hij, “want de christenen hebben wapens en wij niet.”

Aan de christelijke zijde van de religieuze scheidslijn wordt het wapenbezit niet ontkend. “God zal ons beschermen”, verkondigt ds. Samuel Uche op waardige toon. Hij is dominee in de methodistenkerk, voorzitter van de Christelijke Vereniging van Nigeria (CAN) en lid van het onlangs in Kano opgerichte interreligieuze comité om de gevechten tussen de gelovigen te voorkomen. Op boze toon vervolgt hij: “Maar als de moslims weer komen, zal ik niet met mijn handen gekruist gaan zitten. Ik bezit geweren. Als ze komen zullen er zeker twintig moslims sterven voor ik er zelf aan ga.”

De Anglicaanse bisschop van Kano, Benjamin Omoseli, bezigt gelijksoortige radicale taal. “Ik heb in mijn kerk de gemeente aangeraden zich te bewapenen om zich te verdedigen. Wij christenen worden aangevallen en gediscrimineerd. Afrikanen zijn in alle aspecten van hun leven religieus. Wij mogen onze religie niet vrij belijden in het noorden. Zo wordt ons hier het recht op een bestaan ontzegd.”

Als reactie op hun onderdrukking zijn christelijke leiders in het noorden fanatieke taal gaan gebruiken, die weinig respect toont voor de islam. De moslims kunnen, in tegenstelling tot christenen, alleen onder dwang hun geloof verspreiden, meent een dominee. De talrijke grote uithangborden die oproepen tot 'bekering', wijzen op een agressieve wervingscampagne van de kerken. Moslims zijn asociaal en in Nigeria kan na de jarenlange corrupte heerschappij van noordelijke en islamitische presidenten alleen een christen-president een einde maken aan de politieke en economische chaos, meent weer een andere dominee. Zo gepolariseerd zijn de verhoudingen tussen de twee godsdiensten in het noorden dat soms alle redelijkheid zoek lijkt.

De radicale islamitische leider Abdul Karim Daiyabu gebaart druk met zijn armen om zijn argumenten kracht bij te zetten. Zijn woede richt zich niet zozeer op de christenen als wel op alle corrupte traditionele, religieuze, politieke en militaire leiders van Nigeria. Hij spreekt voor de werkloze, onderbetaalde en teleurgestelde jongeren, hij predikt de revolutie tegen het establishment dat Nigeria heeft leeggeroofd. “Het zijn niet de moslims en de christenen die met elkaar willen vechten”, verklaart hij. “De leiders zetten ons tegen elkaar op. De meeste islamitische leiders belazeren ons. Ze gebieden ons trouw te zijn aan de Koran terwijl hun eigen loyaliteit bij de politieke leiders ligt die hen met geld omkochten. Maar we leren, we worden wilder, we worden radicaler. We zullen deze leiders afzetten, we zullen terugvechten.”

Wat vindt Abdul Karim van het verbranden van kerken en de onthoofding van Akaluka? “Als een corrupte rechtbank hem vrijlaat, dan worden wij geprovoceerd”, antwoordt hij. “U kent de invloed van godsdienst! Akaluka pleegde heiligschennis.” De beschuldigingen van christenen over het in brand steken van kerken acht hij “overdreven”.

Moslim-jongeren lijken zich in hun frustratie steeds meer af te keren van hun traditionele leiders en streven op hun manier naar Tajdid (islamitische vernieuwing). Buitenlandse agitatie geeft hun vermoedelijk een steuntje in de rug. Nigeriaanse moslims zijn soennitisch, maar toch lijkt shi'itische propaganda uit het radicale Iran vat te krijgen op sommigen van hen. De prominente islamitische leider Sheih Amunurdeen van Kano twijfelt niet aan Iraanse invloed bij de rellen. “Degenen die Akaluka onthoofdden, waren afkomstig van een door Iran gefinancierde school in Kano”, stelt hij. Onafhankelijke noordelijke wetenschappers noemen de grote sociale crisis en de chronische politieke instabiliteit van Nigeria als hoofdoorzaken van de opkomst van het religieuze fanatisme. Sheih Amunurdeen van Kano onderschrijft die mening: “Nigeria is instabiel. De militairen bezitten de geweren, de politici hebben een grote mond, maar de massa heeft niets. De werklozen beschikken alleen nog over hun godsdienst om zich te kunnen uiten.”