Digitaal debatteren met kunstenaars en techneuten; Hoe ben je er?

De World Series on Culture and Technology wordt gehouden op tien achtereenvolgende donderdagen, telkens op vier lokaties tegelijk, waarvan drie in Nederland: het Nederlands Vormgevingsinstituut, Keizersgracht 609, Amsterdam (020-4204505); media-gn, Hoendiepskade 23, Groningen (050-138343); en het Techniekmuseum, Ezelsveldlaan 61, Delft (015-138311). Gezien de beperkte ruimte verdient het aanbeveling te reserveren. Wetenschappers, kunstenaars, publicisten en ondernemers spreken over thema's als 'mondiale cultuur', 'verantwoordelijkheid', 'identiteiten' en 'mens-machine communicatie'. Elke bijeenkomst begint om 19.30. Toegang 12,50 gulden, voertaal Engels. De cyclus loopt tot en met 14 december.

Op wat voor manieren beïnvloedt technologie onze cultuur, met name wanneer het gaat om nieuwe media? Die vraag staat centraal in een serie bijeenkomsten die de komende maanden in Amsterdam, Delft, Groningen en Toronto plaatsvinden. Intellectuelen, kunstenaars en techneuten die voorop lopen in het toepassen van nieuwe media werpen zich op vragen als: Is er sprake van een nieuwe publieke ruimte in wereldwijde computernetwerken? Biedt informatietechnologie mogelijkheden voor meer open bedrijfsstructuren? Kan een computer literatuur produceren?

The World Series on Culture and Technology heet de cyclus. Het is een initiatief van het McLuhan Program van de universiteit van Toronto. Voor de bijeenkomsten worden ook daadwerkelijk nieuwe media uit de kast gehaald. Er kan in vier zalen tegelijk worden meegedaan. De zalen zijn met een digitale beeld- en geluidverbinding met elkaar verbonden. Als iemand in Toronto spreekt zie en hoor je hem in Amsterdam, Delft en Groningen ook, en omgekeerd - als het goed is.

'Aanwezigheid' was een zeer geschikt thema voor de eerste bijeenkomst, afgelopen donderdag. Immers, als iemand vanuit Toronto tot je spreekt, en je ziet dat, hoort dat en ervaart dat in Amsterdam, waar is die persoon dan? 'Waar ben je' is in het multimediatijdperk geen goede vraag meer. Hoe ben je er, daar gaat het om. Fysiek kun je maar op één plaats tegelijk zijn, maar het is best denkbaar mentaal of emotioneel in Toronto én Amsterdam te zijn.

Dat staat of valt met werkende techniek, en daaraan schortte het wel de eerste bijeenkomst. Het duurde eerst al meer dan een half uur eer de beeld- en geluidverbindigen adequaat werkten. Met Groningen is het daar de hele avond niet meer van gekomen. Zij konden ons - in Amsterdam - wel zien, schijnt het, maar wij hen niet.

Tussen alle ongrijpbare verhandelingen van filosofen was het een danseres, Susan Kozel, die het spannendste verhaal te vertellen had. Zij had vier weken lang een rol gespeeld in een kunstwerk: zij bevond zich op een bed in een kamer en werd van bovenaf geflimd. Het videobeeld werd tegelijk geprojecteerd op een ander bed, dat in ruimte stond waar publiek aanwezig was. Het publiek kon op het bed gaan zitten of liggen en het geprojecteerde beeld aanraken. Dat beeld werd eveneens gefilmd en vertoond op monitoren in de kamer waar Susan Kozel zich bevond. Omdat zij zag wat anderen met haar projectie deden, kon zij daarop weer reageren en ontstond er real time communicatie via bewegingen en gebaren. Er was geen geluid.

Spannend waren de ontmoetingen tussen haar projectie en de bezoekers, een beetje eng ook wel, erotisch soms. Net als bij 'echte' ontmoetingen begonnen bezoekers vaak met het beroeren van een hand. Kozel merkte dat ze voorzichtig moest zijn in haar bewegingen, want dat menig bezoeker zich te pletter schrok wanneer ze ineens in haar lichaam zaten. Er was tijd nodig om vertrouwen op te bouwen, vertelde ze.

Haar ervaringen waren met name interessant omdat ze concreet en empirisch van aard waren, in contrast met de theoretische beschouwingen van de overige sprekers. Aangezien de hele avond tegelijk een empirische ervaring van 'tele-aanwezigheid' was, viel niet alleen uit wat gezegd werd te leren. Zo was het opvallend dat Kozel, die alleen voor de camera zat, heel anders sprak en bewoog dan de sprekers in Delft en Toronto, die voor een zaal spraken en daarbij werden gefilmd. Kozel leek aan een gesprek deel te nemen, de anderen hielden een toespraak.

Zo'n tele-bijeenkomst stelt mensen voor geheel nieuwe problemen. Neem het beurtwisselen in een gesprek. Door stembuigingen en oog- en mondbewegingen maken we duidelijk dat we ruimte geven voor de ander, of dat we juist zelf iets willen zeggen. Via een verbinding met de andere kant van de wereld ondervinden onze woorden en gebaren echter een vertraging van een fractie van een seconde - net genoeg om ervoor te zorgen dat de ander telkens iets te laat begint te lachen om een grapje, net genoeg om het beurtwisselen een stuk ingewikkelder te maken.

Een discussie met met meer dan honderd mensen in één ruimte kan al knap lastig zijn, maar verdeel de deelnemers over vier zalen en het wordt een ramp. Technische beperkingen zorgden ervoor dat niet iedereen elkaar altijd kon zien en horen. Op het beeldscherm waren slechts twee lokaties tegelijk te zien, en er was maar een geluidskanaal. Met als gevolg dat mensen soms in de veronderstelling verkeerden aan het woord te zijn, en ook levendig vertelden - zichtbaar op het scherm - maar niet waren te horen, omdat iemand anders het geluidkanaal bezette.

Deze taferelen doen ondanks alle high-tech primitief aan. Er zal nog heel wat moeten gebeuren eer dit soort technieken ongemerkt zijn ingepast in het dagelijks leven, zoals dat met de telefoon inmiddels het geval is. Dat vergt ook nieuwe sociale vaardigheden die mensen moeten aanleren om met deze middelen effectief te kunnen communiceren. In de World Series wordt daar niet alleen over gesproken, maar kunnen bezoekers het aan den lijve ervaren.