Bekende congresvoorzitters worden duur betaald

Jaarlijks worden in Nederland honderden congressen gehouden. Organisatoren maken graag goede sier met 'speciale' voorzitters - wetenschappers, (ex)politici en vooral tv-presentatoren. Koos Postema, Paul Witteman of Astrid Joosten staan aan de top met een tarief van zo'n 10.000 gulden per congres. “Mensen zijn in het najaar een beetje somber en een frisse vrouw doet dan wonderen.”

Vlak voordat de gasten de zaal binnenkomen zet Koos Postema zijn leesbril op. Vluchtig werpt hij een blik op het programma van de middag. Dat is grosso modo gelijk aan dat van de overige duizenden congressen, symposia en seminars die jaarlijks in Nederland georganiseerd worden. Drie sprekers houden een inleiding en gaan daarna met elkaar in discussie. Het thema is vandaag 'werkloosheid en schuldenpositie'. De locatie: Het nieuwe congres- en expocentrum van de Erasmus Universiteit Rotterdam. De vorm van de ruimte - met ruim honderd mensen voor de helft gevuld - is gelijk aan die van een collegezaal. Alleen de stoelen zijn wat comfortabeler.

De eerste twee sprekers zijn routiniers: Nijenrode-professor Eduard Bomhoff en ex-Erasmusprofessor Pim Fortuijn houden zich keurig aan de spreektijd. De derde gast, PlanPraktijk-directeur en zakenvrouw van het jaar 1994 Jet Creemers, praat drie keer zo lang. Postema zoekt een aantal malen oogcontact met haar, maar vindt dat niet. Uiteindelijk laat hij haar maar gaan. “Een heel erg optimistische vrouw”, noemt hij haar. “Voor mij is het moeilijk voor te stellen dat iemand zo optimistisch is, maar dat komt waarschijnlijk omdat ik te oud word, al zie ik er nog onvoorstelbaar jong uit voor mijn leeftijd.”

De toon is gezet. Ondanks het zware thema van de middag mag er gelachen worden, vindt Postema. Daarom maakt hij veel grappen. Over de sprekers, over de televisie, over zichzelf: “Als ik een rood licht zie, ga ik altijd praten. Zelfs als het een rood stoplicht is. Beroepsdeformatie is het.”

Soepeltjes stapt de presentator, een loopmicrofoon in de hand, de zaal door op zoek naar vragenstellers. “U heeft een vraag? Een heel kleintje dan.” Net als de man adem gehaald heeft en iets wil gaan zeggen, haalt Postema de microfoon bij hem vandaan en zegt: “Dankuwel, dat was kort.” De zaal lacht. “Een oude truc, maar hij werkt altijd”, lacht Postema mee.

“Er moet ook veel gelachen worden op zo'n dag”, vindt A. van der Meijden, behalve hoogleraar public relations ook veelgevraagd spreker en dagvoorzitter. “Humor is het karretje waarop de informatie binnengereden wordt”, zegt hij. Er wordt immers zoveel gecongresseerd. “Nederland is een van de landen met de hoogste conferentiedichtheid. Kijk maar eens op het bord bij de ingang van de Jaarbeurs in Utrecht: zestig, zeventig bijeenkomsten per dag alleen daar al. Iemand heeft wel eens uitgerekend dat er wekelijks 10.000 spreekbeurten worden gehouden, en ik geloof dat dat klopt. Nederlanders houden van congressen.”

Congresorganisatoren moeten dus iets bedenken, zodat hun bijeenkomst wordt opgemerkt in dat enorme aanbod. Het aantrekken van een 'VIP' als voorzitter is een manier. Dat kan iemand zijn uit de wetenschap (Heertje, Smalhout, Galjaard, Zijderveld), de politiek (Ed van Thijn doet het wel eens en ook kamervoorzitter Deetman treedt zo nu en dan buiten het parlement als discussieleider op) of van de televisie (met name presentatoren van serieuze programma's). Van der Meijden: “De voorzitter is vaak een publicitaire vlag.”

V. van Wulfen is directeur van Holland Organizing Center, een bedrijf dat congressen en symposia organiseert voor zowel bedrijven als non-profit organisaties. Hij huurt wel eens een bekende Nederlander in, maar doet dat 'puur vanwege hun vakmanschap'. Paul Witteman noemt hij 'stevig en serieus' en ook Charles Groenhuijsen vind hij 'een prima vent'. “Zij zijn in staat om in relatief korte tijd tot de kern van een verhaal door te dringen. We vragen ze echt niet omdat ze een bekende Nederlander zijn, want ze kosten een hoop.”

Hoeveel? Rond de achtduizend gulden ben je al snel kwijt. Dat is het dagtarief van Victor Deconinck, de goedkoopste in de categorie presentatoren van serieuze televisieprogramma's. Koos Postema, Paul Witteman en Charles Groenhuijsen vragen 10.000 gulden of meer.

Voor een fractie daarvan kan in Nederland een 'professioneel voorzitter' worden ingehuurd: Francis van Soest uit Amsterdam. Ze berekent een prijs van 600 gulden per dagdeel. “Ik denk niet dat die presentatoren zo heel veel beter zijn dan ik”, zegt ze. “Maar bekende Nederlanders zijn natuurlijk publiekstrekkers en ik niet. Dat pretendeer ik ook niet.” Van Soest - vroeger docent taalbeheersing aan de Rijksuniversiteit Leiden - is sinds een jaar of drie fulltime voorzitter en verdient daar een goede boterham mee. Haar opdrachtgevers zoeken 'gewoon een goede voorzitter'. “Die televisiepresentatoren zijn te duur en niet altijd even goed, hoor ik wel van ze.”

Bedrijven die een televisiebekendheid willen inhuren dienen zich te vervoegen bij hun manager, in de meeste gevallen is dat John Bukman uit Hilversum. Hij behartigt de belangen van Witteman, Groenhuijsen en Deconinck en ook van Astrid Joosten en Mart Smeets. Bukman - hij studeerde cum laude af aan het conservatorium met als instrumenten slagwerk en piano en speelde daarna in het Rotterdams Philharmonisch Orkest en in tv-programma's als Mini & Maxi en de Mounties - wil niet praten over zijn werk. “Het zijn de sterren die moeten schitteren, niet ik”, is zijn credo. Bukman geniet groot vertrouwen van 'zijn' presentatoren. Door de serieuze aanbiedingen te schiften van de minder serieuze bespaart hij hen een hoop rompslomp.

Naast hem zijn er andere bureaus die zeggen de grote namen te kunnen contracteren. Dat kunnen ze ook, maar daarvoor moeten zij op hun beurt wel weer een contract met Bukman sluiten. Waardoor er nog een keer provisie bovenop komt. Wie niet de juiste weg kent, is duurder uit dan nodig.

“Als je een goede spreker wilt hebben dan kun je hem niet meer afschepen met een flesje wijn. Die tijd is echt voorbij”, zegt L. van der Kant van Assemblee BV, 'bemiddelaar in sprekers' (en dagvoorzitters). Hij kan begrijpen dat bedrijven kiezen voor een bekende, dus dure dagvoorzitter. “Wat is veel geld? Stel u bent voorzitter van de raad van bestuur van Philips en u krijgt bezoek van belangrijke relaties. Door een stuntelige presentatie lopen er mensen weg. Wat denkt u dat dat kost?”

Het kiezen van de juiste voorzitter is volgens Van der Kant vaak een gevoelskwestie. “Vragen die je je stelt zijn: wat is het publiek, wat is hun niveau, komen de echtgenotes mee? Zelfs het jaargetijde kan een factor zijn. Het klinkt overdreven, maar de mensen zijn in het najaar een beetje somber en een frisse vrouw doet dan wonderen.” Astrid Joosten bijvoorbeeld? Van der Kant: “Astrid heeft het wel. Als die ergens binnenkomt, dan komt er ook echt iemand binnen. Maar zijn de echtgenotes erbij dan werkt dat natuurlijk minder inspirerend dan in een zaal met alleen mannen.”

Het vakblad Congresvisie stelde zijn lezers onlangs de vraag: wie is de beste dagvoorzitter in Nederland? Paul Witteman werd nummer één, gevolgd door Victor Deconinck op twee en Aad van den Heuvel op drie. NOVA-presentator Witteman steekt zelf ook wat op tijdens symposia, zo zei hij tegen dat blad: “Je doet veel nieuwe contacten op en ik maak aantekeningen van goede sprekers en hun onderwerpen. Zo iemand kun je later uitnodigen als je in de uitzending een deskundige nodig hebt.” Er is nog een manier waarop Witteman profijt heeft van zijn schnabbels: Hij put uit die ontmoetingen ook inspiratie voor zijn columns in VARA TV-magazine. J. van Houten van Congrex Holland BV., ook een congresorganisator, vindt het inhuren van anchormen, zoals zij ze noemt, 'een onzeker iets' en 'als je er niet dagelijks mee te maken hebt zelfs een beetje eng'. “Victor Deconinck hebben we een keer gehad en die vond ik heel goed. Adriaan van Dis ook een keer, maar die viel tegen. Alles hangt af van hoe iemand zich voorbereidt. En je kunt wel in een contract vastleggen dat ze bij een voorgesprek aanwezig moeten zijn. Maar ze moeten ook veel huiswerk doen, en of ze dat doen weet je niet. Je kunt ze moeilijk gaan overhoren.”

De meeste presentatoren beginnen echter goed voorbereid aan een dagje voorzitten. Sommige lezen zelf grondig alle stukken, andere hebben hun mensen die de belangrijkste informatie voor hen op een paar A4-tjes samenvatten. Witteman bijvoorbeeld maakt wel eens gebruik van een freelance redacteur. Postema heeft twee medewerkers (“Van die knappe koppen, een slavist en een bedrijfseconoom”, aldus de presentator) die zijn vragen helpen voorbereiden.

“Ze moeten goed voorbereid zijn, anders branden ze snel af”, zegt congresorganisator Van Wulfen. Prof. Van der Meijden: “Het kringetje van congresbureaus is klein, dus ze vallen snel door de mand als ze het niet goed doen. Ze moeten aan hun toekomst denken. Want kijkcijfers zijn tegenwoordig zo belangrijk, voor ze het weten liggen ze eruit bij de televisie. De meesten zijn niet in vaste dienst maar hebben een eigen BV.”

Naast het selecte groepje presentatoren van serieuze programma's is er nog een heel reservoir van minder ernstige tv-gezichten. “Je hebt natuurlijk ook nog de lolbroeken als Mart Smeets, Barry Hughes, Kees Jansma”, zegt Van der Meijden. Die zijn leuk en gezellig maar natuurlijk niet geschikt voor een bijeenkomst waar het om de inhoud gaat.”

Een nieuwkomer in de wereld van congressen en symposia die zich niet direkt laat categoriseren is Edwin Rutten ('Ome Willem' uit het vroegere kinderprogramma 'De film van Ome Willem'). Sinds anderhalf jaar biedt hij zichzelf aan als 'facilitator van communicatie'. Zijn openingszin luidt nooit 'Goedemorgen dames en heren, vandaag...'. “Dat krijg ik niet uit mijn mond”, zegt Rutten. “In plaats daarvan zeg ik bijvoorbeeld tegen de zaal: Weet u wat? Gaat u eerst eens even lekker met uw ordners klappen. Hoeft u dat straks niet meer te doen.”

Hij werd onder andere ingehuurd voor een symposium over de herstructurering van de brandweerkorpsen, voor het symposium 'gemeentelijk beleid houseparties' en voor een aantal voorlichtingssessies om aan kleine bedrijven de werking en het nut van Arbowetgeving uit te leggen. 'Van voor naar achter' beheerst hij die materie als hij ergens voorzit of presenteert. Rutten: “Ik vraag altijd jaarverslagen en bedrijfsbladen op. En werken doe ik heerlijk in de auto. Wat dat betreft heb ik het voordeel dat ik in Leeuwarden woon en een chauffeur heb.” Bij Edwin Rutten Produkties werken, behalve Rutten zelf, twee mensen. Eén die de auto bestuurt en 'licht administratief werk' doet, en een accountant, die alle zakelijke dingen regelt zoals de contracten.

Over gebrek aan werk heeft Rutten niet te klagen. In elke zaal zit wel een directeur of een ambtenaar die zelf weer een bijeenkomst gaat organiseren en hem ook wil hebben. “Dat ik een bekend hoofd heb, zal niet tegen me werken”, erkent hij. De mensen kennen hem als Ome Willem en weten meestal niet dat hij behalve dat ook psycholoog, jazzdocent aan de conservatoria in Utrecht en Hilversum en sinds kort dus dagvoorzitter/presentator is.

Rutten: “Ik was wel héél benieuwd hoe jij dat nou zou doen, hoor ik achteraf vaak van mensen uit de zaal.” Omdat het voorzitten nieuw voor hem was ging hij in het begin een aantal keren, met een klein bloknootje om ideeën op te schrijven, bij collega's in de zaal zitten. “Theater en presentator zijn natuurlijk twee verschillende beroepen.” Toch zijn er overeenkomsten: “De reacties van het publiek, die ken ik. Ik treed vanaf m'n achttiende op. In het theater is het een abc dat ik me bemoei met het licht en het geluid. Want als dat niet goed is, dan sta je te lijden. Als ik voorzitter ben, let ik ook op dat soort dingen. Zelfbehoud is dat. Verder erger ik me wezenloos wanneer een dia scheef zit, wanneer de letters op een overhead-sheet te klein zijn.”

Net als in het theater houdt Rutten rekening met de 'spanningsboog' van het publiek. “Daarom stel ik vaak voor het bij drie sprekers te laten.” Ook is hij, net als in het theater, een beetje zenuwachtig aan het begin van een dag, al heeft hij het gevoel dat het hem steeds gemakkelijker afgaat. En, zegt hij, “als je een goeie job doet dan is het een kick.”

“Het is bijna leuker dan televisie”, meent Koos Postema zelfs. Vroeger kwam het wel voor dat hij twee keer per dag een bijeenkomst presenteerde, tegenwoordig doet hij het ongeveer vijftien keer per jaar. Witteman, “dat is de volgende generatie”, zegt hij. En Astrid Joosten. “Daar zitten de mannen masturberend bij in de zaal. Ja, dat is een verrekt mooie meid hoor.”

Postema laat zich niet zoals zij door John Bukman Management vertegenwoordigen, hij 'zit' bij Joop van den Ende. Bukman heeft hem wel eens gebeld, vertelt Postema. “Of ik een bijeenkomst over strategisch beleggen wilde doen, omdat een van zijn mensen was uitgevallen. Strategisch beleggen, vroeg ik. Da's een ingewikkeld onderwerp, wie had je daarvoor op pad willen sturen?” Postema lachend: “Bleek het Mart Smeets te zijn.”

Postema deed het overigens wel want “ze hadden iemand nodig”. Na afloop van zo'n dag wordt hij doorgaans bedankt door de organisatie: “Fantastisch hoe u zich heeft ingeleefd en voorbereid zegt de voorzitter van de club dan. Terwijl het leiden van zo'n discussie vroeger die man zijn werk was. Ik heb vaak alleen maar even wat doorgelezen.” Natuurlijk heeft hij wel eens gevraagd waarom ze hem inhuren. “Ja, zeggen ze, met jou komen er 250 man in plaats van 100. En het gaat, denk ik, om het theatrale effect, het showelement.”

Postema bereidt zich dus goed voor. “Ik heb me wel eens drie uur college laten geven. Binnenkort moet ik voor Delta Lloyd iets over pensioenen doen en dan krijg ik ook eerst les van een paar van die slimme jongens.” Het ene onderwerp is natuurlijk makkelijker dan het andere. Deze dag bij de Erasmus Universiteit ging over 'werkloosheid en schuldenpositie' en dat was een makkie, geeft hij toe. “Dat is toch een onderwerp van iedereen. Ja, ik ken ze hoor in Hilversum. Met een inkomen van drie ton en zúlke schulden.”