Een reservetank voor nood

FINANCIËLE CRISES zijn van alle tijden. In een geïntegreerde wereldeconomie met kwetsbare financiële markten moet worden voorkomen dat zo'n crisis overslaat van het ene land op het andere en zorgt voor onbeheersbare instabiliteit. Begin dit jaar, toen de peso-paniek in Mexico moest worden bedwongen, liep die noodsteun wel erg uit de hand. Onder druk van de Verenigde Staten werd een reddingspakket van vijftig miljard dollar samengesteld en het Internationale Monetaire Fonds (IMF) gaf daaraan een bijdrage waarvoor alle regels van het Fonds aan de kant werden geveegd. De Europese landen, minder direct betrokken bij Mexico, waren met recht razend.

Ter voorkoming van 'nieuwe Mexico's' is deze week besloten om de monetaire brandweerman in de wereld, het IMF, van extra instrumenten te voorzien. Er zijn afspraken gemaakt over betere procedures en informatieverstrekking en er is besloten het reservefonds van de rijke landen, in 1992 in het leven geroepen voor het uitzonderlijke geval van een systeemrisico in het internationale financiële stelsel, in omvang te verdubbelen tot vijftig miljard dollar. De 'reservetank' van het IMF, zoals de Duitse centrale-bankpresident dit fonds ironisch noemde, krijgt een dubbele inhoud. Dat is een goed idee om het verkeerde motief.

WANT WELBESCHOUWD bestaan er helemaal geen andere Mexico's. Er zijn meer grote, instabiele en kwetsbare ontwikkelingslanden met een twijfelachtig economisch beleid en een politieke monocultuur, maar Mexico is uniek omdat het een lange grens heeft met de Verenigde Staten. In de tweede plaats was in Mexico begin dit jaar weliswaar sprake van een noodsituatie en leden Amerikaanse beleggingsfondsen forse stroppen, maar de peso-crisis was een typisch voorbeeld van slecht beleid en het vormde geen risico voor het internationale financiële systeem. En in de derde plaats is de inzetbaarheid van het fonds stilzwijgend verschoven van de beheersing van een systeem-risico (dat wil zeggen de ineenstorting van het internationale financiële stelsel) tot een kas voor noodsituaties, waarbij niet duidelijk is wie bepaalt wanneer en onder welke omstandigheden de kas mag worden aangesproken.

Niet zo heel ver op de achtergrond speelt een ander probleem. De Verenigde Staten zijn bezig zich financieel terug te trekken uit de multilaterale samenwerking. De regering wil wel, graag zelfs, want president Clinton ziet eindelijk een actieve rol voor de Verenigde Staten in de wereld. Maar in het Republikeinse Congres, in de greep van drastische bezuinigingen, is de stemming jegens multilaterale organisaties neutraal tot negatief. De Amerikanen minimaliseren hun bijdragen, terwijl ze hun invloed proberen te handhaven. De VS willen bijvoorbeeld de capaciteit van het fonds voor crisissituaties verdubbelen door een beroep te doen op bijdragen van Aziatische landen met omvangrijke deviezenreserves.

De Amerikaanse betalingsachterstand aan het fonds van de Wereldbank voor de armste landen belemmert de voortgang van het overleg over de toekomstige financiering van dit fonds, waardoor de Wereldbank in geldnood dreigt te komen bij zijn hoofdtaak van armoedebestrijding. De onderhandelingen over hulpgeld van het IMF voor de armste landen zijn geblokkeerd, de besprekingen over een verhoging van de middelen van het IMF zitten vast. De terughoudendheid als het op betalen aankomt in het land dat de leidende rol in het na-oorlogse multilaterale stelsel heeft gespeeld, kan de komende jaren ver strekkende gevolgen hebben.

DE CRISIS IN MEXICO is intussen verre van voorbij. De Mexicaanse peso is juist deze week weer fors gekelderd, en dat onderstreept onbedoeld een algemene observatie. Noodfondsen van vele miljarden kunnen een nuttige rol spelen om een acute ineenstorting af te wenden, maar ze zijn onvoldoende om het vertrouwen in het financieel-economische beleid van een land te herstellen. Daarvoor zijn politieke doortastendheid en economische geloofwaardigheid noodzakelijk. Die zijn lang niet altijd aanwezig en dus zullen zich financiële ongelukken blijven voordoen.