Geldtekort vertraagt aflossing kosmonauten

MOSKOU, 12 OKT. De bemanning van het Russische ruimtestation Mir zal ten minste vijf weken langer dan gepland aan boord moeten blijven omdat er te weinig geld is om de bemanning af te lossen. De produktie van de raket die de nieuwe bemanning zal vervoeren is door het geldtekort vertraagd.

Dat heeft het Russische persbureau Interfax gisteren gemeld. Een woordvoerder van het ruimtecentrum van Bajkonoer in Kazachstan dat verantwoordelijk is voor de missie ontkende noch bevestigde het bericht. “Vanaf het begin van de missie is er veel vertraging geweest door technische oorzaken”, aldus de woordvoerder. Hij zei dat er nog geen beslissing was genomen over een verlenging van het verblijf van de huidige bemanning, maar dat die op korte termijn te verwachten is.

De bemanning van de Mir, bestaande uit twee Russen, Joeri Gidzenko en Sergej Avdejev, en een Duitser, Thomas Reiter, is sinds 3 september in het kader van het programma Euromir-95 in de ruimte gestationeerd. Zij oefenen in de Mir voor vluchten aan boord van het toekomstige internationale ruimtestation Alpha. Amerikaanse, Russische, Europese, Canadese en Japanse ruimtecentra werken samen om dit ruimtestation binnen tien jaar te bouwen en te voorzien van een internationale bemanning.

Oorspronkelijk zou de huidige bemanning van de Mir op 7 januari van het volgend jaar naar de aarde terugkeren. De nieuwe raket, een Sojoez U-2, die de capsule met de aflossing in de ruimte moet brengen, zal echter niet gereed zijn voor 21 februari. Met een vrachtcapsule die in de nacht van maandag op dinsdag aan de Mir heeft vastgemaakt, is de bemanning inmiddels voorzien van een nieuwe energievoorraad, voedsel, medicijnen, wetenschappelijke instrumenten en pakjes van familieleden van de bemanning. (AFP, Reuter)