Doorbraak

De reactie van Mark Kranenburg (NRC Handelsblad, 3 oktober) op het stuk van De Beus, Kalma en Scheffer enkele dagen daarvoor, overtuigt mij niet. Het is onzinnig een politieke partij te vergelijken met auto's, zoutjes, luiers en tv-zenders. Als Kranenburg auto rijdt, zoutjes eet, luiers verschoont en naar de televisie kijkt, dan moet het hem toch opgevallen zijn dat deze produkten binnen de eigen branche steeds méér op elkaar gaan lijken. Er is helemaal geen sprake van een “enorme produkt-differentiatie” zoals hij enthousiast uitroept. Steeds meer auto's zien er in toenemende mate hetzelfde uit, alle zoutjes smaken hetzelfde, luiers zijn ook allemaal perfect geworden en de absolute kroon op het werk van de grote gelijkmakers is de televisie. Fusies en samenwerkingsverbanden leiden dus niet tot een vergroting van de keuzemogelijkheid en creëren ook geen zichtbare verschillen, integendeel. In de politiek liggen de zaken geheel anders: juist het ontbreken van samenwerking leidt hier tot een steeds groter worden van de grauwe gelijkheid. Er is bijna geen kiezer meer die in staat is de verschillen tussen de partijen aan te geven. Samenwerking in de vorm van stembusakkoorden, schaduwkabinetten en wellicht fusies, zullen de verschillen tussen hervormingsgezinden en conservatieven duidelijker maken. Dat betekent inderdaad het voorleggen van een contract aan de kiezer vóór de verkiezingen, naar analogie van Keerpunt '72, het samenwerkingsverband tussen PvdA, D66 èn PPR! Het feest dat Kranenburg op grond daarvan verwacht bij de komende formatie zal dan ook niet bestaan uit het verbreken van het contract met de kiezer, maar uit het opblazen van de eeuwige en alles gelijkmakende traditie van coalitievorming nà de verkiezingen.