Gebroken vleugels (1)

In W&O van 28 september beschrijft dr. Albert Beintema de resultaten van een onderzoek naar kalkgebrek bij zwarte sterns. Wij willen hierbij enkele kanttekeningen plaatsen.

De zwarte stern is een broedvogel van laagveenmoerassen. Naast de door Beintema vermelde naam 'venkraai' is er ook de volksnaam 'rietzwaluw'. Deze naam geeft misschien duidelijker aan dat het gaat om een vogel uit het laagveengebied. Het voedsel van de zwarte stern bestaat hier uit insekten, afgewisseld met een enkel visje. De zwarte stern is een koloniebroeder en het is bekend dat deze kolonies zich jaarlijks kunnen verplaatsen. Mogelijk speelt voedselaanbod hierbij een rol.

In het door Staatsbosbeheer kunstmatig gecreëerde (hoog)veenregeneratiegebied in het Bargerveen vindt een explosieve ontwikkeling plaats van grote insekten. Insekten zijn rijk aan eiwit en fosfor, doch zijn kalkarm. Vis komt in dit hoogveengebied niet voor. De zwarte sterns worden mogelijk aangetrokken door de insektenrijkdom, maar kunnen het insektendieet niet afwisselen met visjes, die wèl een kalkhoudend skelet bezitten. De dieren krijgen derhalve te weinig kalk binnen. Jonge sterns die moeten opgroeien met een deficiënt voer zullen een kalkarm skelet ontwikkelen.

Door de specifieke manier van voedselvergaren is de zwarte stern in het hoogveengebied kennelijk niet in staat om voldoende calcium op te nemen, dit in tegenstelling tot de grauwe klauwier. Het een en ander lijkt er op te wijzen dat dit hoogveenregeneratiegebied ongeschikt is voor zwarte sterns, ondanks dat het een waardevol natuurgebied is voor o.a. insekten en de grauwe klauwier.

De door voedingsdeficiëntie veroorzaakte skeletproblemen (nutritionele osteodystrofie) met spontane breuken in verweekte botten ('pathologische' fracturen) zijn zeer bekend bij gehouden dieren die een verkeerd voer krijgen voorgeschoteld ('all meat syndrome').

Ook bij wilde vogelsoorten is dit ziektebeeld bekend, o.a. bij in Zuid-Afrika levende kuikens van gieren die azen op kadavers van grote zoogdieren in gebieden waar geen hyena's (meer) voorkomen. De volwassen gieren zijn nl. niet in staat om de botten te kraken en voeren de kuikens alleen met (kalkarm) vlees. De oudervogels kunnen de botfragmenten pas mee naar het nest nemen nadat de grote botten door hyena's in kleinere stukken zijn gebeten. Door het creëren van gierenrestaurants, waar de botten door de mens werden gefragmenteerd in stukken van 5-6 cm, kon de incidentie van skeletafwijkingen bij de gierenkuikens worden teruggebracht van 17% naar 2,5%. Gieren die aasden op kleine prooidieren hadden geen problemen met de opname van botten en de kuikens van deze soorten vertoonden geen problemen (Plug, I. et al. Bone-crushing carnivores and their significance to osteodystrophy in griffon vulture chicks. J. Zool. Ser A (Lond) 210:23 (1986).

De door Beintema beschreven problematiek lijkt meer op een tot mislukken gedoemd experiment van de zwarte stern in een voor deze soort ongeschikt biotoop dan op een nieuw voorbeeld van de gevolgen van zure regen.

    • Prof.Dr. J. E. van Dijk
    • Dr. J. T. Lumeij