Een aaneenschakeling van blunders

Vorige week maakte dr. W.N.A. Klever van de Erasmusuniversiteit Rotterdam bekend dat hij een groot aantal onbekende teksten had ontdekt van Benedictus de Spinoza (1632-1677). Op het journaal was een opgetogen onderzoeker te zien die sprak over de ontdekking van de eeuw. Maar het verhaal werd de volgende dag al tegengesproken. Om wat voor teksten gaat het precies, waarom zijn die door Klever aan Spinoza toegeschreven en waarom is die toeschrijving onhoudbaar? De discussie moet gevoerd worden zonder dat er een wetenschappelijke publikatie ligt. We moeten afgaan op een perscommuniqué van Klever zelf en een bericht van de Erasmusuniversiteit Rotterdam.

Aanleiding tot de commotie was een exemplaar van Spinoza's Opera posthuma, met daarin handgeschreven aantekeningen uit de zeventiende eeuw. Voor de Leidse universiteitsbibliotheek waren deze aantekeningen in 1991 aanleiding het boek aan te schaffen. De Opera posthuma is een bundeling van geschriften die Spinoza's vrienden voor de druk gereed maakten na zijn overlijden in februari 1677. Behalve het geheel afgeronde hoofdwerk van Spinoza, de Ethica, bevat het boek nog drie onvoltooide werken en een reeks brieven.

In verband met de voorbereiding van een kritische editie van de Ethica, door Fokke Akkerman en mijzelf, deed ik onderzoek naar de geschiedenis van de Opera posthuma. Toen ik door prof.dr. P. Obbema van de Leidse universiteitsbibliotheek op de aanwinst werd geattendeerd, heb ik het boek bestudeerd om vast te stellen of we hier te maken hadden met een exemplaar dat uit de directe omgeving van Spinoza stamt. Daarvoor was geen enkele aanwijzing. De aantekeningen getuigen van een kritische, scherpzinnige en grondige lezing van de teksten. De commentator laat het afweten juist op die plaatsen waar hij, als hij had behoord tot de vrienden van Spinoza die bij de publikatie waren betrokken, over exclusieve informatie zou hebben beschikt (de redactionele inleiding, de weglatingen en ingrepen in de correspondentie). Ik besloot het exemplaar niet bij mijn verdere onderzoek te betrekken: het is van belang als document voor de directe ontvangst van Spinoza's werk, maar het verschaft geen verdere informatie over de totstandkoming en uitgave ervan.

Als de aantekeningen teruggaan op Spinoza zelf, zou dat betekenen dat het drukken van de Ethica al voor 1677, dus nog bij Spinoza's leven, was gestart. Er zouden volgens Klever 'preprints' hebben gecirculeerd voor commentaar, en het Leids exemplaar zou zo'n Ethica-preprint bevatten. Maar in de zeventiende eeuw deed men niet aan preprints.

Klever kan twee dingen bedoelen: ofwel er waren voor 1677 al drukproeven, en in het Leidse boek is zo'n proef gebonden in plaats van de definitieve tekst; ofwel de hele Ethica-oplage is nog bij Spinoza's leven gedrukt, maar pas later met de rest van de Opera posthuma tot één boek geïntegreerd. Een inspectie van het exemplaar in Leiden leert dat er geen sprake is van een drukproef: het gaat om een Opera posthuma als alle andere, met hetzelfde zetsel en papier en dezelfde fouten. Voor de tweede hypothese is geen aanwijzing te vinden, noch in het boek zelf, noch in de tot dusver bekende gegevens over de drukgeschiedenis.

Dat een onderzoeker meent over de totstandkoming van een gedrukt boek te kunnen oordelen zonder het in handen te hebben gehad (hij baseerde zich op kopieën van alleen het Ethica-deel), is amateuristisch. Maar Klever had het preprint-verhaal nodig omdat hij meent dat de aantekeningen nog tijdens Spinoza's leven zijn gemaakt. De feiten worden aangepast aan de conclusies. Dat Spinoza nog leefde zou moeten blijken uit het feit dat de filosoof in de aantekeningen in de tweede persoon en in de tegenwoordige tijd wordt toegesproken. Als Klever het hele boek had bekeken, had hij kunnen constateren dat dit eveneens voorkomt in de annotaties bij de Tractatus politicus en de brieven, werken die gedrukt zijn toen Spinoza zeker al dood was. Een bekend fenomeen in lezersaantekeningen: de lezer treedt met de schrijver in dialoog.

Is er één passage te vinden die ondubbelzinnig van Spinoza of zijn onmiddellijke omgeving stamt? In het perscommuniqué geeft Klever een lijst van veertien punten die dit moeten adstrueren, maar geen van de voorbeelden levert ook maar het begin van een argument voor toeschrijving aan Spinoza, Lodewijk Meyer of een andere betrokkene. De lijst blijkt bij toetsing een aaneenschakeling van leesfouten, aanvechtbare interpretaties en vertaalblunders. We zullen het er maar op houden dat de overijlde presentatie hier debet aan is. Ik geef twee voorbeelden:

1. Spinoza zegt ergens dat de mensen God als een mens opvatten. De commentator geeft daarvan een aardig voorbeeld: 'sic in Suevia in salutem Dei sibi invicem propinant!' ('zo drinkt men elkander in Schwaben toe op Gods gezondheid'). Volgens Klever staat er: 'zo zien we dat men zich in Zweden tot heil van God onderling prostitueert.'

2. De commentator merkt bij axioma 1 van deel 2 op: 'Hoc vero et illud est in quo sibi nunquam satisfecit auctor, nec ex philosophia sua potuit.' ('Maar dit is ook hetgeen waarmee de auteur zelf nooit tevreden is geweest, en dat was vanuit zijn filosofie ook niet mogelijk.') Klever leest het afgekorte woord 'nunquam' als 'nunc', en vertaalt: 'de auteur [heeft] daarmede nu aan de eisen van zijn filosofie voldaan'. Het omgekeerde dus. Wat Klever hier niet kan of wil zien, is dat de commentator, bij al zijn bereidheid om Spinoza's betoog te doorgronden en te verhelderen, principiële reserves heeft bij diens wijsbegeerte als geheel. Dat blijkt ook op tal van andere plaatsen, als hij in de kantlijn lucht geeft aan ergernis of afkeuring.

Het hele incident biedt stof tot nadenken voor wie zich bezighoudt met de communicatie tussen wetenschap en media. Vooruitgang in de wetenschap laat zich niet herkennen aan heureka-geroep. Vaak gaat het om gestaag en weinig spectaculair empirisch onderzoek, waarboven Klever zich ver verheven lijkt te voelen. Wellicht kan dat onderzoek in de toekomst nog eens aan het licht brengen wie de aantekeningen bij het Leidse exemplaar van Spinoza's Opera posthuma schreef. Want daarover bestaat geen meningsverschil: het gaat om belangrijk materiaal.

Meer informatie is te vinden op het Web:

http://www.phil.ruu.nl/home/piet/posthuma.html

    • Piet Steenbakkers