Geschiedenis van Zuid-Afrika is blank gebleven

In Zuidafrikaanse geschiedenisboeken is de apartheid nog steeds niet uitgebannen. De boeken reppen nog van het 'swart gevaar'. Maar het herschrijven van de historie heeft hier geen hoge prioriteit.

De geschiedenis van Zuid-Afrika is blank. 'Timelines', het geschiedenisboek dat leerlingen op de middelbare school voorbereidt op hun eindexamen, vertelt van een blanke wereld waarin zwarten te gast zijn. Sla het open op een willekeurige bladzijde vaderlandse geschiedenis, en de walm van Afrikaner christelijk nationalisme stijgt op.

In 1933, tijdens de crisis, waren er 300.000 arme blanken. De foto toont 'Arme blanke kinderen in de rij voor gratis soep.' Over arme zwarte kinderen zonder soep geen woord. Het wettelijk bouwwerk van de apartheid na 1948 wordt feitelijk uiteengezet, in hoofdstukjes naar huidskleur. De gevolgen - de gedwongen verhuizing van een paar miljoen zwarten, de staatsterreur, de armoede in zwarte 'thuislanden' - blijven verborgen.

Het zwarte verzet krijgt hier en daar een zinnetje. Bij de oprichting van het radicale Pan Afrikaans Congres staat: 'De acties van sommige zwarten werden agressiever.' Over Nelson Mandela en Steve Biko en hun ideeën zwijgen de schrijvers. Als de leerlingen hun boek moeten geloven, waren de Verenigde Naties en de Organisatie van Afrikaanse eenheid niet de stem van de wereld tegen de apartheid, maar 'een spreekbuis voor aanvallen op Zuid-Afrika'. Meer aandacht is er voor Zuid-Afrika's vreedzame relatie met buitenlandse machten als Malawi, Lesotho en Botswana. De geschiedenis houdt op in 1970.

Het geschiedenisboek is niet bijgezet in het museum van de apartheidspropaganda. Bijna anderhalf jaar nadat Zuid-Afrika een democratisch land werd, bereidt een nieuwe gemengde generatie leerlingen zich nu voor op het eindexamen geschiedenis - met het oude lesmateriaal. De regering moet een gecompliceerd onderwijsstelsel hervormen met grote ongelijkheden in financiering en kwaliteit tussen voormalige blanke en zwarte scholen. Het herschrijven van de geschiedenis heeft niet de hoogste prioriteit.

Onvrede

De eindexamenklas van de Wynberg Girls' High School is het wachten beu. In een variant op Pink Floyd's We don't need no education, we don't need no thought control, in de apartheidsjaren een verboden lied in Zuid-Afrika, uitten de leerlingen onlangs hun onvrede over hun geschiedenisboek in een brief aan een lokale krant. Zestien meisjes riepen de minister van onderwijs op om het geschiedenisboek ('een vooringenomen poging om daden te rechtvaardigen die niet te rechtvaardigen zijn') te verwijderen van de lijst.

Ze vroegen de minister een tijdelijk alternatief te zoeken, totdat er een nieuw leerplan en nieuwe boeken zijn. 'Hoe kunnen we ooit leren van de fouten en de strijd van onze voorvaderen, en toekomstige generaties herinneren aan wat nooit meer mag gebeuren, als we de waarheid niet kunnen leren? Als we gedwongen zijn met deze hypocrisie voort te gaan, dan zullen de woorden van de scepticus inderdaad uitkomen: alles wat geschiedenis ons leert, is dat geschiedenis ons niets leert.'

'Het geschiedenisboek toont alleen het blanke perspectief', zegt Melany Bendix (17), een van de iniatiefnemers. Ze zit in het gras tussen de statige schoolgebouwen. Wynberg Girls' High is een school voor Kaapse meisjes uit gegoede blanke gezinnen die langzaam maar zeker integreert. 'De hele benadering moet anders. We moeten af van zaken als swart gevaar en rooi gevaar. We moeten leren hoe het leven van de meerderheid van de Zuidafrikanen is aangetast. De blanke kinderen weten niet eens wat er in het land is gebeurd. Ze hoorden niets anders dan de propaganda, ze waren afgesneden van de werkelijkheid van de townships'.

Een nieuw boek moet volgens Melany bij voorbeeld uitleggen wie Albert Luthuli was (Nobelprijswinnaar en voorzitter van het ANC), wat de rol van politie en leger was, waarom het ANC overging tot de gewapende strijd, wat Steve Biko en de Zwarte Bewustzijnsbeweging wilden en wat de oorsprong is van het conflict tussen het ANC en Inkatha, de twee grootste zwarte partijen.

'De hele bedoeling van de bestaande geschiedschrijving is je te laten vergeten dat er iets verkeerds is gebeurd', meent Corinne Leukes (17), die de brief ondertekende. 'De werkelijkheid is dat er mensen zijn onderdrukt, dat hun land is afgenomen en dat mensen hun leven hebben verloren. Ik kom uit een politiek actieve familie - mensen hebben in ballingschap geleefd, een goede vriendin van mijn moeder is doodgeschoten. Ik heb thuis geleerd dat ik ook een mens ben.Dan wil ik op school niet het tegendeel te horen krijgen.'

Bloeddorstige stammen

Het geschiedenisonderwijs in Zuid-Afrika staat volgens deskundigen op een laag peil na het jarenlange misbruik om de apartheid historisch te legitimeren. Het vak is niet populair onder leerlingen. Ze weten dat ze een verdraaide waarheid leren. In de zwarte scholen is het niveau nog lager dan in voormalige blanke scholen, als gevolg van het gescheiden schoolsysteem met eigen leerplannen en lesmateriaal. Zwarte kinderen kregen niets te horen over het ANC of de zwarte vakbonden, en bloed vloeide er niet in hun geschiedenis. De Boeren waren de helden die het land kerstenden en ontwikkelden, de zwarten werden voorgesteld als bloeddorstige primitieve stammen. Met dat beeld zijn overigens ook generaties schoolkinderen in Nederland opgegroeid.

De hoogleraar geschiedenis aan de universiteit van de Westkaap, Colin Bundy, noemt als zijn 'favoriete voorbeeld' een lesboek voor zwarte scholen over 'de politieke en sociale ontwikkeling van zwarte Zuidafrikanen', geschreven door ene C.J. Joubert. Daarin komen drie niet-blanke politici voor: Mahatma Gandhi, de Indiase leider die in Zuid-Afrika heeft gewoond, Kaizer Matanzima, de president van het zwarte 'thuisland' Transkei, en de voorzitter van de adviesraad voor het kleurlingenbeleid.

Maar behalve de inhoud van het geschiedenisonderwijs is volgens Bundy en andere critici ook de methode achterhaald. De leerlingen moeten grote hoeveelheden feiten kunnen opdreunen, maar kritische vragen, eigen onderzoek en analyse zijn uit den boze. 'Het geschiedenisonderwijs in Zuid-Afrika verhoudt zich als een zwart gat ten opzichte van materie. Het is anti-kennis', oordeelt Bundy.

Leerlingen waren voor hun echte geschiedenis afhankelijk van leraren die buiten het boek durfden te treden. Pam van Dijk, lerares van de eindexamenklas van Wijnberg Girls' High School, maakte in de avonduren aanvullend materiaal over zwarte verzetsorganisaties en zwarte leiders. Ze toonde in de klas verboden video's van BBC-programma's over de apartheid, die ze van vrienden in Engeland kreeg toegestuurd. Als de inspecteur van het onderwijs op bezoek kwam, moesten de video's worden verstopt. De inspecteur gaf opdracht posters van de muur te halen, waarop teksten stonden als 'Kinderen hebben brood nodig, geen kogels.'

'Je moest heel voorzichtig zijn met wat je op papier zette', zegt Pam van Dijk. 'Ik introduceerde Zuid-Afrika vooral in discussies met de klas. Als ze les kregen over nazi-Duitsland en de holocaust, dan vroeg ik: racisme, vooroordelen, waar doet je dat aan denken? Dan zei er altijd wel een kind: Zuid-Afrika. De kunst was het om het hen zelf te laten zeggen.' Dank zij een progressief schoolbestuur en een schoolhoofd dat aan haar kant stond, raakte Van Dijk nooit in de problemen. 'Eén keer stond een kind op in de klas dat zei: 'Volgens mijn moeder mag u geen politiek in de klas behandelen.' 'Laat je moeder maar langskomen', zei ik, 'dan zal ik haar uitleggen dat geschiedenis zonder politiek niet bestaat. Ik heb er niets meer over gehoord.'

Progressieve historici zijn al jaren geleden begonnen de 'officiële' geschiedenis te repareren. De Afrikanistische school poogde de geschiedenis vanuit het zwarte perspectief te herschrijven. De revisionisten verschoven het hoofdthema van de Zuidafrikaanse geschiedenis van een rassenconflict tot een klassenconflict. Verscheidene academici in het land, gesteund door uitgevers die geld ruiken, begonnen met het ontwikkelen van lesmateriaal voor betere tijden. Beledigende namen als 'Hottentot' zijn daarin geschrapt en zwarten worden niet langer afgeschilderd als veedieven die het de nobele brengers van het christendom lastig maakten. Er is meer aandacht voor de levenswijze van de inheemse bevolking en de geschiedenis voor 1652, toen de eerste Europese kolonisten aan de Kaap aan wal gingen.

Op sommige scholen zijn experimenten met nieuwe lesboeken begonnen. De geschiedenisboeken van het departement van zwart onderwijs hielden op in 1948, toen de Nationale Partij aan de macht kwam en begon met het invoeren van de wettelijke apartheid. Nu krijgen zwarte kinderen in vooruitstrevende scholen voor het eerst te horen over de oprichting van het Afrikaans Nationaal Congres in 1912, het bloedbad van Sharpeville in 1960, de Soweto-opstand van 1976 en andere mijlpalen in de zwarte vrijheidsstrijd. Maar zolang het ministerie geen nieuw leerplan voorschrijft en de eindexamennormen niet aanpast, zal 'de nieuwe geschiedenis' niet op grote schaal doordringen tot de middelbare scholen.

Inspraakronde

De voorzitter van een door de minister aangestelde commissie, Stephen Lowry, gaf onlangs op een congres in Kaapstad voor een gehoor van geschiedenisleraren-in-opperste-verwarring toe dat het opstellen van een nieuw curriculum is vastgelopen. Het was, zoals alles dezer dagen in Zuid-Afrika, allemaal heel politiek correct gegaan: een representatieve commissie met leraren- en studentenorganisaties (en geen academici, overigens), een ruime inspraakronde en een lijst aan aanbevelingen voor de toekomst. Het advies verzandde in de nog blanke bureaucratie van het onderwijsdepartement.

Nu wil de minister een nieuw Nationaal Instituut voor Curriculumontwikkeling oprichten met 41 subcommissies, die de leerplannen per onderwerp moeten herzien. Leraren schudden moedeloos het hoofd, toen Lowry voorspelde dat er de komende vijf tot tien jaar 'geen fundamentele verandering' in het geschiedenis-leerplan zal plaatshebben.

Los van de procedure, zal het in een zo verdeeld land als Zuid-Afrika moeilijk zijn een eenduidige versie van het verleden te ontwerpen. De professor in geschiedenis aan de universiteit van Zululand heeft een andere interpretatie van de Grote Trek van blanke kolonisten in de vorige eeuw dan zijn collega aan een conservatieve Afrikaner universiteit. Onder blanke Afrikaners bestaat de vrees dat zij bij het herschrijven van de geschiedenis de rol zullen krijgen van 'de gewetenloze schurk', zoals een Afrikaner hoogleraar het onlangs omschreef.

Volgens professor Philip Bonner, leider van de History Workshop aan de Universiteit van Witwatersrand in Johannesburg die nieuwe leerboeken schrijft, hoeft dat niet te gebeuren. Delen uit de Afrikaner geschiedenis die tot nu toe om ideologische redenen zijn verzwegen - bij voorbeeld de wederzijdse afhankelijkheid en samenwerking tussen blanke kolonisten- en zwarte gemeenschappen - kunnen uit het duister komen.

Bonner: 'De vrees voor stigmatisering bestaat bij Afrikaners, maar ik geloof niet dat de Afrikaners alleen als bad guys zullen worden afgeschilderd. Daar hebben we er hier genoeg van rondlopen. Anderen zullen bij voorbeeld de nadruk leggen op de rol van de Engels-sprekende kapitalisten in de mijnindustrie. Raciale overheersing en exploitatie kun je niet alleen aan de Afrikaners toeschrijven.'

Bonner meent dat verschillende benaderingen van de Zuidafrikaanse geschiedenis een plaats kunnen krijgen in de schoolboeken. Maar hij sluit niet uit dat de nieuwe machthebbers in de val van hun voorgangers trappen en de geschiedenis weer in dienst zullen stellen van de politieke ideologie.

'Voorlopig zal het beter zijn dan vroeger, maar ik verwacht dat er weer druk zal ontstaan in die richting', aldus Bonner. 'Daarom moeten we nu onze kans grijpen. Geschiedenis moet geen voertuig worden voor het propageren van een nationale identiteit.'

    • Peter ter Horst