Gebroken vleugels (2)

Het lijkt wat vreemd te reageren op een stukje van jezelf, maar ik heb naar aanleiding van het artikel over kalkproblemen bij zwarte sterns in het Bargerveen (W&O 28-9) van veel kanten te horen gekregen dat hoogveen altijd al zuur is geweest en dat kalkgebrek daar dus niets te maken heeft met verzuring.

De meesten onder ons (mijzelf incluis) zijn te jong om zich te herinneren hoe vennen er een halve eeuw geleden uitzagen. De afdeling Aquatische Ecologie van de Katholieke Universiteit van Nijmegen heeft een schat aan historische gegevens op dit gebied verzameld. Veel wateren op voedselarme zand- en veengronden zijn thans visloos, maar in 60-70% van die gevallen heeft er vroeger wel vis geleefd. Het zelfde geldt voor gammariden, kleine zoetwaterkreeftjes met een kalkrijk uitwendig skelet. Een overzicht is te vinden in het proefschrift van Rob Leuven Impact of acidification on aquatic in The Netherlands, 1988, Katholieke Universiteit Nijmegen.

Er is nog een ingang. Diatomeen zijn microscopische eencellige algen met een uitwendig kiezelpantsertje. Als zij sterven zakken die naar de bodem, om voor de eeuwigheid bewaard te blijven. Zo kunnen in de loop der eeuwen enorme afzettingen ontstaan. Bekend is de fossiele kiezelaarde die zo geschikt is om nitroglycerine op te zuigen, het klassieke recept om dynamiet te maken. Sommige diatomeeën hebben nauwe tolerantiegrenzen wat betreft de zuurgraad van het water. Herman van Dam (Verzuring van vennen: een tijdsverschijnsel, 1987, proefschrift Landbouwuniversiteit Wageningen) onderzocht diatomeeënafzettingen op de bodems van vennen en kon zo de geschiedenis van de zuurgraad reconstrueren. Hij stelde vast dat in de loop van deze eeuw de gemiddelde pH daalde van 5 naar 4, dat wil zeggen dat onze vennen gemiddeld tien maal zo zuur zijn geworden.

Bij een pH van 5 is het water ook zuur. Dat vennen en hoogvennen altijd al zuur zijn geweest is dus waar. Maar ze zijn nu wel een stuk zuurder dan vroeger en er is wel degelijk veel veranderd in het potentiële voedselaanbod voor vogels. Het uitsterven van de zwarte stern in de Noord-Brabantse vennen, zoals dat is vastgesteld door SOVON, is altijd toegeschreven aan verarming van de insektenfauna in de omringende landbouwgronden, waar de sterns graag foerageerden. Waarschijnlijk kunnen noch deze verarming, noch de verzuring voor 100% verantwoordelijk worden gesteld voor het verdwijnen van de sterns, maar werken beide samen. De natuur zit altijd ingewikkelder in elkaar dan wij denken.

Nogmaals, verzuring lijkt zo'n uitgekauwd onderwerp. Maar dat we er de laatste jaren zo weinig over horen komt niet omdat er oplossingen gevonden zijn. Integendeel, het lijkt alsof er door berusting een soort verzuringsmoeheid ontstaat. We leren ermee leven en willen er liever niet te vaak aan herinnerd worden. De belangrijkste veroorzakers zijn zwaveldioxide uit de industrie, stikstofverbindingen uit uitlaatgassen van auto's en ammoniak uit mest. Voor alledrie bestaan prachtige beleidsvoornemens. Maar zelfs als de daarin geformuleerde doelstellingen gehaald worden zitten we de komende halve tot hele eeuw nog met het probleem opgescheept. En de vogels ook. Nuttig om dat weer eens onder de aandacht te brengen.